1450 De kunst van het sterven
Het vroege denken over de dood
 
  homepage   volgende   laatste

Leven en sterven lagen in de middeleeuwen dicht bij elkaar. Met een gemiddelde levensverwachting van dertig jaar was de dood voortdurend aanwezig in de samenleving. Die lage levensverwachting hing overigens samen met een hoge kindersterfte: wie de leeftijd van 21 jaar had bereikt, had een redelijke kans om de leeftijd van 64 jaar te be¬reiken.

Die aanwezigheid van de dood had ook te maken met het christelijke geloof in een hiernamaals. Men leefde in het besef slechts tijdelijk op aarde te zijn. Afhankelijk van hoe men leefde zou dit uitlopen op een eeuwige beloning of een eeuwige straf. Om die reden was het belangrijk om zich goed op de dood voor te bereiden. Wie plotseling stierf zonder de kans te hebben gehad zijn zonden te belijden en vergeving te krijgen, zou daar na de dood voor moeten boeten. Bij de ingang van vele kathedralen vinden we dan ook nog altijd een beeld van Sint-Christoffel, de beschermheilige tegen de onverwachte dood. In de jaren 1346-1353 werd Europa opgeschrikt door een dodelijke ziekte – later de zwarte dood genoemd – die naar schatting 50 miljoen levens eiste, 60 procent van de totale bevolking destijds. Mensen stierven binnen een week, en er kon niets tegen gedaan worden. Wat dodenaantal betreft was de pestepidemie de grootste tragedie die Europa ooit gekend heeft. Er vielen meer doden dan in welke oorlog daarvoor of daarna ook.

De zwarte dood verscheurde de middeleeuwse maatschappij en traumatiseerde West- en Midden-Europa voor decennia. De dodendans of dance macabre – bestaande uit dansende skeletten die mensen uit alle sociale lagen meetrokken in hun wervelende dans – is een van de bekendste erfenissen van dit collectieve trauma.

De zwarte dood werd ook beschouwd als een spirituele ramp, want het belette mensen om zich voor te bereiden op de overgang van het tijdelijke naar het eeuwige. Vooral wanneer priesters als eersten stierven, bleef de bevolking levensbeschouwelijk verweesd achter. Om dit op te vangen verschenen in de decennia na de pestepidemie teksten waarin uitgelegd werd hoe men zich op de dood kon voorbereiden.

De bekendste en succesvolste variant hiervan verscheen rond 1450: een serie van elf houtsneden waarin een stervende gevolgd wordt in zijn worstelingen aan het levenseinde. Afwisselend zien we de stervende omringd door een groep duivels en demonen die proberen zijn ziel naar de hel weg te slepen, en een groep engelen enn heiligen die hem op het rechte pad proberen te houden. Er bestaan veel varianten van deze houtsneden, de bekendste is zonder twijfel die van Meester E.S. (1420-1468).

In de middeleeuwse stervenskunst staan vijf verleidingen centraal – gemakkelijk te onthouden aan de vijf vingers van onze handen – die een uittreksel van het christelijk geloof vormen. Allereerst probeerden duivels het geloof te ondermijnen (‘er is geen hemel’), omdat dit de basis van alles is. Vervolgens werd de hoop om in de hemel te komen onder vuur genomen (‘kijk eens, we hebben al je zonden bijgehouden’). Dan volgt een aanval op de liefde voor God door de stervende te confronteren met alles wat hem lief is (‘wie woont straks in jouw huis, drinkt jouw wijn, ligt naast jouw vrouw?’). Als iemand dan nog niet door de knieën was gegaan werd het ongeduld opgepookt (‘maak er toch een eind aan, wat heeft lijden voor zin?’). En als laatste troef probeerden de demo¬nen de nog steeds standvastige stervende op de tevredenheid met zichzelf te pakken: hoogmoed – je plaats niet weten in de middeleeuwse ordening – werd gezien als wortel van alle zonden. Door hoogmoed werden Adam en Eva uit het paradijs gedreven en kwam de dood in de wereld.

De middeleeuwse ars moriendi of stervenskunst houdt ons een interessante spiegel voor: wat zijn in onze tijd handvatten om ons voor te bereiden op het levenseinde? In hoeverre is er aandacht voor de grote vragen van het leven in de palliatieve zorg? Hoe zorgen we ervoor dat we breder kijken dan alleen medisch? Wanneer men de thema’s van de middeleeuwse ars moriendi naar deze tijd vertaalt, gaat het eigenlijk om vijf vragen: wie ben ik, en wat wil ik werkelijk? Hoe ga ik om met het lijden? Hoe neem ik afscheid? Hoe kijk ik terug op mijn leven? Waar mag ik op hopen? Vijf wezenlijke vragen die we nog steeds op onze vingers kunnen natellen. Zoveel lijkt er niet veranderd in al die eeuwen.

Publicatiedatum: 31-08-2016
Datum laatste wijziging :03-11-2018
Auteur(s): Carlo Leget,
Verder studeren
Literatuur
  • Leget, C. (2012), Ruimte om te sterven. Een weg voor zieken, naasten en zorgverleners . Tielt: Lannoo
  • Leget, C. (2008), Van levenskunst tot stervenskunst. Over spiritualiteit in de palliatieve zorg . Tielt: Lannoo.
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Video

YouTube, 21 januari 2015 | Paul van Vliet - Songtekst - Laatste Wens.

 
  homepage   volgende   laatste