2015 Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk (BPSW)
Naar een sterk merk ‘sociaal werk’
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Welzijn Nieuwe Stijl en de decentralisaties van het sociaal domein vragen om een heroriëntatie van het sociaal werk, waaraan ook de beroepsvereniging consequenties moet verbinden.

Met de komst van Wet Maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in 2007 breekt er voor het welzijnswerk en in het bijzonder het maatschappelijk werk een nieuwe periode aan. Evenals in de tijd van Hans Achterhuis’ De Markt van Welzijn en geluk (1979) is er opnieuw kritiek op het welzijnswerk: het is te duur en het levert te weinig tastbare resultaten op. Vanuit die vooronderstelling wil de Wmo naar een andere balans in verantwoordelijkheden tussen burger en overheid. De burger met zijn netwerk zou meer zelf kunnen en nog te weinig gebruik maken van ‘zelfredzaamheid’ en ‘eigen kracht’. En een deel van het professionele maatschappelijk werk zou overgenomen kunnen worden door vrijwilligers, actieve buurtbewoners en mantelzorgers.
Er moest anders gewerkt gaan worden. VWS-staatssecretaris Jet Bussemaker stelde zelfs dat als het maatschappelijk werk niet snel zou veranderen, het zou verdwijnen. Het programma Welzijn Nieuwe Stijl uit 2009 ademde ook die geest. De nieuwe sociaal werker zou een generalist zijn die tijdens ‘keukentafelgesprekken’ de burger vooral zou stimuleren zijn problemen zelf op te lossen.
Bij dat nieuwe generieke sociaal werk pasten de drie specialisaties van de beroepsopleidingen CMV, MWD en SPH niet meer. In 2014 besloten alle hogescholen in Nederland op basis van het rapport Meer van Waarde hun opleidingen voor deze drie beroepsvarianten van sociaal werk samen te voegen tot één nieuwe beroepsopleiding sociaal werk.

Brede beroepsvereniging
Bij deze ontwikkeling kan de NVMW niet achterblijven. Na een periode van interne dialoog en soms stevige discussies besluit de NVMW zich in 2015 te verbreden tot een beroepsvereniging voor alle beroepsvarianten van sociaal werk onder het motto ‘verbreden met behoud van identiteiten’. Deze grote stap wordt mede mogelijk gemaakt door de politiek-bestuurlijke ervaring van voorzitter Jan Laurier en dankzij directeur Lies Schilder.
Dat ‘behoud van identiteiten’ wordt zichtbaar gemaakt door binnen de BPSW drie kamers te onderscheiden: maatschappelijk werkers, sociaal-agogen en jeugd- en gezinsprofessionals. Deze constructie was in de beginfase van de nieuwe beroepsvereniging een realistische keuze maar er waren ook nog beroepsvarianten zoals opbouwwerkers die geen ‘kamer’ bewoonden binnen de BPSW. Ondertussen begonnen de beroepsvarianten in het werkveld verder naar elkaar toe te groeien.

Identiteit van de verbreding
In 2020 besluiten de leden van de BPSW tot een nieuwe stap: was het aanvankelijk ‘verbreden met behoud van identiteiten’, nu ging het om de vraag wat dan de identiteit van die verbreding is. Is het mogelijk binnen de BPSW dat wat alle beroepsvarianten gemeenschappelijk hebben, meer als uitgangpunt te nemen?
In alle regio’s van Nederland hebben sociaal werkers, zowel leden als niet-leden van de beroeps- vereniging, daarover met elkaar koersgesprekken gevoerd en uiteindelijk besloten te gaan voor één sterk merk sociaal werk. Deze nieuwe koers wordt zichtbaar door de ‘kamerstructuur’ af te schaffen, door vier verschillende beroepscodes over te laten gaan in één nieuwe beroepscode voor alle sociaal werkers (2021) en door in een nieuw beroepsprofiel te laten zien wat alle beroepsvarianten daadwerkelijk met elkaar gemeenschappelijk hebben.
Binnen de BPSW blijven ook de beroepsvarianten actief die elkaar opzoeken om te werken aan professionele ontwikkeling of specifieke belangenbehartiging. Bijvoorbeeld bedrijfsmaatschappelijk werkers, opbouwwerkers, casemanagers dementie, medisch maatschappelijk werkers, jeugd- en gezinsprofessionals, sociaal-agogisch begeleiders in de gehandicaptenzorg of medisch-pedagogisch zorgverleners. Veel meer dan in het verleden is er een besef dat zij takken zijn van één en dezelfde stam.

Ook platform
Hoewel de BPSW al jaren gestaag groeit is nog steeds maar een relatief gering percentage van alle sociaal werkers lid. Dat lijkt een verschijnsel van alle tijden. Marie Kamphuis vond al dat te weinig maatschappelijk werkers lid werden van de beroepsvereniging en toen in 2015 het gezaghebbende rapport van de Gezondheidsraad Sociaal Werk op solide basis verscheen, was een belangrijke aanbeveling dat sociaal werkers lid moesten worden van hun beroepsvereniging. De BPSW heeft in 2022 ruim 5000 leden.

De BPSW is tegenwoordig ook een platform waar leden en niet-leden elkaar ontmoeten, bijvoorbeeld in sociaal cafés en regionetwerken, op symposia, bij scholing en training en op de digitale community van de BPSW op LinkedIn met bijna 20.000 volgers.

Download PDF

Publicatiedatum: 02-11-2022
Datum laatste wijziging :07-11-2022
Auteur(s): Jan Willem Bruins,
Verwante vensters
Extra Wetenschappelijke Adviesraad van de BPSW
In 2007 nam de toenmalige voorzitter van de NVMW, Theo Roes, het initiatief tot een Wetenschappelijke Adviesraad van de beroepsvereniging. Roes was adjunct-directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en een warm pleitbezorger van sociaalwerkonderzoek. De Wetenschappelijke Adviesraad van de NVWM en tegenwoordig BPSW bestond van meet af aan uit hoogleraren, lectoren en andere deskundigen en brengt met enige regelmaat weten schappelijke adviezen uit over vraagstukken voor de beroepspraktijk. De huidige voorzitter van de WAR is prof. dr. Margo Trappenburg. Lees hier meer over de WAR.
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste