Verwante vensters
2009 Welzijn Nieuwe Stijl
Revitalisering van sociaal werk
eerste   vorige   homepage    
De staatssecretaris voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Jet Bussemaker, maakte zich in het kabinet-Balkenende IV (2007-2010) politiek woordvoerder van een vernieuwingsdrang in de sociale sector. Op 24 september 2009 wees zij tijdens een groot landelijk congres in Amsterdam op het belang om het vertrouwen in deze sector te herstellen.
Bussemaker doopte haar programma Welzijn Nieuwe Stijl en wilde daarmee al die opkomende initiatieven in het land stimuleren om outreachend (‘achter de voordeur’, ‘eropaf’) te werken, om buiten de vertrouwde kaders van de instituties te treden, om in buurten en wijken aan de slag te gaan en de eigen kracht van mensen als uitgangspunt te nemen. Volgens de staatssecretaris richtte Welzijn Nieuwe Stijl zich op de volgende bakens:
  • Het is vraaggericht: ‘Je kijkt daarbij altijd naar de vraag achter de vraag’;
  • Het gaat uit van de eigen kracht van de burger en zijn omgeving;
  • Het gaat direct op problemen af: ‘ In Welzijn Nieuwe Stijl passen geen kantoorklerken of bureaucraten’;
  • Het is niet vrijblijvend: ‘Je benoemt de problemen, je definieert de oplossing en je bent resultaatgericht’;
  • Het biedt ruimte voor de kennis en kunde van de professional: ‘Hij of zij is streetwise. Dus je verstaat de taal van de straat.’

Bussemaker voelde met deze campagne scherp aan dat er een groeiende behoefte in de samenleving was naar een nieuw energiek soort professionals, die onder de mensen zijn, van aanpakken weten, snel handelen, kordaat zijn, verbindende capaciteiten en antibureaucratische instincten hebben. Een soort mix van een doortastende maatschappelijk werkster uit de eerste helft van de twintigste eeuw en een handige opbouwwerker uit de tweede helft.
Inspiratie haalde Bussemaker uit een aantal experimenten die in 2007/2008 in het kader van de wijkaanpak onder leiding van toenmalig minister Vogelaar van Wonen, wijken en integratie van start waren gegaan. Zowel in Leeuwarden als in Enschede waren teams gestart met professionals die met vernieuwd elan aan de slag gingen.

Welzijn Nieuwe Stijl gaf daar verder woorden en richting aan. De vijf bakens, die later werden uitgebreid tot acht, werden een kompas om inhoud te geven aan de nieuwe taken die de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) met zich meebracht. De aanduiding Welzijn Nieuwe Stijl dook in elke nota over sociaal gemeentelijk beleid op, beroepsopleidingen begonnen zich erop te oriënteren, beroepsprofielen werden aangepast en herschreven met de bakens van Welzijn Nieuwe Stijl in het achterhoofd.
Bussemaker heeft het programma niet kunnen afronden, want op 20 februari 2010 sneuvelde het kabinet Balkenende-IV. Daardoor kon het denken rondom Welzijn Nieuwe Stijl niet uitgeschreven worden, er was lange tijd geen ’brondocument’ waar de sector naar kon verwijzen. Misschien verklaarde dat wel een deel het succes van Welzijn Nieuwe Stijl: er was een korte beschrijving van de acht bakens en verder kon en moest iedereen er zijn eigen invulling aan geven. Tegelijk was er de kritiek dat er eigenlijk niets nieuws onder de zon was, dat de 8 bakens al lang onderdeel van het sociaal werk zijn.

Het nieuwe kabinet voelde zich niet geroepen om er op een vergelijkbare wijze aan te gaan trekken. Het zette zich aan plannen om een groot aantal taken in het sociale domein te decentraliseren naar gemeenten: de jeugdzorg, grote delen van de AWBZ, de WAJONG en de sociale werkplaatsen. Op 1 januari 2015 zijn deze voornemens realiteit geworden. In al de voorbereidingen om deze enorme opgave voor gemeenten te realiseren, klinkt de boodschap van Welzijn Nieuwe Stijl echter nog steeds door. Het begrip wordt misschien wat minder genoemd, maar op lokaal niveau spelen Welzijn Nieuwe Stijl-professionals in vrijwel elke gemeente een hoofdrol.

Publicatiedatum: 16-12-2013
Datum laatste wijziging :11-12-2015
Auteur(s): Jos van der Lans, Jan Steyaert,
Verwante vensters
Extra De acht definitieve bakens van Welzijn Nieuwe Stijl:
  1. Gericht op de vraag achter de vraag.
  2. Gebaseerd op de eigen kracht van de burger.
  3. Direct er op af.
  4. Formeel en informeel in optimale verhouding.
  5. Doordachte balans van collectief en individueel.
  6. Integraal werken.
  7. Niet vrijblijvend, maar resultaatgericht.
  8. Gebaseerd op ruimte voor de professional.
Verder studeren
Literatuur
eerste   vorige   homepage