2012 Geweld in de jeugdzorg - de commissies-Samson/Deetman/De Winter
Een inktzwart hoofdstuk uit de geschiedenis van de jeugdzorg
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Lang is het weggestopt. Maar aan het begin van de 21ste eeuw kwam de schokkende waarheid beetje bij beetje aan het licht. Kinderen zijn door volwassenen die voor hen moesten zorgen of door groepsgenoten in de kinderbescherming en jeugdzorg, op grote schaal seksueel misbruikt. Begin oktober 2012 rapporteerde de commissie-Samson, die door de overheid in de zomer van 2010 was ingesteld om het misbruik onder uit huis geplaatste kinderen sinds 1945 te onderzoeken, hierover in het rapport Omringd door zorg, toch niet veilig. Tijdens de onderzoeksperiode hadden zich ruim achthonderd slachtoffers bij de commissie gemeld. Op basis van interviews en archiefonderzoek moest de commissie vaststellen dat seksueel misbruik in tehuizen en pleeggezinnen in veel gevallen langdurig en zeer ernstig is geweest. En zich zeker niet beperkte tot de eerste jaren na de oorlog. Uit onderzoeksgegevens tot 2010 blijkt dat ook heel recent de kans dat kinderen die op last van de overheid in een beschermde omgeving waren geplaatst, een veel grotere kans hadden met seksueel misbruik te worden geconfronteerd dan kinderen in ‘normale’ gezinnen. In residentiële instellingen was die kans tweeënhalf keer zo groot, voor kinderen in voorzieningen voor verstandelijk gehandicapten was het risico zelfs zes keer zo groot.

De aandacht voor deze misstanden kwam in een stroomversnelling toen in het begin van de 21ste eeuw de verhalen loskwamen over het misbruik door priesters in de katholieke kerk, eerst in de Verenigde Staten, daarna in Ierland en vervolgens op het Europese vasteland. Steeds meer slachtoffers doorbraken het zwijgen en heel langzaam ging de doofpot open. De katholieke kerk in Nederland zette daarop de commissie-Deetman aan het werk. Niet veel later, ook in 2010, volgde de regering met de opdracht aan de commissie-Samson. De commissie-Deetman rapporteerde eind 2011, en haar bevindingen waren schokkend. Vanaf 1945 zijn tussen de tien- en twintigduizend kinderen blootgesteld aan diverse vormen van seksueel misbruik. Het aantal kinderen dat is verkracht, werd door de commissie op ongeveer duizend geschat. Voor vele duizenden kinderen is het leven in katholieke internaten een hel geweest.
En niet alleen voor hen. Met behulp van een enquête onder 34.000 Nederlanders ouder dan veertig jaar concludeerde de commissie-Deetman dat in de naoorlogse jaren bijna 10 procent van de kinderen vóór het achttiende jaar tegen zijn of haar zin seksueel was benaderd door een volwassen niet-familielid (zie: 1972 Kindermishandeling). Voor minderjarigen in een internaat of andere instelling was de kans zelfs twee keer zo groot, cijfers die vergelijkbaar zijn met wat de commissie-Samson vond voor de jeugdzorg. In alle regionen van de kerk wist men van deze praktijken af, maar het werd weggestopt door een ‘zwijgcultuur’. De kerk zette alles op alles om te voorkomen dat de vuile was buiten werd gehangen.

De kerk stond daarin, zo bleek uit het rapport van de commissie-Samson, niet alleen. Ook in jeugdzorginstellingen werden de verhalen genegeerd en de misbruikpraktijken met de mantel der professionele liefde bedekt. Zo duurde het vijftien jaar voordat de directeur van de Heldringstichting in Zetten, de psychiater Theo Finkensieper , gerechtelijk werd vervolgd. Midden jaren zeventig waren er al klachten geweest, maar die waren aanvankelijk volstrekt niet serieus genomen. Pas toen een twintigtal slachtoffers eind jaren tachtig aangifte deed en de pers de kwestie oppakte begon deze beroepsmatige verdedigingslinie te wijken. Langzaam overigens, want daar was wel de nodige actie van de slachtoffers, gesteund door het Steunpunt Zetten aan vooraf gegaan. Uiteindelijk werd Finkensieper tot zes jaar celstraf veroordeeld. Het was de eerste grote zedenzaak in een rsidentiële jeugdzorginstelling in Nederland.

Na deze affaire (er waren er overigens meer) werd door enkele wetenschappers gepleit voor een grootschalig onafhankelijk onderzoek, zelfs het ministerie van WVC meende dat nauwkeurig onderzoek noodzakelijk was. Maar meer dan twintig jaar werd daar niets mee gedaan, zo moest de commissie-Samson vaststellen. Het was niet ernstig genoeg. Lange tijd bleef de dominante opvatting toch dat seksueel misbruik persoonsgebonden incidenten waren, uitzonderingen. Maar toen de normen over seksualiteit in de loop der jaren negentig verstrakten en de verhalen steeds veelvuldiger loskwamen, kon men er niet langer omheen. Kwam een hulpverlener in de jaren zeventig/tachtig nog wel weg met de redenering dat seks functioneel was voor de behandeling, vanaf de jaren negentig werd die vergoelijking definitief in het verdomhoekje gezet. Van kinderen dienden professionals in alle omstandigheden af te blijven.

Dat klinkt nu als een dogma, maar de commissie-Samson stelt niet zonder schrik vast dat professionals het nog steeds niet zien of misschien wel niet willen zien. Een groot aantal jeugdzorginstellingen frustreerde het onderzoek van de commissie. Slechts 2 procent van de meldingen van seksueel misbruik door kinderen blijkt door professionals ook waargenomen, 98 procent zien ze dus niet of zien ze door de vingers. Samson c.s. pleit voor een veel explicietere vorm van professionalisering op dit punt. Alleen door er systematisch in de beroepsvorming en beroepspraktijk aandacht aan te besteden is het mogelijk om dit inktzwarte hoofdstuk uit de geschiedenis van de jeugdzorg eindelijk af te sluiten. Jeugdzorg Nederland, de brancheorganisatie van jeugdzorginstellingen, heeft daar meteen na het verschijnen van het rapport van de commissie-Samson in ieder geval een begin mee gemaakt door haar excuus aan te bieden aan al de kinderen die er in het verleden de dupe van zijn geworden. Een gebaar dat de overheid – bang als altijd voor schadevergoedingen – aanvankelijk niet en pas later mondjesmaat kon opbrengen. De Rooms-Katholieke Kerk in Nederland betaalde uiteindelijk 30 miljoen euro uit aan de slachtoffers van de misbruik. 860 personen kregen genoegdoening. Het hoofdkantoor in Rome bleef er lange tijd het zwijgen toe doen. Pas in 2018 madat er zowel in Chili als in de VS zeer omvangrijke schandalen aan het licht waren gekomen, kwam paus Franciscus met een uitvoerige brief waarin de kerk de hand in eigen boezem steekt: ’Vol schaamte en berouw erkent de kerkelijke gemeenschap dat we niet waren waar we hadden moeten zijn, dat we niet tijdig hebben gereageerd en dat we ons niet bewust waren van de omvang, de ernst en de enorme hoeveelheid schade die dit in talloze levens heeft aangericht.’

In 2016 zette de regering de commissie-De Winter aan het werk om naar aanleiding van de vele reacties te onderzoeken in welke mate er in de meest brede zin sinds de Tweede Wereldoorlog sprake is geweest van geweld in de jeugdzorg. Zie verder ’Extra’ hieronder.

Publicatiedatum: 15-03-2012
Datum laatste wijziging :25-10-2020
Auteur(s): Jos van der Lans,
Verwante vensters
Extra Commissie-Geweld in de jeugdzorg
In de nasleep van het rapport van de commissie-Samson werd duidelijk dat er niet alleen veel kinderen slachtoffer waren van seksueel misbruik, maar nog veel meer kinderen hadden geleden onder vormen van structureel geweld en vernedering. Slaan, straffen, vernedering zijn tot ver in de jaren zeventig, maar ook nog daarna, schering en inslag geweest in de residentiële jeugdzorg. In het najaar van 2015 stelde de regering de commissie-De Winter in met de opdracht om te onderzoeken of het zinvol en mogelijk is om hierna nog onderzoek te doen. Op 17 mei 2016 concludeerde de commissie in haar eindrapport dat het mogelijk is om een voldoende betrouwbaar beeld te schetsen van wat er zich in de afgelopen 70 jaar heeft afgespeeld met betrekking tot fysiek en psychisch geweld in de jeugdzorg. Zonder dat de commissie een meldpunt wilde zijn hebben zich bij de commissie 200 ex-pupillen gemeld met verhalen over hun verblijf in internaten, tehuizen en jeugdinrichtingen.
Drie jaar heeft de commissie vervolgens onderzoek gedaan, waarbij zij opnieuw last had van jeugdzorginstellingen die niet wilden of konden meewerken, simpelweg omdat de archieven niet op orde waren of waren vernietigd. Het uiteindelijke rapport, gepubliceerd op 12 juni 2019, is echter snoeihard. Kinderen die uithuisgeplaatst zijn, behoren in de eerste plaats veilig te zijn. Toch blijkt een aanzienlijk percentage van de kinderen die van 1945 tot heden in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen verbleven onvoldoende te zijn beschermd tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld. Hoewel dit zeker niet voor iedereen geldt, beschouwen deze ex-pupillen hun bejegening als liefdeloos en zeer hard. Toezichthoudende instanties hebben bij geweld onvoldoende ingegrepen. De commissie komt met een reeks aanbevelingen om dit in de toekomst te voorkomen. Kinderen die uithuisgeplaatst zijn, behoren in de eerste plaats veilig te zijn. Toch blijkt een aanzienlijk percentage van de kinderen die van 1945 tot heden in jeugdzorginstellingen of pleeggezinnen verbleven onvoldoende te zijn beschermd tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld. Hoewel dit zeker niet voor iedereen geldt, beschouwen deze ex-pupillen hun bejegening als liefdeloos en zeer hard. Toezichthoudende instanties hebben bij geweld onvoldoende ingegrepen.
Klik hier voor het eindrapport.
Verder studeren
Literatuur
  • Externe link Dohmen, Joep (2010), Vrome zondaars Uitgave: NRClux, ISBN/EAN 9789079985210. Verslag van onderzoeksjournalist en NRC Handelsblad-redacteur van uitvoerig onderzoek naar misstanden in de Rooms-Katholieke Kerk.
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

YouTube, 11 oktober 2012 | Samenvatting van de bevindingen van de commissie Samson maandag 8 oktober.

YouTube/Nieuwsuur, 13 juni 2019 | Driekwart van de kinderen die tussen 1945 en nu in de jeugdzorg hebben gezeten, heeft daar te maken gehad met fysiek, seksueel of psychisch geweld of is daar getuige van geweest. In de meeste gevallen was het psychisch geweld. Het fysieke geweld nam in de loop van de tijd af, maar het psychische geweld niet. Zo’n tien procent zegt fysiek of psychisch geweld vaak of zeer vaak te hebben meegemaakt. Het geweld werd gepleegd door leiders, pleegouders en andere kinderen. De kinderen werden onvoldoende beschermd; gebrekkig overheidstoezicht was daarvan een van de oorzaken. Dat concludeert de Commissie Onderzoek naar Geweld in de Jeugdzorg, geleid door hoogleraar pedagogiek Micha de Winter. Dit is een reportage van: Rudy Bouma & Ronja Hijmans.

YouTube, 16 oktober 2019 | Huig de Groot (1951) werkte als groepsleider en coördinator in de jeugdzorg. Hij was in de jaren zeventig mede-oprichter van de Belangenvereniging Minderjarigen, een ’vakbond van tehuisbewoners’, die in actie kwam tegen het gebruik van isoleercellen, drilopvoeding en andere misstanden in de residentiële kinderbescherming. De Groot was een belangrijke bron van informatie voor de Commissie De Winter, die onlangs rapporteerde dat van de 200.000 kinderen die vanaf 1946 onder het beschermingsbewind van de overheid vielen, maar liefst 75 procent werd geconfronteerd met excessief geweld.

Huig de Groot is een van de initiatiefnemers van een Nationaal Monument Geweld Jeugdzorg, ’niet alleen om de slachtoffers van geweld te herdenken, maar vooral om te voorkomen dat komende generaties kwetsbare jongeren met nieuwe vormen van geweld worden geconfronteerd’.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste