NIEUW
Paul  Kuijpers



Geadopteerd door:
Sociale kennisonderneming in het hart van de samenlevingHet PON|Telos Politiek cultureel debatcentrum in Amsterdam De Balie

Paul Kuijpers (1929 - 2022)


samenlevingsopbouw, openbaar bestuur


was als directeur van het PON lange tijd een van de ideologische kopstukken van het welzijnswerk. Later, als directeur van De Balie was hij voor velen een bron van inspiratie.


* * *


Paul Kuijpers, die op 9 december 2022 op 93-jarige leeftijd overleed, was Zeeuw, Brabander en Amsterdammer tegelijkertijd. Weliswaar had hij uiteindelijk in de hoofdstad zijn intellectuele thuis gevonden, maar de uitnodigende leegte van het Zeeuwse landschap en het bijzondere karakter van de Brabantse cultuur (die eigenlijk niet bestond), heeft hij nooit achter zich gelaten. Hij kruidde zijn eigen levensgeschiedenis tot een scherpzinnige geest die voortdurend in gesprek was met de tijdgeest. Liefst in goed gezelschap. Voor velen was hij – een bijna vaderlijke – bron van inspiratie.

Zeeland
Hij werd op 13 april 1929 geboren in Kloosterzande, een dorp in Zeeuws-Vlaanderen. De grote wereld was ver weg, de katholieke kerk dichtbij. Zijn ouders, hij kwam uit een onderwijsfamilie, wezen hem de weg naar de andere wereld. Zijn gymnasium-diploma haalde hij via een kostschool in Eindhoven, waarna hij rechten in Utrecht ging studeren. Eigenlijk niet zo’n goede keuze, de studie boeide hem niet echt. Hij vond psychologie en Franse literatuur (Sartre, Camus) interessanter.
Na zijn afstuderen keerde hij in 1952 terug naar Zeeland, waar hij ging werken voor de Stichting voor Maatschappelijk en Cultureel Werk, het provinciaal opbouworgaan in Zeeland, een kleine organisatie die de sociale wederopbouw in goede banen moest leiden. Het was - even afgezien van de periode van de Watersnoodramp in 1953 - een weinig ambitieuze werkomgeving. Zeeland kende, anders dan Noord-Brabant, geen ontwikkelingsgebieden waar de industrialisatie gestimuleerd en de sociale problematiek gekanaliseerd moest worden. Toen hem de kans geboden werd om in dienst te treden van het Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant (PON) greep Kuijpers deze mogelijkheid in 1954 op 25-jarige leeftijd met beide handen aan.

Brabant
Hij verhuist naar Tilburg, trouwt en treedt na een paar jaar toe tot de PON-directie. Het opbouworgaan introduceert moderne sociaal wetenschappelijke denkbeelden en onderzoeksmethoden in de provincie die in veel opzichten nog een gesloten katholiek bastion vormt. Kuijpers ontpopt zich tot een spin in het Brabantse web van bestuurlijke netwerken. Hij is van goed katholieke huize en toont zich een elegante, creatieve en intelligente denker - precies waar de provincie die worstelt met een opdringerige moderniteit behoefte aan heeft. Regelmatig komt zijn studie rechten hem toch van pas, als hij voor de zoveelste nieuwe voorziening statuten moet ontwerpen.
Als de jaren zestig op stoom komen, begint het katholieke bouwwerk definitief in zijn voegen te kraken. De kritische tijdgeest scherpt zijn denken. Hij wordt uitgesprokener, maar op zo’n manier dat zijn positie in de bestuurlijke netwerken niet in het geding komt. Hij is daardoor de aangewezen persoon om te bemiddelen als studenten in Tilburg in 1969 het universiteitsgebouw bezetten (als eersten in Nederland) en de Karl Marx-universiteit uitroepen. Zowel voor het katholieke universiteitsbestuur als voor de studenten is hij acceptabel. Heimelijk overlegt hij thuis met de studentenleiders, die – de anekdote is van zijn zoon Ivo - wel via de achterdeur het huis moeten betreden, omdat een van de universiteitsbestuurders in de straat tegenover hem woont.

Jaren zeventig & het welzijnswerk
Het Provinciaal Opbouworgaan ontwikkelt zich in de jaren zeventig tot kraamkamer van allerhande sociale initiatieven die in het van god los geraakte Brabant de kop opsteken. Inspraak, stadsvernieuwing, milieu, vrouwenstrijd, migratie, welzijnswerk – het PON neemt in alles de kleur aan van de tijd. Kuijpers radicaliseert mee met de bewegingen. Hij laat het katholicisme definitief achter zich en wordt lid van de PSP, een verbintenis die hij niet al te lang vol houdt. Hij is meer een analyticus dan een actievoerder, hij discussieert liever met bestuurders dan dat hij op de barricade staat. Hij laat liever zijn zoons PSP-affiches plakken dan dat hij het zelf doet.
Zijn bekendheid reikt inmiddels buiten de provincie Noord-Brabant. In 1974 is hij lid van de commissie die in opdracht van het kabinet-Den Uyl onder leiding van Bram Peper de Knelpuntennota schrijft, een bijtende kritiek op de (verzuilde) structuur van het particuliere initiatief en een pleidooi voor een grotere invloed van de lokale overheid en van burgers. In feite schetst de commissie de uitgangspunten en de organisatorische contouren van een herstructurering van het particulier initiatief die uiteindelijk meer dan een decennium in beslag zal nemen.
Kuijpers groeit in deze periode uit tot een van de ideologische kopstukken van het welzijnswerk. Hij is een veelgevraagd spreker en verwerft de nodige aanzien in kringen van progressieve wetenschappers. Hij schrikt er niet voor terug om inzichten van in linkse kringen populaire Franse denkers (Lévi-Strauss, Foucault, Bourdieu, Baudrillard, Lyotard) toe te passen in zijn analyse van het welzijnsbeleid. Er zijn maar weinig bestuurders in de sociale sector die hem dat nadoen. Ja, eigenlijk niemand.

Reorganisatie van de rijksdienst
Na ruim een kwart eeuw verruilt Kuijpers begin jaren tachtig het PON voor een functie op het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar hij de regeringscommissaris voor de reorganisatie van de rijksdienst,Herman Tjeenk Willink, gaat assisteren. Het is een grote overgang, die hij accentueert met een verhuizing van Brabant naar de Randstad, eerst Den Haag, uiteindelijk Amsterdam. Tjeenk Willink is in 1982 door PvdA-minister Ed van Thijn aangesteld met de, in wezen politieke, opdracht: ’het sturend vermogen’ van de centrale overheid te vergroten als antwoord op de groeiende maatschappelijke sturingsbehoeften. Het tot stand brengen van meer samenhang in het beleid is daarvoor essentieel en aan Tjeenk Willink de taak om daar een aanzet voor te leveren.
Maar na een jaar blijkt het nieuwe kabinet-Lubbers daar totaal anders tegenaan te kijken. Voor dit CDA-VVD-kabinet gaat het niet langer om een betere sturing, maar juist om minder sturing. Wat begon als een politieke opgave, wordt door het no-nonsense kabinet getransformeerd tot een financieel beheersingsvraagstuk, een kwestie van ambtelijke bedrijfsvoering. Dat is niet waar Tjeenk Willink en in zijn kielzog Kuijpers voor zijn aangenomen. De regeringscommissaris komt op een, weliswaar voor beide heren uiterst leerzaam, zijspoor terecht. Deze politieke deconfiture legt wel de basis voor een hechte vriendschap tussen Tjeenk Willink en Kuijpers, waarin beiden elkaar onophoudelijk bevragen over macht en onmacht van de democratische rechtsorde en alles wat daar verband mee houdt – een zichzelf voortdurend verversende, onuitputtelijke bron.

John Berger en het Franse platteland
Gedurende een korte periode treedt Kuijpers vervolgens in dienst van het adviesbureau Twijnstra en Gudde, een wereld van snelle consultants waar hij eigenlijk niets mee heeft. Alles valt echter op zijn plek als hij op aandrang van Felix Rottenberg in 1987 adviseur wordt om het politiek-cultureel centrum De Balie tot stand te brengen. Daar gloort een intellectuele cultuur waarin alles samen kan komen: politiek, kunst, cultuur, technologie, wetenschap, verbeelding, literatuur. Het is koren op zijn molen.
Veel inspiratie vindt hij in deze periode in het werk van de Engelse cultuurcriticus John Berger en dan met name diens prachtige trilogie De vrucht van de arbeid over de aangeslagen cultuur in het verafgelegen Franse platteland. De wijsheid van het alledaagse leven, het gevoel van ontheemd zijn in een moderne cultuur, de onderlinge solidariteit – het zijn thema’s die de Zeeuwse Brabander enorm aanspreken en die een vaste plek krijgen in zijn intellectuele omzwervingen.
In Amsterdam vindt hij eind jaren tachtig ook een nieuwe levensgezel in de persoon van Martine Groen, psycholoog/psychotherapeut die in veel opzichten de tegenpool is van de toch altijd wat bedachtzame Paul Kuijpers. Maar ze biedt hem precies wat hij nodig heeft: tegenspraak, uitdaging, humor, nieuwsgierigheid, honger naar kennis, gezelligheid.

Politiek-cultureel centrum De Balie
Het verzoek in 1993 om op interim basis directeur te worden van het politiek cultureel centrum De Balie in Amsterdam sluit naadloos aan bij deze intellectuele ontwikkeling. De Balie groeit uit tot een kweekvijver van talent. Inmiddels bekende publieke figuren als Kees Vendrik, Femke Halsema, Pieter Hilhorst, Marleen Stikker, Menno Hurenkamp en Chris Keulemans zetten er hun eerste politiek-culturele schreden. Onder zijn vleugels schiet het IDFA uit de startblokken, nestelde de digitale stad zich vanuit de Balie in de Waag, kwam er programmering over literatuur (SLAA), gezondheidszorg, technologie en zo verder. Op talloos veel initiatieven zijn zijn vingerafdrukken te vinden.
In 1994 publiceer ik zelf samen met hem bij De Balie het pamflet Naar een modern paternalisme. Dit vlotschrift levert felle kritiek op de verzakelijking, professionalisering en bureaucratisering van het sociaal werk, waaruit passie en hartstocht langzaam maar zeker hebben plaats gemaakt voor afstandelijkheid en protocollen. Het motto van het pamflet komt – uiteraard - van John Berger: ‘Tussen de ervaringen van iemand die die op dit moment een normaal leven op aarde leidt en het publieke commentaar dat gegeven wordt om aan dat leven zin te verlenen, gaapt een lege ruimte, een kloof die enorm is.’ Het zijn zinnen die Paul Kuijpers zelf had kunnen schrijven.

Tegen de tijdgeest
Na zijn Balie-tijd doet Paul Kuypers nog regelmatig met spreekbeurten en essays van zich spreken. Hij blijft – vaak als adviseur - betrokken bij tal van projecten en besturen in de sociale en culturele sector. Na de 9/11-aanslagen, de oorlog in Irak en de Fortuyn-revolte publiceert hij in 2003 een van zijn meest kenmerkende boeken: De staat der Nederlanden. Opstellen en brieven tegen de tijdgeest. Het boek is voor een groot deel geschreven in zijn Franse buitenhuis in de Pyreneeën, waar hij zich à la John Berger regelmatig afzonderde om de wereld te doordenken. Op een ‘buitengewoon’ (een geliefd woord van hem dat hij altijd met een zekere nadruk uitsprak) erudiete wijze verhoudt hij zich in deze bundel tot de ‘nieuwe politiek’ aan de hand van brieven aan de denkbeeldige ontvanger H. (niet verkeerd om je daar Herman Tjeenk Willink, op dat moment vicevoorzitter van de Raad van State, bij voor te stellen). Het boek levert een meanderend college politieke theorie met veel Franse denkers als gids en Pim Fortuyn, Jan Peter Balkenende, Wouter Bos, het populisme, de bureaucratie en de media als figuranten. Het is bepaald geen eenvoudige kost, maar dat is precies waar Kuijpers zich in het politieke klimaat mateloos aan ergert: de wedloop in simpele oplossingen in een maatschappij die met de dag complexer en gelaagder wordt, een trend waarmee de politiek zichzelf in toenemende mate in de voeten schiet.

Met het op gang komen van de 21e eeuw neemt zijn actieradius langzaam af. Hij verblijft vaker in het huis in de Pyreneeën, waar de televisie geen plek krijgt en met enige tegenzin wel een internetaansluiting wordt aangelegd. Er komt meer tijd voor zijn kinderen en kleinkinderen, maar de familie wordt zwaar beproefd als de oudste van zijn drie kinderen, dochter Chris, in 2007 op 51 jarige leeftijd overlijdt aam de gevolgen van kanker.

Onderwijs=kunst
Hij nadert inmiddels de tachtig levensjaren. Zijn publieke verschijningen worden zeldzamer. In Eindhoven is hij nog de grote inspirator achter het project onderwijs=kunst, waarin hij in nauwe samenwerking met een aantal ex-middelbare school-rectoren een poging waagt om het gesprek over het onderwijs van een nieuwe diepte te voorzien. Hij omschrijft zelf dit project als ‘een provocatie in de richting van de onderwijspraktijk, die gedomineerd wordt door de orde van de markt en de politieke bureaucratie. (…) Vanuit het onderwijs gezien is er alleen kans op een vruchtbare doorwerking van kunst in het onderwijs, als dat de eigen ’kunst’ van het leren en doceren serieuzer neemt dan de pedagogiek van de staat of de schijnwijsheid van de economie.’ Paul Kuijpers op zijn best.
In 2013 publiceert hij tenslotte samen met Frans Godfroy en Rob Vermijs, het boek Opstand in het zuiden. Het boek vertelt niet alleen het verhaal achter de bezetting van de Tilburgse Hogeschool in 1969, maar analyseert ook hoe Brabant worstelde met de moderniteit. Een thema dat Kuijpers zijn hele intellectuele leven heeft gefascineerd en wat in hem dus in hoge mate heeft gevormd. Hij raakte er niet over uitgesproken, maar helemaal heeft hij zich zelf nooit aan die moderne tijd overgeleverd. Zo weigerde hij standvastig over te gaan op tekstverwerkers. Al zijn schrijfsels (en dat waren er veel) hamerde hij uit zijn oude Vendex-typemachine, waarvan hij tot wanhoop van zijn lezers en uitgevers, de typelinten tot op de draad versleet. Die zelfde typemachine is op 17 december 2022 meegegaan in zijn graf en definitief tot zwijgen gebracht. Dat geldt niet voor Kuijpers intellectuele nalatenschap. Die blijft tot de verbeelding spreken.

* * *

YouTube, 5 april 2019 | Op 3 april 2019 ontvangt Paul Kuypers, voormalig directeur PON Brabant en oud-directeur van De Balie in Amsterdam, uit handen van auteur Mariet Paes de biografie van Piet Willems, in de jaren zeventig, tachtig en negentig een iconische opbouwwerker in Den Bosch. Beide heren kenden elkaar goed uit de tijd dat het katholieke bestel in Brabant in zijn voegen begon te kraken. Na ontvangst van het boek analyseerde de bijna 90-jarige Kuypers op de hem vertrouwde wijze waarom het opbouwwerk vanaf het begin in de jaren vijftig op een smalle basis rustte.
* * *



* * *


In Memoriam op de website van het PON|Telos

Paul Kuijpers was jarenlang directeur van het PON, boegbeeld van het instituut en instigator van het maatschappelijk debat in Brabant.

Paul trad in 1954 in dienst als stafmedewerker, werd twee jaar later adjunct-directeur en volgde in 1964 Tom Verdijk op als directeur. Onder zijn leiding transformeerde het PON tot een modern onderzoeksinstituut dat zich niet langer alleen richtte op het sociale werk, maar zijn naam ook nadrukkelijk vestigde op het terrein van de ruimtelijke ordening en planning. Als secretaris van de Provinciale Commissie Sociaal Plan had Paul een belangrijke stem bij de planning van talloze sociale voorzieningen in de provincie en drukte hij een stempel op de vele inspraakprocedures die Brabant rijk was.

Terwijl de organisatie onder zijn leiding steeds groter werd, slaagde hij erin om de voor het instituut zo kenmerkende informele cultuur te behouden. Paul was een begenadigd schrijver, kon beminnelijk zijn in de omgang en tegelijkertijd zo scherp als een mes in het debat. Intellectueel en een tegendraadse denker van het hoogste niveau. Wars van valse sentimenten waar het ‘oude Brabant’ volgens hem zo bol van stond. Bij gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van het PON in 1997 gaf hij aan welke vorm van regionalisme volgens hem nog wél toekomst heeft: ‘Een aanvaardbaar regionalisme kan alleen bestaan in de context van een grotere wereld en in het kader van een breed gefundeerd humanisme’. Anno 2022 nog steeds geldig en Paul Kuijpers ten voeten uit.

Het PON & Telos en Brabant zijn hem veel dank verschuldigd.

* * *


Bibliografie (niet compleet)

2018 - Woorden breken. Het democratisch tekort. (Redactie samen met Martine Groen), Antwerpen: Garant. Met bijdragen van René Boomkens, Christien Brinkgreve, René Foque, Martine Groen, Marc de Kesel, Paul Kuijpers, Antoine Mooij en Paul Verhaeghe.

2013 - 1969. Opstand in het Zuiden. (met Frans Godfroy en Rob Vermijs). Utrecht: uitgeverij IJzer.

2003 – De staat der Nederlanden. Opstellen en brieven tegen de tijdgeest. Amsterdam: De Balie.

2001 - ROOKSIGNALEN. Opstellen over politiek en bestuur. Amsterdam: De Balie.

1994 – Naar een modern paternalisme. Over de noodzaak van sociaal beleid. (Pamflet met Jos van der Lans) – Amsterdam: De Balie

1993 – Lege plek van de macht. Amsterdam: De Balie.

1988 - Aangeschoten wild. Over macht, moraal en politiek. (Met Geert Mak) Amsterdam: De Balie.

1987 – De oplossing van Brabant. Een uitgave van Provinciaal Opbouworgaan Noord-Brabant ter gelegenheid van het veertigjarige bestaan – 1947-1987. (Redactie met Gerrit Kruijs, Jos van der Lans en Eeltje Talstra) Tilburg: PON.

1983 – Opbouwwerk in de tachtiger jaren. (Redactie met Andries de Jong en Theo Schuyt). Utrecht: SWP.

.

Publicatiedatum: 14-12-2022
Datum laatste wijziging :16-01-2023
Auteur(s): Jos van der Lans,
Links



design by Anne Van De Genachte / built by Dutchlion 2015 / maintenance by Rstyle