1989 Sociale vernieuwing, Opzoomeren & wijkenaanpak
Werken aan sociale cohesie
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
De wijk/buurt is van oudsher het aangewezen werkterrein voor samenlevingsopbouw en opbouwwerkers. Maar eind jaren tachtig vindt er een belangrijke accentverschuiving plaats. Door het opstarten van sociale vernieuwingsprogramma’s door het kabinet Lubbers-Kok, en de latere voortzetting via het grotestedenbeleid, krijgen opbouwwerkers steeds nadrukkelijker een rol om sociale cohesie te organiseren. Was de opbouwwerker in de jaren 70/80 nog de belangenbehartiger en organisator van gemeenschappen van relatief homogene groepen burgers, in de jaren negentig wordt hij meer en meer de aanjager van gemeenschappelijkheid tussen verschillende (groepen) burgers. Hij brengt (individuele) bewoners met verschillende culturen en leefstijlen bij elkaar. Het heeft het opbouwwerk moeite gekost (en soms nog steeds) om de rol van belangenbehartiging en zaakwaarnemerschap los te laten en over te schakelen naar die nieuwe rol van stimuleren van sociale cohesie. Een omslag die nogal wat voeten in de aarde heeft gehad. Het activeren richt zich steeds meer op straatniveau, zoals het Opzoomeren in Rotterdam duidelijk maakt. Meer en meer worden opbouwwerkers ingezet als een soort verbindingsofficieren tussen verschillende bewonersgroepen, en tussen bewoners en gemeenten.

Commissie-Idenburg
Rotterdam gaat in dit veranderingsproces voorop. Eind jaren tachtig zocht de gemeente naar een nieuw perspectief voor de aanpak van de problemen in oude wijken. De stadsvernieuwing had wel verbetering van de woonkwaliteit gebracht, maar geen einde gemaakt aan de opeenhoping van maatschappelijke achterstanden in deze wijken. De snelle multiculturalisering van deze wijken maakte de vooruitzichten er bovendien niet beter op. Een aantal van deze wijken kampte ook nog eens met een stevige overlast van druggebruikers.
Om hier een antwoord op te vinden, zette het Rotterdamse gemeentebestuur de commissie-Idenburg aan het werk. De commissie introduceerde in 1988 het begrip sociale vernieuwing, een oproep aan maatschappelijke organisaties en de gemeente om niet langer los van elkaar en op deelaspecten de maatschappelijke achterstanden aan te pakken, maar dat op een samenhangende manier te doen en met een grotere rol van burgers, gericht op activering in plaats van afhankelijkheid. Er was in die periode een debat gaande over de verzorgingsstaat en de burger die vooral zijn rechten claimde en zijn plichten ’vergat’, onder meer als gevolg van consumentisme, anonimiteit en sociale verbrokkeling van buurten. Sociale Vernieuwing ging over vitalisering van de relatie tussen burger en bestuur, om de samenwerking van de lokale overheid met instellingen en de relaties tussen burgers onderling. Sociale vernieuwing was ook een roep om bestuurlijke vernieuwing: weg met de schotten - een gedachtegang die in alle daarop volgende wijkaanpakken overeind zou blijven. Zoals bijvoorbeeld de samenhang tussen de fysieke, economische en sociale pijler die twintig jaar later de kern zou worden van de Vogelaar-wijkenaanpak.

Taskforce
Het Rotterdamse denkmodel sprak tot de verbeelding. Integraal werken, geldstromen bij elkaar brengen, ontkokeren werden gevleugelde uitdrukkingen. Het kabinet Lubbers-Kok (1989-1994) nam het motto over. Een taskforce, onder leiding van Jan Schaefer, moest sociale vernieuwing overal in het land aanjagen. In energieke beleidsnota’s werd in vrijwel elke gemeente het voornemen op papier gezet om op een nieuwe manier te gaan werken, waarbij niet alleen de overheid het werk moet doen, maar er een nieuwe alliantie ontstaat tussen lokale overheden, bedrijfsleven, corporaties en welzijnswerk. In latere updates van sociale vernieuwing (grotestedenbeleid, wijkenaanpak, Vogelaar-aanpak) spreekt men in dit verband van vitale coalities. Het is allemaal beleidstaal waarin de overheid probeert andere maatschappelijke partijen te mobiliseren om sociale verantwoordelijkheid te nemen.

Daar horen ook burgers bij, de mensen die in de wijken wonen. Onderdeel van de sociale vernieuwingsaanpak is activering van burgers (bij uitstek een taak van opbouwwerkers). Verantwoordelijkheid nemen voor de (eigen)leefomgeving, voor elkaar, voor je buren, is een wezenlijk onderdeel van het sociale vernieuwing-gedachtegoed.

Opzoomer Mee
In Rotterdam krijgt dat het meest duidelijk vorm in het Opzoomeren. Het begrip Opzoomeren is ontstaan in de Opzoomerstraat. Eind jaren tachtig van de vorige eeuw verloederde de Opzoomerstraat en vormden drugspanden een bron van ergernis. De bewoners kozen in plaats van harde acties voor een positieve aanpak en gingen zelf aan de slag. Ze begonnen met het aanvegen van de straat, het aanbrengen van verlichting aan de gevels en het opfleuren van de straat. Met hulp van de politie verdwenen ook de drugspanden uit de straat.
De actie van de Opzoomerstraat groeide uit tot een iconisch voorbeeld van sociale vernieuwing in Rotterdam. Het toenmalige projectbureau Sociale Vernieuwing van de gemeente Rotterdam werd enthousiast, stimuleerde andere straten dit voorbeeld te volgen en vroeg opbouwwerker Johan Janssens om als campagneleider mee te werken aan de slotmanifestatie van sociale vernieuwing, de stedelijke Opzoomerdag op 28 mei 1994. Zo werd naast de wijk/de buurt ook de straat het werkniveau van de opbouwwerkers. Twintigduizend Rotterdammers waren deze dag samen met ROTEB, Gemeentewerken en Politie in de weer en knapten met elkaar straten en pleinen op. Als toegift op de Opzoomerdag is de Stichting Opzoomer Mee Rotterdam in het leven geroepen.

Het Opzoomeren heeft in de loop der jaren veranderingen ondergaan, maar de kern is altijd hetzelfde gebleven: bewoners die de handen ineen slaan en met elkaar activiteiten en initiatieven in hun straat ondernemen. De bekendheid van en de waardering voor het Opzoomeren in Rotterdam is groot. Eind 2018 telde Rotterdam ruim 1.800 Opzoomerstraten.

Iedereen doet opbouwwerk
Sociale vernieuwing bood opbouwwerkers na een periode van bezuinigingen en reorganisaties een kans om zich te manifesteren. Zij gaf het werk echter ook een ander aanzien. Niet langer hielden alleen opbouwwerkers zich met de leef-, en woonomgeving bezig. Ook wijkconsulenten en wijkagenten gingen zich daar actief mee bemoien, en werden spelers op het werkterrein van het opbouwwerk. Integraal werken was ook niet aan één specifieke beroepsgroep gekoppeld, maar een devies voor alle professionals in het ‘sociale domein’. Werken in de wijk was dus niet langer alleen voorbehouden aan opbouwwerkers, aan samenhang en activering werd meer en meer ook door anderen, zoals corporatiemedewerkers, sociaalcultureel werkers en projectmedewerkers van adviesbureaus, gewerkt. Zeker in die gemeenten waar opbouwwerkorganisaties waren wegbezuinigd en het opbouwwerk opgegaan was in brede welzijnsorganisaties, kreeg het opbouwwerk een minder duidelijk en uitgesproken profiel.

Zo creëerde sociale vernieuwing en het daaropvolgende wijkgerichte werken niet alleen een behoefte aan opbouwwerkkwaliteiten, ze zorgde ook voor meer professionele drukte in de wijk. Zeker in die gemeente waarin opbouwwerkers geen eigen organisaties meer kenden (dat waren er met het naderen van het millennium steeds meer) erodeerde het professionele voorrecht van opbouwwerkers op bewonersondersteuning. Ook andere professionele organisaties gingen zich op de wijk richten, elk vanuit een eigen optiek. Dat was een ontwikkeling die de identiteit van een beroepsgroep niet ten goede kwam. Precies daarmee begon het opbouwwerk dan ook meer en meer te worstelen.

Lees meer over de geschiedenis van het Rotterdamse opbouwwerk op de daarvoor speciaal ingerichte website: opbouwwerkinrotterdam.nl


Publicatiedatum: 02-09-2019
Datum laatste wijziging :29-10-2020
Auteur(s): Mirko Pasman,
met dank aan Johan Janssens
Verwante vensters
Extra Straatladder
De wending van samenlevingsopbouw naar het straatniveau leidde tot scherpere inzichten en stappenplannen om op dit vlak vooruitgang te boeken. De onderstaande straatladder is daar een voorbeeld van.

Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Bewegende beelden

YouTube, 18 september 2019 | Opzoomeren is een Rotterdams fenomeen, dat begin jaren negentig ontstond onder de noemer van sociale vernieuwing. Op 28 mei 1994 kende het haar eerste hoogtepunt. Toen kleurde zo ongeveer heel Rotterdam geel en sloeg die dag aan het Opzoomeren. In dit filmpje brengt OpzoomerTV de geschieden is in beeld en laat zien dat het Opzoomeren inmiddels een vertrouwd verschijnsel is geworden in de havenstad. Aan het woord komt ook Emile van Rinsum die als opbouwwerker in het Nieuwe Westen de term Opzoomeren muntte. Inmiddels is dat begrip opgenomen in de (dikke) Van Dale.

YouTube, 28 mei 2019 | Verslag van NOS Journaal van de afsluitende Opzoomerdag van 28 mei 1994.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste