Verwante vensters
1972 Vertrouwensartsen kindermishandeling
De langdurige ontkenning van een chronische epidemie
 
  homepage  
 
Kindermishandeling is er altijd geweest, maar de omvang en ernst ervan zijn lange tijd ontkend. Het begrip omvat tegenwoordig naast fysieke ook seksuele mishandeling. Bovendien zijn fysieke en emotionele verwaarlozing erin begrepen. Die uitbreiding van het begrip weerspiegelt de toegenomen bezorgdheid over het welzijn van kinderen. Bruut geweld en verwaarlozing zijn pas sinds een paar decennia niet meer het enige waarvoor de kinderbescherming en hulpverlening in beeld komen.

In Nederland duurde het tot 1956 voordat er via het proefschrift Psychische kindermishandeling van Berthe Clemens Schröner voor het eerst expliciet aandacht voor kwam. Internationaal geldt het artikel The Battered Child Syndrome van de Amerikaanse kinderarts Henry Kempe in 1962 als een eerste wereldwijde wake-up call. Het duurde vervolgens nog tot begin jaren tachtig voordat seksueel misbruik van kinderen in Nederland een publiek onderwerp werd. Het boek De straf op zwijgen is levenslang (1983) van de Vereniging tegen Seksueel Misbruik speelde daarin een grote rol. Landelijk onderzoek van Nel Draijer, met de alarmerende vaststelling dat ten minste 7 procent van de vrouwen slachtoffer was van incestueus misbruik, zorgde eind jaren tachtig voor een grote schok.

De overheid had dergelijke dramatische gegevens nodig om wakker geschud te worden. Dat begon in 1970 toen op initiatief van het voormalige PvdA-gemeenteraadslid B. Ras-Heerema de Vereniging tegen Kindermishandeling werd opgericht met Clemens Schröner als bestuurslid. De Verenging trok stevig aan de bel. Ze had becijferd dat er in Nederland jaarlijks meer dan 1200 gevallen van ernstige kindermishandeling voorkwamen. Tien procent daarvan had een dodelijke afloop en naar schatting vijftien procent van de kinderen die er het slachtoffer van zijn, liep ernstig hersenletsel op.
Deze alarmerende cijfers misten hun doel niet. Mede als gevolg van de activiteiten van de Vereniging startte de overheid in 1972 in Amsterdam, Rotterdam, Groningen en Arnhem een experiment met Bureaus Vertrouwensartsen. Die ontwikkelden zich tot Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK), die een eerste contact bieden voor ieder die kindermishandeling vermoedt, maar niet precies kan beoordelen wat er echt aan de hand is en hoe er moet worden gehandeld.

Deze eerste overheidsinitiatieven waren echter bij lange na niet afdoende. In 1998 oordeelde het VN Comité voor de Rechten van het Kind zeer kritisch over de terughoudende Nederlandse aanpak. Een studiedag in Maastricht in 1999 naar aanleiding van het proefschrift van de jurist Jan Willems Wie zal de opvoeders opvoeden zorgde voor een stroomversnelling. Willems pleitte voor een meldplicht, want zolang die er niet is, houden mensen hun mond: uit gemakzucht, omdat het ‘hun zaak niet is’ of vanuit de gedachte dat ‘er toch niets aan te doen is’. Gevolg is dat jeugdbescherming meestal pas ingrijpt als het volledig uit de hand is gelopen.
Op dezelfde conferentie fulmineerde de bekende psychiater A. van Dantzig tegen de vergaande rechten op privacy van gezinnen. ‘Deze privacy kost ieder jaar het leven aan tachtig kinderen die worden doodgeslagen door hun opvoeder!’ aldus Van Dantzig. Willems en Van Dantzig namen vervolgens in 2000 het initiatief tot de oprichting van Reflectie- en Actiegroep Aanpak Kindermishandeling (RAAK). Zij werden ondersteund door Defence for children. RAAK groeide uit tot een invloedrijke pressiegroep. Mede door RAAK-acties en manifesten bevatte het regeerakkoord in 2002 voor het eerst een passage over kindermishandeling.

Begin deze eeuw haalde bovendien een aantal afschuwelijke gevallen de media, waaronder in 2004 het drama met het meisje Savanna, die, amper drie jaar oud, in een kofferbak werd gevonden, gestorven aan ondervoeding en langdurige mishandeling. De meesten van deze kinderen waren bekend bij de jeugdzorg, maar haar optreden was weinig effectief, niet in de laatste plaats doordat er geen informatie tussen diverse hulpverleners werd uitgewisseld. Na deze drama’s is het aantal ondertoezichtstellingen enorm toegenomen en zijn gezinsvoogden sneller geneigd tot een uithuisplaatsing. Uit angst om een verkeerd besluit te nemen won de keuze voor de veiligheid van het kind het steeds vaker van de zorg voor het in stand houden van de ouder-kindrelatie. Dat blijft het moeilijke dilemma.

In 2007 werd André Rouvoet de eerste (en voorlopig ook laatste) vakminister Jeugd en Gezin. Hij lanceerde het landelijke Actieplan Aanpak Kindermishandeling ‘Kinderen veilig thuis’. Nieuw te vormen Centra voor Jeugd en Gezin moeten een centrale rol gaan vervullen bij de preventie van kindermishandeling en de coördinatie van zorg. Mei 2011 stemde de ministerraad in met het wetsvoorstel om beroepskrachten in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en justitie te verplichten met een meldcode te werken als zij een signaal krijgen van huiselijk geweld of kindermishandeling. Dat extra inspanningen nodig blijven staat buiten kijf: onderzoek laat zien dat er jaarlijks ruim honderdduizend kinderen gebukt gaan onder ernstige vormen van kindermishandeling.

Tot 2014 kende elke provincie en grootstedelijke regio een eigen Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK), allen bereikbaar via hetzelfde landelijke telefoonnummer: 0800 - 2000. De meldpunten waren ondergebracht bij de Bureaus jeugdzorg, maar zijn per 1 januari 2015 samen met de Steunpunten Huiselijk Geweld opgegaan in de landelijke organisatie Veilig Thuis.

Publicatiedatum: 15-03-2012
Datum laatste wijziging :04-01-2023
Auteur(s): Jos van der Lans,
met dank aan Henk Dries
Verwante vensters
Extra Vormen van kindermishandeling
Sinds 2007 is in Nederland in het Burgerlijk Wetboek vastgelegd dat kinderen recht hebben op een opvoeding zonder geweld. Ook vóór 2007 was kindermishandeling strafbaar, maar kon een ouder of voogd zich beroepen op zijn ouderlijk tuchtigingsrecht als rechtvaardigingsgrond voor kindermishandeling. Dat kan nu dus niet meer.
Kindermishandeling wordt vaak ingedeeld in vijf vormen: lichamelijke mishandeling, lichamelijke verwaarlozing, psychische mishandeling, psychische verwaarlozing en seksueel misbruik. Wat onder kindermishandeling begrepen wordt is de laatste decennia verruimd, waardoor ook verwaarlozing eronder begrepen kan worden. Die verruiming van de definitie houdt verband met het feit dat het voorkomen van kindermishandeling eerder toeneemt dan afneemt.
Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Video



The Kempe Center treats abused children, trains professionals, and conducts research to ensure a healthy and hopeful future for these innocent victims. Every child seen at The Kempe Center is in the hands of the nation's leading experts on child abuse.

 
  homepage