1943 Het Apeldoornsche Bosch
De moord op joodse psychiatrische patienten, verstandelijk gehandicapten en hun begeleiders
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Op 10 mei 1940 vielen de Duitse legers Nederland binnen en het duurde niet lang of de Nederlanders maakten kennis met de jodenhaat van de nationaal-socialisten. De vervolging van joodse burgers begon met de registratie van hun gegevens, met ontmenselijking, ontslag, uitsluiting uit onderwijs en het openbare leven en gedwongen verhuizing. Het eindigde met deportatie en moord op 107.000 joodse burgers, zo’n 75% van alle Nederlandse joden. Het onvoorstelbare leed van de overlevenden van de Holocaust vond in het naoorlogse Nederland, schrijnend genoeg, nauwelijks gehoor. De systematische vervolging van Roma en Sinti, homoseksuele mannen en vrouwen, daklozen, sekswerkers en andere als ‘asociaal’ bestempelde groepen, bleef lang ongezien en ontkend in Nederland.

Bedreiging
Weinigen weten ook nu dat de nazi’s het al sinds 1933 gemunt hadden op mensen met psychische, verstandelijke en lichamelijke beperkingen. De nazi’s claimden de superioriteit van het ‘Arische ras’. Gehandicapten en chronisch zieken, de ‘arbeidsongeschikten’, de ‘nutteloze eters’, de ‘onmensen’ wiens leven niet waard was geleefd te worden, werden gezien als een bedreiging voor de samenleving en de zuiverheid van dit ‘ras’. Zij werden onderworpen aan gedwongen sterilisaties, huwelijkswetten, medische experimenten en uiteindelijk vermoord. Het doel was al het ‘onwaardige leven’ volledig uit te roeien. De propagandamachine draaide op volle toeren. In schoolboeken, films, cartoons en krantenartikelen zette men gehandicapten systematisch neer als minderwaardigen die een enorme kostenpost en belasting voor hun gezin en de samenleving betekenden.
Kort na de machtsovername van Hitler in Duitsland, werd op 14 juli 1933 de wet ter voorkoming van erfelijk ziek nageslacht ingevoerd. Deze wet maakte gedwongen sterilisaties mogelijk bij mensen met ‘aangeboren zwakzinnigheid’, schizofrenie, ‘manische depressiviteit’, erfelijke epilepsie, de ziekte van Huntington, erfelijke blindheid, erfelijke doofheid, erfelijke lichamelijke ‘misvormdheid’ en alcoholisme. De term ‘zwakzinnigheid’ was zeer flexibel inzetbaar. Armoede, nul- en laaggeletterdheid, of gedrag dat buiten de bestaande normen viel kon worden aangevoerd als bewijs van ‘(morele) zwakzinnigheid’. Naar schatting tussen de 300.000 en 400.000 gehandicapten zijn tussen 1933 en 1945 in Duitsland gesteriliseerd. Verzorgers, leraren en artsen moesten mogelijke gevallen van ‘erfelijke minderwaardigheid’ melden bij de gezondheidsambtenaar. Al deze informatie werd geregistreerd en later tijdens Aktion T4 gebruikt om de mensen op te sporen die vermoord moesten worden.

Eugenetische wet
Op 18 oktober 1935 werd de tweede eugenetische wet aangenomen, de Wet ter bescherming van de erfelijke gezondheid van het Duitse volk. Het was verboden om te trouwen of kinderen te krijgen als een of beide partners een erfelijk ziekte had of verslaafd was aan alcohol. Bovendien werden in dat geval ook bestaande huwelijken verplicht ontbonden.
Het geheime euthanasie programma Aktion T4 werd vanaf voorjaar 1939 voorbereid onder leiding van Philip Bouhler en Karl Brandt. Het doel was het systematisch uitmoorden van al het ‘lebensunwertes Leben’, alle kinderen en volwassenen met lichamelijke, verstandelijke of psychiatrische beperkingen in inrichtingen in Duitsland en de geannexeerde gebieden. Dit werd cynisch ‘euthanasie’ of ‘genadedood’ genoemd.
Vanaf oktober 1939 werden geregistreerde kinderen naar gespecialiseerde kinderafdelingen gebracht waar ze - meestal door een injectie maar ook door uithongering - vermoord werden. In deze jaren zijn minstens 10.000 lichamelijk en verstandelijk gehandicapte kinderen omgebracht. Begin 1940 begon het systematisch doden van volwassen psychiatrische patiënten, lichamelijk- en verstandelijk gehandicapten, chronisch zieken en ouderen in een van de zes speciaal met gaskamers en ovens uitgeruste vernietigingsinrichtingen, zoals Grafeneck en Hadamar. Daarnaast zijn vele anderen uitgehongerd of vergiftigd door verplegers en artsen.

Massale vernietiging
Toen het T-4 programma steeds bekender werd en het protest groeide gaf Hitler eind augustus 1941 bevel het te stoppen. Daarna werd het een zaak voor de lokale autoriteiten. Aan het einde van de oorlog waren er van de 283.000 psychiatrische patiënten die Duitsland voor de oorlog telde, nog slechts 40.000 in leven. Tussen 1939 en 1945 zijn enkele honderdduizenden mensen vermoord als onderdeel van de ‘euthanasie’-programma’s. Daarnaast werden in het bezette Pommeren, West-Pruisen en Polen al voor de herfst 1941 zo’n 30.000 gehandicapten doodgeschoten door eenheden van de SS en de politie. De SS en politie waren ook verantwoordelijk voor massale executies en moorden in mobiele gaskamers van gehandicapten in bezette delen van de Sovjet-Unie. Ook werden duizenden patiënten vermoord in hun bed in de inrichting. De euthanasie programma’s gericht op patiënten en gehandicapten vormden de opmaat voor de massa vernietiging van met name de joden en Roma. Hetzelfde systeem van gaskamers en nabij gelegen crematoria werd toegepast, met deels hetzelfde personeel.

Ontruiming en deportatie
In het bezette Nederland was de situatie voor joodse patiënten en gehandicapten in inrichtingen vanaf 1942 zeer dreigend. Vanaf begin1943 werden joodse inrichtingen in zijn geheel ontruimd, en patiënten en personeel gedeporteerd en vermoord in de concentratiekampen. Ook joodse patiënten in niet-joodse inrichtingen werden opgehaald en vermoord. Een enkele keer probeerden artsen en verpleegkundigen hun joodse patiënten te beschermen. Maar vaker liet men de joodse gehandicapten wegvoeren. Het voorbeeld van de ontruiming van de joodse inrichting Het Apeldoornsche Bosch door de SS onder leiding van Hauptsturmführer Aus der Fünten, laat zien welke gruwelijke behandeling en moord hen ten deel viel.
Op 11 januari 1943 bezocht Aus der Fünten, belast met de deportatie van Nederlandse joden, het Apeldoornsche Bosch. Geneesheer-directeur Dokter Lobstein gaf hem een rondleiding, verstrekte plattegronden en informatie over het dichtstbijzijnde station. Op 19 januari gelast Aus der Fünten de ontruiming van het hele complex, Het Apeldoornsche Bosch en Apeldoorn moest ‘Judenrein’ worden gemaakt. Het wordt een hersteloord voor de Waffen-SS. Nog diezelfde dag werden 237 joodse inwoners van Apeldoorn opgepakt, en ondergebracht in het ‘Ontspanningsgebouw’ van de inrichting. Op 20 januari 1943 arriveerde Gemmeker, kampcommandant van Westerbork, met 100 man van zijn Ordedienst bij het Apeldoornsche Bosch. Het zijn de hulptroepen die te vroeg arriveren. Ongeveer 170 personeelsleden en patiënten vluchtten in de chaos, en doken onder. De redding was tijdelijk, slechts enkelen overleefden de oorlog.

1131 mensen
Op 21 januari 1943 werden 1005 psychiatrisch patiënten en 75 zwakzinnige en moeilijk opvoedbare kinderen van het Apeldoornsche Bosch op gewelddadige wijze de paviljoens uit geslagen en gesleurd, de koude nacht in. Ze werden in laadbakken van vrachtwagens geslagen of gegooid, sommigen in nachtpon, dwangbuis of naakt. Op station Apeldoorn werden de kinderen en volwassenen de gereedstaande goederenwagons in gejaagd. Met hen mee gingen 16 verplegers en 36 verpleegsters. De wagons zaten al snel zo vol dat de deuren niet dicht konden, bij het geforceerd afsluiten werden handen en vingers verbrijzeld. Binnen was het donker. Luchtkokers werden van buitenaf hermetisch afgesloten. In de vroege ochtend van 22 januari vertrok de trein met 1131 mensen rechtstreeks naar Auschwitz-Birkenau.
Bij aankomst in Auschwitz werden de verpleegkundigen naar de quarantainebarakken van het concentratiekamp gevoerd. De 1080 patiënten, sommigen al overleden, werden door een joodse werkploeg, opgejaagd door tierende SS’ers met knuppels, in vrachtauto’s gesmeten. Ze gingen niet naar de gaskamers, maar regelrecht naar een van de langgerekte kuilen waarin de lijken van vergasten verbrand werden. De Apeldoornse dode en levende patiënten werden er middenin gesmeten. Brokken hout en blikken petroleum volgden. Het levend verbranden van mensen werd in Auschwitz volgens De Jong vaker toegepast op slachtoffers voor wie men het in werking stellen van de gaskamers te veel moeite vond. De 51 personeelsleden bezweken niet lang na aankomst onder de dwangarbeid.

Niet alleen Apeldoorn
De deportaties bleven niet beperkt tot Apeldoorn. Joodse instellingen werden volledig gedeporteerd, niet-joodse instellingen werden gesommeerd hun joodse inwoners aan te wijzen, waarop die gedeporteerd werden. Joodse ouderen, psychiatrisch patiënten, volwassenen en kinderen met autisme, lichamelijke of verstandelijke beperkingen werden allemaal gedeporteerd, niemand overleefde. Begin januari 1943 vond de vermoedelijk eerste deportatie plaats van bijna 1000 gehandicapten uit Den Haag en omgeving. Op 3 februari 1943 werden 32 ouderen en personeelsleden van het A.C. Wertheimhuis in Amsterdam gedeporteerd naar Sobibor en Auschwitz. Op 1 maart 1943 werden ruim 400 bejaarden, lichamelijk gehandicapten, blinden en dove bewoners van de Joodse Invalide met veel geweld via Westerbork afgevoerd naar Sobibor. Op 9 maart werden vier joodse gehandicapten uit Groot-Bronswijk in Wagenborgen naar Sobibor gedeporteerd. Later die maand werden de joodse psychiatrisch patiënten uit de Nederlands-Hervormde Stichting voor Zenuw- en Geesteszieken te Assen op transport gesteld. Op 7 april 1943 volgde het joodse Kinderhuis Beth Azarja bij Hilversum, 75 verstandelijk gehandicapte kinderen werden vermoord in Sobibor. Ook werden meer dan zevenhonderd joodse dove volwassenen en kinderen uit Amsterdam en Groningen weggevoerd en in de gaskamers vermoord.

Stelselmatige verwaarlozing
Niet-joodse gehandicapten werden in Nederland niet gedeporteerd, zij stierven echter in de Nederlandse inrichtingen in veel grotere aantallen dan voor de oorlog. De sterfte was bovendien in verhouding veel hoger dan bij de Nederlandse bevolking als geheel. In de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder stierven bijvoorbeeld gedurende de oorlog 1163 psychiatrisch patiënten, verstandelijk gehandicapten, mensen met dementie of epilepsie. Dat is een 2 tot ruim 4 maal zo hoge sterfte als onder de rest van de Nederlandse bevolking. De leiding van de inrichting in Den Dolder was in 1942 overgenomen door de NSB. De bewuste en stelselmatige verwaarlozing die in deze inrichting volgde door het onthouden van verwarming, voedsel, zorg en hygiëne aan de patiënten, leidde tot uitgehongerde en extreem kwetsbare mensen die bij bosjes stierven aan longontsteking, tuberculose, dysenterie, tyfus en ondervoeding.
Ook in vele andere vaak overbevolkte inrichtingen stierven mensen in grote aantallen als gevolg van tekort aan voedsel, hygiëne, verwarming en zorg. Daar is echter, behalve misschien in Meer en Bosch in Heemstede waar sprake was van wangedrag en incompetentie van het NSB bestuur, geen opzettelijke en stelselmatige verwaarlozing aangetoond.

* * *


Who cares? Tentoonstelling in Museum van de geest (Amsterdam) over vergeten slachtoffers en verborgen helden binnen de psychiatrie en verstandelijke gehandicaptenzorg tijdens de oorlog. Tot 1 december 2024.



In 2024 voor het eerst aandacht voor oorlogslachtoffer in de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg tijdens 4 mei-herdenking
Namens de Nederlandse ggz en de VGN en op verzoek van de Stichting Vergeten Slachtoffers sprak Sandra Vermeulen op de herdenking van oorlogsslachtoffer op 4 mei 2024 een herinnering uit. Dat was voor het eerst dat er tijdens de nationale herdenking expliciet stil werd gestaan bij de oorlogslachtoffer in de geestelijke gezondheidszorg en gehandicaptenzorg.
De oma van Sandra Vermeulen verbleef tijdens de Tweede Wereldoorlog in zorginstelling Groot Graffel in Warnsveld waar zij in april 1945 stierf. Wat er met haar precies is gebeurd is nooit bekend geworden. Ook is er geen graf van haar. Dit heeft een enorme impact gehad op de familie waaronder de vader van Sandra.
Met deze herinnering willen de Nederlandse ggz en de VGN Neeltje en andere vergeten slachtoffers een gezicht en daarmee een plek in de geschiedenis geven. Het terugvinden van familie en het kennen van onbekende verhalen over mensen met extra kwetsbaarheid in zorgorganisaties ten tijde van de Tweede Wereldoorlog is maatschappelijk van groot belang. Zo wordt bij de nationale herdenking bijgedragen aan een inclusieve samenleving, toen en nu.

Publicatiedatum: 01-09-2012
Datum laatste wijziging :10-05-2024
Auteur(s): Agnes van Wijnen,
Verwante vensters
Extra Eugenetica en gedwongen sterilisatie
Eugenetica is het ‘wetenschappelijk onderzoek naar alle factoren waardoor de erfelijke eigenschappen van het menselijk ras verbeterd zouden kunnen worden’ (Van Dale). De eugenetische theorie die ten grondslag lag aan de sterilisatie- en uitmoordingspolitiek van de nazi’s ging onder andere terug op het geschrift Essai sur l’Inégalité des Races Humaines (1853) van de Franse schrijver Joseph Arthur de Gobineau. Ook het veel bekendere, zeven jaar later gepubliceerde werk van Charles Darwin, On the Origin of Species (1859) had grote invloed op het ontstaan van een beweging die zocht naar manieren om de ‘superieure rassen’ te vrijwaren van ‘degeneratie’ door vermenging met ‘inferieure typen en rassen’.
In diverse landen heeft dit geleid tot legalisering van gedwongen sterilisatie van ‘geesteszieken’ en verstandelijk gehandicapten. Als eerste in Verenigde Staten, waar in 1907 de staat Indiana een wet aannam die sterilisatie van psychiatrisch patiënten en ‘criminally insane’ toestond. Andere staten volgden dit voorbeeld. Vóór 1939 werden ruim 30.000 Amerikaanse burgers in 29 staten gedwongen gesteriliseerd op eugenetische gronden.
In Europa volgden het Zwitserse kanton Waadt in 1928, Denemarken in 1929, Duitsland in 1933, Noorwegen in 1934. Soortgelijke wetten werden ook in Zweden, Finland, Estland, IJsland, Cuba, Tsjecho-Slowakije, Joegoslavië, Letland, Hongarije en Turkije aangenomen.
Duitsland was echter het enige land ter wereld waar de politieke situatie een grootschalige uitvoering van de eugenetische theorie in de vorm van sterilisaties en moord (aangeduid met de term ‘euthanasie’) mogelijk maakte.

(Maarten van der Linde)

Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
  • PDF document Sander van Walsum (2017), Een lommerijk oord des doods.  Bespreking van het boek Vergeten slachtoffers. Zie: literatuur. Uit: de Volkskrant, 3 februari 2017.
Links
Video

YouTube, 21 januari 2013 | Herdenking Drama Apeldoornse Bosch
In Apeldoorn is maandag herdacht dat in 1943 bewoners en medewerkers van het psychiatrisch ziekenhuis het Apeldoornse Bosch werden weggevoerd. Tijdens de herdenking werden 1069 namen van slachtoffers bekendgemaakt. Die namen waren lange tijd onbekend, omdat de nazi’s geen lijsten bijhielden van de afgevoerde patiënten. De ruim 1000 patiënten en tientallen verplegers werden naar vernietigingskamp Auschwitz afgevoerd. Slechts 14 van hen overleefden de oorlog. De organisatie wil de namen van de slachtoffers vastleggen op een plaquette. Ook zijn de namen opgenomen in de database Een Naam en Gezicht van het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De namenlijst wordt toegevoegd aan het Digitaal Joods Monument en het Yad Vashem-museum in Israël.

YouTube, 14 december 2012 | Documentaire over Het Apeldoornsche Bosch.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste