Joop  Dondorp



Geadopteerd door:
Missie: mensen met een beperking ondersteunen om prettig te levenPHILADELPHIA

Joop Dondorp (1906 - 1996)


verstandelijke gehandicaptenzorg,


initiatiefnemer, drijvende kracht en vanaf het begin in 1956 tot 1974 voorzitter van Philadelphia, ’protestants christelijke vereniging van ouders en vrienden van het afwijkende kind’.


* * *

Philadelphia is met een omzet van bijna vierhonderdmiljoen euro één van de grootste zorgaanbieders in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Zonder de tomeloze inzet van oprichter en (gedurende 18 jaar) eerste voorzitter Joop Dondorp was het nooit zover gekomen.

Johannes Jacobus Dondorp werd op 16 oktober 1906 in Delft geboren in een Gereformeerd onderwijzersgezin. Zijn vader was hoofd van een MULO-school. Na de lagere school en de MULO (het gezin was inmiddels verhuisd naar Utrecht) was hij enige tijd werkzaam op een handelskantoor. Na een fusie kwam hij op straat te staan. Wat te doen? Op aandringen van zijn vader volgde hij de opleiding aan de christelijke kweekschool voor onderwijzers te Utrecht. Daar kwamen al meteen zijn leidinggevende capaciteiten naar voren: hij werd voorzitter van de leerlingenvereniging, later van de oud- leerlingen. Tevens was hij voorzitter van de Utrechtse Jongelingsvereniging ’Dr. Abram Kuyper’, een afdeling van de gereformeerde jongerenbeweging.

Buitengewoon onderwijs
In 1927 vond hij zijn eerste onderwijswerkkring bij een zogenaamde opleidingsschool, de Dr. H. Bavinckschool in Den Haag. Maar het gewone onderwijs trok hem helemaal niet zo. Zijn belangstelling ging vooral uit naar het Buitengewoon Onderwijs, dat begin jaren twintig een wettelijke grondslag had gekregen en zich – zij het vaak moeizaam – overal begon te ontwikkelen. In 1932 werd hij benoemd aan de enige christelijke school voor Buitengewoon Onderwijs in Amsterdam. Vlak voor aanvang van de Tweede Wereldoorlog volgde de stap naar een leidinggevende functie: hij werd aangesteld als hoofd van een nieuw op te richten school voor Buitengewoon Onderwijs in Gorinchem.

In 1949 vestigde hij zich in Hilversum, waar hij hoofd werd van de Wisseloordschool voor Christelijk Buitengewoon Lager Onderwijs. Ook was hij leraar wiskunde aan de christelijke avond-U.L.O. en aan de protestants- christelijke cursus tot opleiding van kleuterleidsters, waar hij Maatschappelijk Werk doceerde. Op zijn werkterrein bekleedde hij een groot aantal functies. In de Unie voor Christelijk Buitengewoon Onderwijs als hoofdbestuurslid, waaronder een aantal jaren het voorzitterschap. Hij zat in het bestuur van het Christelijk Pedagogisch Studiecentrum en was lid van de Staatscommissie inzake een nieuwe wettelijke regeling van het Buitengewoon Lager Onderwijs (B.L.O.).

Joop Dondorp was een alleskunner. Hij doceerde, hij bestuurde en hij redigeerde. Hij was vele jaren eindredacteur, zowel van een vakblad op zijn vakgebied (T-CBO: Tijdschrift voor Christelijk Buitengewoon Onderwijs) als van een periodiek voor het Christelijk Onderwijs School en Huis. In dit laatste tijdschrift verzorgde hij de rubriek ’Buitengewoon Onderwijs’. Het blad was bedoeld voor ouders en leerkrachten van christelijke scholen. Via zijn betrokkenheid bij het Buitengewoon Onderwijs, waar veel kinderen met een verstandelijke beperking op waren aangewezen, leerde hij ook de problemen van ouders kennen om goede zorg en ondersteuning te kunnen bieden aan hun gehandicapte kinderen.

Ouderverenigingen
Die ouders begonnen zich na de Tweede Wereldoorlog steeds meer te roeren. Tot op dat moment hadden ze weinig in de melk te brokkelen, zeker als hun kind was opgenomen in een inrichting, dan was er van inspraak geen sprake en mochten ze hooguit op bezoek komen. Uit Amerika kwam het nieuws over dat ouders zich daar hadden georganiseerd en daadwerkelijk dingen voor elkaar kregen. Dat leidde uiteindelijk tot de oprichting van ouderverenigingen in Nederland. Het begon met de oprichting van Helpt Elkander (1952, neutraal), de eerste oudervereniging. Joop Dondorp hoorde in 1956 bij de oprichters van Philadelphia (1956, protestant) en was de eerste voorzitter. In 1957 volgden ten slotte de katholieken met de oudervereniging Voor het zorgenkind.

Aanvankelijk ging het vooral om lotgenotencontact op levensbeschouwelijke grondslag: het delen van ervaringen met mensen met dezelfde achtergrond, namelijk het hebben van een kind met een verstandelijke beperking en het hebben van hetzelfde geloof. Joop Dondorp stimuleerde ouders om toch vooral hun wensen kenbaar te maken. Daaruit kwam naar voren dat ouders heel graag eens zonder hun kind op vakantie zouden willen. Uit die behoefte vloeide de landelijke actie ‘Een ton voor een mongooltje’ voort, die 90.000 gulden opbracht. Hiermee werd in 1962 locatie Dennenoord in Bennekom gekocht: het eerste kortverblijf (short stay) huis in Europa.

Al snel komen er in het hele land kleinschalige huizen van de grond, zowel voor mensen met een ernstige beperking als voor mensen met een lichtere beperking die overdag naar een dagverblijf of sociale werkplaats gaan. De ouderverenigingen speelden hierin een cruciale rol. Zij gaven de stoot tot de oprichting van gezinsvervangende tehuizen (GVT’s), een vorm van kleinschalige opvang avant la lettre. De eerste GVT’s werden al eind jaren vijftig opgericht, maar het aantal nam pas een grote vlucht toen in ze de jaren zeventig AWBZ-erkenning kregen, waardoor er een vaste geldbron werd aangeboord. Woonden er begin jaren zeventig in totaal nog maar 300 mensen in een GVT, in de jaren negentig liep dit aantal op tot ruim 15.000.

Onvrede ouders
De tehuizen kwamen voort uit een groeiend gevoel van onvrede van ouders met de grote intramurale instellingen. Die waren massaal en onpersoonlijk, ouders hadden er weinig over te zeggen en bovenal waren ze ver weg en diep verscholen in bossen of duinen ook nog eens moeilijk bereikbaar. Ze wilden hun kinderen dichtbij hebben, ze wilden ze kunnen bezoeken, ze wilden er wat over te vertellen hebben. Ze wilden hun kinderen ook zien opgroeien in een sfeer die aan een gezin deed denken, vandaar de naam: gezinsvervangende tehuizen, met een gezellige huiskamer en individuele slaapkamers. Joop Dondorp was hier een groot pleitbezorger van. Hij wist mensen op cruciale posten in de maatschappij bij zijn werk te betrekken. Hij hield toespraken voor de radio en doorkruiste het land om medestanders te winnen.

Zo ontstonden er langzaam maar zeker overal tehuizen waar aanvankelijk toch nog altijd een behoorlijk aantal kinderen verbleven: eerst zo’n 50, later de helft daarvan. Niet echt de grootte van een gezin, maar wel aanmerkelijk minder dan op de instellingsterreinen waar vele honderden kinderen naast ouderen met een verstandelijke beperking werden opgehoopt. Aanvankelijk kwamen de GVT’s doorgaans in verbouwde panden maar toen de AWBZ steeds ruiimhartiger te hulp schoot, konden ouderverenigingen steeds vaker de opdracht geven tot nieuwbouw. Het was in feite een klassieke vorm van particulier initiatief: ouders vormden het bestuur, die in een regio soms wel drie of vier tehuizen beheerde en waren dus de werkgever van het personeel op de locaties. Met de toegenomen compexiteit van de zorgfinanciering werd die constructie in de loop der jaren steeds moeilijker op te brengen en nam de landelijke organisatie steeds meer beheerstaken en organisatieverantwoordelijkheid op zich. Zo groeide Philadelphia tot de omvang die ze thans heeft.

Gouden speld
Joop Dondorp bleef vanaf het begin tot aan 1974 voorzitter van Philadelphia, voluit: Protestants Christelijke Vereniging van ouders en vrienden van het afwijkende kind ’Philadel­phia’. Hij ontving van de Vereniging de gouden Philadelphia-speld en werd bij zijn afscheid benoemd tot erevoorzitter. Toen de Vereniging verantwoordelijkheid nam voor zorgvoorzieningen werd er in 1961 een aparte beheersstichting opgericht, de Protestants-christelijke Stichting Philadelphia Tehuizen (later Voorzieningen, thans Zorg). Joop Dondorp werd daar de voorzitter van en bleef dat tot 1978. Deze Stichting is in feite de moeder van het huidige Philadelphia Zorg. In het jaar van zijn afscheid is , om zijn naam in ere te houden, het J. J. Dondorp Fonds opgericht., die tot eind van de eeuw heeft bestaan. Deze stichting had tot doel: het verlenen van ondersteuning aan de mensen met een handicap die wonen in de voorzieningen van de Stichting Philadelphia en de stimulering en verbreiding van (wetenschappelijke) kennis over de zorgverlening, waarvoor jaarlijks een congres werd georganiseerd. Joop Dondorp overleed op negentigjarige leeftijd in 1996.

Onderscheidingen
Voor zijn werk voor de ’minder bedeelde mens’ ontving Joop Dondorp verschillende officiële onderscheidingen. Als voorzitter van de Unie Christelijk Buitengewoon Onderwijs en als hoofd van de Christelijke School voor Buitengewoon Lage r Onderwijs te Hilversum, werd hij op 12 oktober 1962 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Bij besluit van 25 januari 1971 werd hij benoemd tot ereburger de gemeente Hilversum voor zijn landelijke en plaatselijke initiatieven voor het geestelijk gehandicapte kind en zijn ouders.

Philadephia nu
De Stichting Philadelphia Zorg is anno 2019 nog steeds een christelijke landelijke organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Op dat terrein is ze met een omzet die oploopt naar de vierhonderd miljoen euro één van de grootste zorgaanbieders van Nederland, met voorzieningen verspreid over heel Nederland. De zorg wordt geleverd op meer dan 500 kleinschalige locaties. Bij Philadelphia werken ongeveer 6.300 medewerkers voor ruim 7.500 cliënten in de verstandelijke gehandicaptenzorg. Meer informatie op de website van Philadelphia.

Met dank aan Bea Nijhof die in 1991 in een klein boekje de herinneringen van Joop Dondorp optekende. Klik hier voor de tekst.

Met de adoptie van Joop Dondorp heeft de Stichting Philapdelphia Zorg de productie van deze bijdrage, het Biografisch Portaal Sociaal Werk en de Eregalerij Markante Persoonlijkheden Sociaal Werk 20e Eeuw mede mogelijk gemaakt.


Publicatiedatum: 29-08-2019
Datum laatste wijziging :02-09-2019
Auteur(s): Jos van der Lans,
Links



design by Anne Van De Genachte / built by Dutchlion 2015