1969 Wervingsverdrag Nederland-Marokko
De komst van Marokkaanse gastarbeiders
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Op 14 mei 1969 tekenden Nederland en Marokko een ’wervingsverdrag’. Daarin werd afgesproken op welke manier Marokkaanse gastarbeiders naar Nederland konden komen en wat ze daarvoor terugkregen. Gastarbeiders werden in Marokko actief geworven door de Nederlandse overheid, die daar ter plekke een soort rekruteringsbureau voor had, dat zo blijkt uit verhalen en archiefbeelden bepaald niet vriendelijk te werk ging. Wie analfabeet was, gehuwd, ongeschoold of geen Frans sprak, kon onmiddellijk vertrekken: ‘Niet geaccepteerd’.

Overigens waren veel arbeidsmigranten al in de jaren voor de totstandkoming van het verdrag naar Nederland gekomen. Ze waren nodig vanwege de groeiende economie en de opbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Vooral jonge, getrouwde mannen uit de Rif, een gebied in het noorden van Marokko, kwamen om geld te verdienen voor het thuisfront. Eigenlijk zouden ze na een paar jaar werken teruggaan, maar dat liep anders. Veel mensen haalden hun gezin naar Nederland en bleven.

Een echt succes was het wervingsverdrag overigens niet: hooguit 4000 mensen kwamen via het rekruteringsbureau naar Nederland. Veel meer mensen, zoals Hilversummer Mohammed Salhi, kozen een eigen weg en kwamen via Spanje, Frankrijk en België hiernaartoe. Dat gebeurde vaak ook al voor 1969. Vijftig jaar later wonen er bijna 400.000 mensen met een Marokkaanse migratie-achtergrond, aldus cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 170.000 van hen zijn van de eerste generatie Marokkanen.

Salhi kwam in 1966, nog voor het verdrag, naar Nederland voor werk in een metaalfabriek. Hij was toen 20 jaar. ‘Er was in Marokko heel weinig werk’, vertelt hij. ‘Ik was het enige kind thuis, kwam van school en vond het heel moeilijk om werk te vinden. Mensen in mijn dorp zeiden: ga naar Nederland.’ Hij kon met zijn baan zelf geld verdienen en bovendien zijn ouders in Marokko onderhouden. ‘Ik dacht: ik ga twee of drie jaar werken in Nederland en dan weer terug. Maar het werden steeds meer jaren’, vertelt Salhi. ‘Nu zou ik niet meer terug willen. Ik heb kleinkinderen hier, ik ken niemand meer in Marokko.’

De actieve werving van gastarbeiders werd in 1973 door het kabinet-Den Uyl gestaakt; het wervingsverdrag werd gestopt. De Nederlandse economie stagneerde, het werk van de arbeidsmigranten was niet meer nodig. Dat wil niet zeggen dat de toename van het aantal mensen met een Marokkaanse achtergrond in Nederland ook stagneerde. De gezinshereniging kwam daarna pas echt op gang. Ook Mina, de vrouw van Salhi, met wie hij na zijn komst in Nederland in Marokko trouwde, kwam jaren later over. ‘Het is hier heel goed’, zegt zijn vrouw Mina. ‘Toen ik in 1980 hier kwam, waren er helemaal geen Marokkaanse vrouwen. Als je iemand Marokkaans hoorde praten op straat dan dacht je: oh, deze vrouw is ook Marokkaans.’

Inmiddels zijn er al heel wat generaties ná Mohammed Salhi in de familie. Zijn zoon Jaouad werd geboren in Nederland en groeide op in een totaal andere wereld dan zijn vader. Geen boottocht, niet een nieuwe taal hoeven leren. ‘Ik heb de verhalen van hem wel gehoord, dat was een hele gekke periode. Je komt in een vreemd land met andere normen en waarden.’ En ook de zoon van Jaouad, Rayan, heeft een heel ander beeld van de wereld dan zijn opa. ‘Vooral dat hij twaalf jaar lang alleen in Nederland was, ging werken en geld verdienen. En dat hij toch een huis heeft gekocht. Dat hij dat heeft bereikt.’ Jaouad heeft een goede baan, Rayan krijgt ‘alles van zijn ouders’ wat hij maar wil. ‘Ik ben hierheen gekomen zodat mijn kinderen heel goed kunnen leven’, zegt Mohammed terugkijkend. ‘Nu heeft iedereen goede banen, goed geleerd. Mijn kinderen doen het goed, verdienen goed.’

De familie heeft de band met Marokko niet verloren. Zowel Mohammed, Jaouad als Rayan hebben die. ‘Ik voel me Nederlands’, zegt Rayan. ‘Maar soms voel ik mij ook nog wel Marokkaans. We gaan in de zomervakantie altijd terug.’ Zijn vader Jaouad, telg van de tweede generatie dus, wil na zijn pensionering alsnog naar het land. ‘Ik heb het gevoel dat ik daar thuishoor. Als ik daar op vakantie ga, dan voel ik mij ook thuis. Ik voel me wat vrijer.’

Maar eerste-generatie-migrant Mohammed daarentegen wil niet terug. ‘Ik leef liever hier. Het is moeilijk om daar te leven. Ik heb er geen vrienden, geen familie. Ik kan niet meer in Marokko wonen. Echt niet. Het is wel je moederland, maar meer niet.’ Dat vindt zijn vrouw Mina ook. ‘Het blijft altijd je eigen land. Maar dit voelt thuis. Ik ben hier gewend.’

Dit venster is een lichte bewerking van de reportage die de NOS maakte ter gelegenheid van het feit dat het vijftig jaar geleden was dat het wervingsverdrag werd ondertekend. Klik voor de originele tekst hier.

Publicatiedatum: 15-05-2019
Datum laatste wijziging :00-00-0000
Literatuur
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste