2011 Burgerkracht en wijkteams
Gezocht: professionals met samenlevingsopbouwgenen
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Toen Nico de Boer en Jos van der Lans begin 2011 klaar waren met hun essay over de toekomst van het welzijnswerk dat ze in opdracht van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling hadden geschreven, zochten ze een tot de verbeelding sprekende titel. Dat wilde niet echt lukken, tot Nico de Boer suggereerde om Burgerkracht boven het verhaal te zetten. Het woord bestond weliswaar niet, googlen leverde alleen treffers op over een Mexicaanse bevrijdingsbeweging, dus origineler kon bijna niet. Bovendien drukte het goed uit wat de auteurs wilden zeggen: burgers zouden zelf sturing moeten geven aan het welzijnswerk. Zo kwam het woord op de voorpagina van het essay en nog geen twee jaar later stond het in nagenoeg elke beleidsnota over het sociaal domein.

Revival samenlevingsopbouw
De gedachtegang achter de term burgerkracht sluit goed aan bij de al langer bestaande kritiek op de verzorgingsstaat. Deze zou mensen te zeer afhankelijk maken en hen de regie over hun eigen leven grotendeels ontnemen. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning in 2007 ademde deze geest al uit. Voortaan moesten alle zorg- en welzijnsprofessionals anders gaan werken. Dit noemde men toepasselijk: welzijn nieuwe stijl noemde. Deze “kanteling” - van het minder van overheidswege zorgen voor mensen (pamperen) naar het meer stimuleren dat zijzelf in beweging komen - was toen vooral nog een benadering die opgang deed in het werkveld.
Deze nieuwe denkwijze kwam in een stroomversnelling nadat Koning Willem-Alexander in de troonrede van 2013 de term participatiesamenleving muntte. Namens het kabinet riep hij alle Nederlanders op om zoveel mogelijk mee te doen in de samenleving en beter naar elkaar om te kijken. Deze, voor veel Nederlanders nieuwe, term riep maatschappelijke weerstand op. Verworvenheden als individuele keuzevrijheid en onafhankelijkheid (van elkaar) werden nog steeds als een groot goed gezien. Veelvoorkomende reacties waren dan ook: “Moet ik dan nog meer doen? Ik doe al genoeg!” En: “Ik ga toch niet mijn buurvrouw douchen en aankleden!”

In de volksmond werd de term participatiesamenleving hierom vaak in één adem genoemd met bezuinigingen. Dit werd versterkt door de in 2015 ingevoerde decentralisatie waardoor gemeenten veel meer zelf verantwoordelijk werden voor de activering en ondersteuning van hun burgers. De grote vraag was vooral: hoe kunnen we verborgen kracht van burgers (en de hen omringende sociale netwerken) beter zichtbaar maken en benutten?

Dit was precies de vraag die De Boer en Van der Lans zich in hun essay Burgerkracht stelden. Zij pleitten voor welzijnswerk dat niet in opdracht van de overheid werkt of op een markt opereert, maar dat zich ten dienste stelt van de burgers in de wijken. Niet toevallig correspondeert dit met de discussie die in de jaren zeventig door en over opbouwwerkers werd gevoerd: zijn ze van de gemeente of voor de bewoners?

Grondhouding
De decentralisaties die vanaf 1 januari 2015 een feit waren, leidden vrijwel overal tot het oprichten van sociale wijkteams waarin ondersteuning op maat en dichtbij de mensen wordt geboden. Ideaaltypisch zijn deze teams een productieve samenwerkingsvorm van verschillende typen individuele hulpverleners en wijkwerkers. Het idee erachter is dat de betrokken professionals elkaar in hun expertise versterken, waardoor iedereen goed weet wat er in de buurt speelt en gepaste actie kan worden ondernemen.

Dit is een mooie gedachte maar in veel gevallen is de realiteit anders. De signalen uit het hele land zijn dat de hoge werkdruk en de groeiende caseload zorgen dat teamleden zich fixeren op wat ze goed kunnen en waar ze zich vertrouwd bij voelen: ouderwets hulpverlenen, in plaats van het aansluiten bij de mensen en hun omgeving, het signaleren van “wat leeft” op straat en in buurten en daar vervolgens samen met de bewoners mee aan de slag gaan.

Er is, met andere woorden, voor het realiseren van duurzamere ondersteuning van mensen in buurten en wijken op zowel individueel als collectief niveau, een structureel tekort aan samenlevingsopbouw-DNA. Natuurlijk blijven professionals met hun verschillende deskundigheden hard nodig, maar waar het om gaat is dat de grondhouding van deze professionals moet veranderen. Wanneer wijkprofessionals vragen die binnenkomen óók bekijken vanuit de grondhouding die past bij de uitgangspositie van samenlevingsopbouw (vertrouwen in de buurt en elkaar, kennis van de wijk etc.) sluiten ze al veel meer aan bij de belevingswereld en de kracht van de bewoners.

Niet wat, maar wie
Het is dus zaak dat de jeugdhulpverlener die bij een gezin thuis komt ook weet dat de jongere die ondersteuning krijgt ‘s avonds op het plein hangt en veel overlast veroorzaakt. Maar tegelijkertijd is het ook goed om te weten dat diezelfde jongen elke week boodschappen haalt voor zijn zieke overbuurvrouw. Open oog hebben voor de gehele leefwereld van een persoon is belangrijk om de juiste ondersteuning te bieden. Het gesprek zou dus niet alleen met de jongere en zijn ouders gevoerd moeten worden, ook met buren die de overlast ervaren en ook met de zieke buurvrouw voor wie de boodschappen gehaald worden. Doel is om een goed beeld te krijgen niet alleen van de problematiek maar juist ook van de kansen die er zijn. Deze context- en netwerkgerichte manier van denken en werken kan worden getypeerd als ‘samenlevingsopbouw op microniveau’.

Het is ook een vorm van werken en denken die gelijkwaardige samenwerking tussen verschillende soorten sociale professionals veronderstelt. Waar nu meestal de vraag ‘wat kan jou helpen?’ centraal staat zou veel meer de vraag ‘wie kan jou helpen?’ centraal moeten staan. Dit maakt duidelijk dat de meerwaarde van samenlevingsopbouw niet alleen moet komen vanuit de beroepen die hier al van oudsher mee bezig zijn, zoals de opbouw- of buurtwerker. Om daadwerkelijk een structurele en duurzame ondersteuning te kunnen bieden, zouden alle professionals in het sociaal domein meer op zoek moeten gaan naar hun samenlevingsopbouwgenen.

Publicatiedatum: 14-11-2019
Datum laatste wijziging :27-02-2020
Auteur(s): Evert Dagelet,
Verwante vensters
Literatuur
Links
Bewegende beelden

YouTube/OMOOC - september 2014 | Digitaal college van publicist / cultuurpsycholoog Jos van der Lans over de geschiedenis van de verzorgingsstaat, de decentralisaties en de participatiesamenleving.

YouTube, 6 februari 2020 | Registratie van de Participatielezing 2020, waarin Jos van der Lans de Canon samenlevingsopbouw presenteert. De tekst van de lezing is onder de titel De marktwerking voorbij. Samenlevingsopbouw in de 21e eeuw verkrijgbaar bij Movisie.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste