Tirannie in de jeugdzorg René Clarijs
Tirannie in de jeugdzorg
Een onderzoek naar de mogelijkheden van beleidsveranderingen

SWP, Amsterdam, 2013
ISBN 9789088504846
€ 59.90
Bestellen
    overzicht   volgende   laatste
De Nederlandse jeugdzorg zit in een impasse. Al decennia worden er (sterk op elkaar gelijkende) pogingen gedaan om het systeem beter in elkaar te steken, maar dat wil maar niet lukken. Het is maar de vraag of de komende decentralisatie daar een keer ten goede in zal betekenen. René Clarijs volgde de afgelopen decennia als onderzoeker, adviseur en hoofdredacteur van het tijdschrift Jeugdbeleid al die pogingen op de voet. Bovendien ging hij met grote regelmaat naar het buitenland om daar te kijken hoe jeugdzorg beter kan. Al die kennis en ervaring heeft hij gebundeld in zijn vuistdikke en rijke proefschrift ‘Tirannie in de jeugdzorg’.
Clarijs ziet het jeugdbeleid nadrukkelijk als onderdeel van de publieke dienstverlening en dus in de driehoek tussen staat, markt en burger. Met name de staat drukt daar een machtig stempel op. Clarijs constateert met lede ogen dat ‘…de burger wel betrokken wordt maar dat deze ver af zit van het punt van (mee)beslissen – laat staan zelfbeheer. Het Nederlandse beleid laat in the citizens sector […] een enorm reservoir aan kennis en ervaring liggen. (p77)
Dat jeugdzorgbeleid ontleedt hij met de begrippen ‘hybriditeit’ en ‘padafhankelijkheid’. Het eerste drukt uit dat er bij dat beleid altijd zeer veel actoren betrokken zijn geweest, het tweede dat daardoor automatismen zijn ingesleten waar we maar moeilijk los van komen. De analyse van de totstandkoming van het jeugdzorgbeleid levert kostelijk leeswerk op, deels door Clarijs’ enorme feitenkennis, deels door zijn ironische ondertoon. Toppunt is wel zijn historisch overzicht van de negen (!) commissies die zich sinds de Tweede Wereldoorlog kweten van de taak de jeugdzorg op een andere leest te schoeien, doorgaans met veel mannen maar zonder enig aanwijsbaar resultaat: de machine denderde onstuitbaar door op zijn eenmaal gekozen pad.
Het siert Clarijs dat hij het niet laat bij een bloemlezing van decennia machteloosheid, maar ook oplossingen aandraagt. Daarbij ziet hij zichzelf niet als een tiende commissie: hij komt niet met alternatieven maar met aanvullingen uit het buitenland. In concreto zijn dat de Russische ‘paleizen voor kinderen en jongeren’ (een benijdenswaardige vorm van nonformele educatie) en de Amerikaanse praktijk van result based accountability (waarbij burgers zelf doelen en middelen van lokaal sociaal beleid bepalen). Elders in zijn boek doet hij nog een derde suggestie: een andere organisatorische leest voor de instellingen, namelijk als maatschappelijke onderneming, in de verwachting dat ‘instellingen voor jeugdzorg zich minder exclusief zullen gaan richten naar de subsidiërende overheden (die tot op heden de sector domineren) ten gunste van de burger’ (p150).
Clarijs draagt met zijn proefschrift prachtig materiaal aan voor een kritische reflectie over jeugd(zorg)beleid. Zelf noemt hij het in zijn inleiding ‘beargumenteerd barricademateriaal’ (p12). Door zijn neiging tot ironie is het echter niet helemaal duidelijk waarvoor of tegen die barricades moeten worden opgetrokken. Het proefschrift draagt als ondertitel ‘een onderzoek naar de mogelijkheden van beleidsveranderingen’ maar juist over die mogelijkheden is Clarijs niet erg duidelijk. Wordt het ooit nog wat met de jeugdzorg? Vergroot de nieuwe Jeugdwet de kans op vernieuwing meer dan die negen naoorlogse commissies deden? Ook de potige term ‘tirannie’ blijft onduidelijk. Is het wel tirannie? Of is het veeleer stagnatie?
Dan nog een tip voor de lezer. In de inleiding schrijft Clarijs: ‘Degene die een mening wil hebben over dit onderzoek is genoodzaakt de gehele tekst inclusief de noten te lezen.’ Dat lijkt een ultieme arrogantie maar het is waar: de 786 noten (die met elkaar 160 pagina’s beslaan) zijn een geweldige bonus.

Nico de Boer

Deze recensie verscheen ook in Tijdschrift voor sociale vraagstukken, juni 2014, p. 64.

René Clarijs (bestuurskundige, neerlandicus, bedrijfskundige) is zelfstandig gevestigd onderzoeker, publicist, hoofdredacteur van het tijdschrift Jeugdbeleid, consultant en part-time verbonden aan de Academy for Public Change.


Speciale aandacht voor het historisch overzicht van alle commissies (en dat zijn er veel) die zich met de verandering van de jeugdhulpverlening hebben bezig gehouden.

    overzicht   volgende   laatste