1972 Johannes Hattinga Verschure
De uitvinder van de mantelzorg
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Na de tweede wereldoorlog ging het economisch goed met Nederland. Het was een tijd waarin de welvaart steeg, er steeds meer medische problemen verholpen konden worden door professionele zorgverleners vanwege toegenomen kennis op het gebied van de natuurwetenschappen. Het is ook een tijd waarin zich steeds meer mannen en zeker ook vrouwen op de arbeidsmarkt begaven. Al deze ontwikkelingen maken dat het aantal professionele zorgvoorzieningen een sterke stijging vertonen. Rond de jaren 60 en 70 begint er echter kritiek te ontstaan op de Nederlandse verzorgingsstaat. Er ontspint zich een discussie over waar de grenzen van professionele zorg nu eigenlijk liggen. Niet alleen in technisch opzicht, maar ook wat betreft de kosten. Wil de zorg op de langere termijn nog betaalbaar blijven, zo luidt de kritiek, dan zal de zorg anders ingericht moeten worden. Niet alleen qua structuur, maar zeker ook voor wat betreft de Nederlandse zorgcultuur. In onze samenleving zal er met andere woorden weer meer voor elkaar gezorgd moeten worden.

Eén van de warme pleitbezorgers van het terug in balans brengen van professionele zorg met zelfzorg en zorg voor en door anderen is prof. dr. Johannes Hattinga-Verschure (1914-2006). Hij stelt dat mensen te veel zijn gaan vertrouwen en leunen op professionele zorg en zich steeds minder zijn gaan richten op hun eigen aandeel en verantwoordelijkheid voor hun gezondheid. In Het verschijnsel zorg: een inleiding tot de zorgkunde (1977) werkt Hattinga- Verschure het begrip zorg helemaal uit. Hij werkt er ook het begrip mantelzorg verder uit, in aanvulling op een eerdere publicatie uit 1972 waar de term mantelzorg voor het eerst gebruikt wordt: de zorg die als vanzelfsprekend aan elkaar gegeven wordt.

Hatting-Verschure studeerde zowel chemie als geneeskunde. Na zijn studies gaat hij aan de slag als specialist inwendige geneeskunde en later als hoofd van het klinisch laboratorium in Utrecht. Doordat hij steeds meer mensen ontmoet die niet gelukkig waren met de toenmalgie zorgverlening ging hij zich verdiepen in de vraag wat “het wezen van de zorg” nu precies is. Ons leven is doorspekt van zorg geven en zorg ontvangen. Denk hierbij niet alleen aan zorgen voor je eigen maaltijd en inkomen, aan zorgen voor je kinderen, en aan de zorg die je van je partner ontvangt als je griep hebt, maar ook aan het verlenen van langdurige zorg aan een chronisch ziek familielid of iemand met een beperking. Pas boven de laag van deze individuele zorg bevindt zich een collectieve laag van professionele zorg. Van die collectieve zorg zou je alleen gebruik mogen maken als je zelf niet meer in staat bent tot individuele zorg, aldus Hattinga- Verschure.

In zijn denken neemt de zorg aan anderen een belangrijke plaats in. Hij noemt dit mantelzorg. Dit betreft zorg die mensen verwarmt omdat ze elkaar er als een mantel mee omgeven. Volgens Hattinga-Verschure is mantelzorg “alle zorg die genoten in een klein sociaal netwerk aan elkaar gegeven op basis van vanzelfsprekendheid en bereidheid tot wederkerigheid.” (1987: 92). Kenmerkend aan mantelzorg is dat de lijnen tussen de betrokken kort zijn en dat een individu zowel zorgverlener als zorgontvanger kan zijn.

In 2007 wordt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) geïntroduceerd. De ideeën van Hattinga-Verschure zijn in die wet nog heel duidelijk terug te vinden en blijken nog steeds erg actueel. Hattinga Verschure had een aantal aanbevelingen om zelfzorg te ondersteunen: versterk zelfzorg door te investeren in motivatie, gewoonten, informatievaardigheden van mensen; versterk mantelzorg door niet alleen te kijken naar de omvang van iemands netwerk, maar ook naar de competentie ervan; breng professionele zorg terug in de juiste proporties, maak zorginstellingen kleinschaliger en investeer eerder in thuiszorg om zelfzorg en mantelzorg te ondersteunen dan in nog meer intramurale instellingen. Momenteel wordt gezocht naar manieren om professionele zorg de mantelzorg zo goed mogelijk te stimuleren en faciliteren. Denk hierbij aan mantelzorgmaatjes, het aanbieden van respijtzorg en methodieken als natuurlijk een netwerkcoach.

In de zomer van 2013 ontstaat discussie over de grenzen van de maakbaarheid van mantelzorg als zorgorganisatie Vierstroom ongeveer 4 uur mantelzorg per maand 'verplicht' stelt in al haar residentiële voorzieningen. Staatssecretaris van Rijn vindt het een prima experiment, Mezzo vindt het een onzalig plan. Mantelzorg moet men graag doen, of niet.

Publicatiedatum: 19-07-2012
Datum laatste wijziging :25-07-2015
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste