2008 Start mannenopvang
Vrouwenopvang biedt hulp aan mannelijke slachtoffers van huiselijk geweld
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
“Cliënt is na een hoog opgelopen ruzie, waarbij zijn vrouw hem met een mes diverse malen in zijn handen heeft gesneden, naar het ziekenhuis gegaan voor verzorging van zijn wonden. Hierna heeft hij aangifte gedaan bij de politie van mishandeling. Via de politie is hij bij de mannenopvang terechtgekomen.’

In 2008 startten de vier grote gemeenten (G4: Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) een pilot mannenopvang. Voor het eerst in de geschiedenis kwam er opvang voor mannelijke slachtoffers van geweld. De directe aanleiding waren signalen dat mannen slachtoffer konden worden van eergerelateerd geweld. Voor hen was geen veilige opvangplek beschikbaar in de vrouwenopvang of maatschappelijke opvang. De pilot bleek succesvol en de mannenopvang werd een structureel onderdeel van het aanbod van de vrouwenopvang. In de periode 2013 – 2018 werden meer dan negenhonderd mannen opgevangen. De meeste mannen hadden een leeftijd van tussen de 19 en 55 jaar. De mannenopvang werd in 2017 uitgebreid met nieuwe locaties in Zwolle en Tilburg. Op die manier werd de landelijke spreiding verbeterd.

Geweld tegen mannen niet gelijk aan geweld tegen vrouwen
De aandacht voor mannenmishandeling heeft aanleiding gegeven tot discussies bij deskundigen. Het WODC deed in 2011 onderzoek naar huiselijk geweld. Eén van de uitkomsten was dat 40% van de slachtoffers van evident huiselijk geweld een man is. De vrouwenbeweging reageerde bezorgd: alsof het geweld tegen vrouwen hetzelfde zou zijn als geweld tegen mannen. Daarnaast dat mensen zouden denken dat de meeste mannelijke slachtoffers door vrouwen zouden zijn mishandeld. Uit later onderzoek bleek dat bij geweld tegen mannen de pleger vaker een man is dan een vrouw, zoals een broer, vader of mannelijke partner. Vrouwen zijn vaker slachtoffer van ernstige fysiek geweld dat langdurig aan kan houden met grote traumatische gevolgen. Vanuit de wetenschap kwam ook kritiek. Wetenschappers die bij hun onderzoek rekening houden met genderaspecten bij huiselijk geweld vonden dat het WODC al vooraf teveel was uitgegaan van vergelijkbaar gedrag van mannen en vrouwen: in veel relaties is nu eenmaal sprake van onderling geweld. Zij misten de sociale, historische en politieke context van structurele genderongelijkheid en machtsverschillen die in het voordeel van mannen werken. Deze wetenschappers kregen later steun vanuit Europa toen bij de evaluatie van het Istanbul verdrag Nederland het verwijt kreeg in haar genderneutraliteit haar verplichting tot ontwikkeling van gendersensitief beleid onvoldoende nakomt.

Doel en uitgangspunten
Deze discussies deden niets af aan de gebleken noodzaak tot hulp aan mannen die geweld hebben ervaren. Doelstelling van de mannenopvang is dat de mannen weer een zelfstandig leven kunnen gaan leiden zonder geweld. De instellingen beschikken over brede expertise op het terrein van homohulpverlening, eergerelateerd geweld, mensenhandel en psychiatrie. Vanaf de start van de mannenopvang is gewerkt aan een duurzaam en landelijk dekkend opvangsysteem om de gevluchte mannen een veilig onderkomen en hulp te bieden. Een belangrijk uitgangspunt is dat de mannenopvang net als de vrouwenopvang landelijk toegankelijk is. Dit betekent dat ook mannen van buiten de plaats waar de opvang is gevestigd, opgevangen kunnen worden.(zie Extra).

Kenmerken van het geweld
Net als bij de vrouwenopvang is het geweld bij de mannenopvang niet eenduidig. Van alle cliënten is ruim 55% slachtoffer van huiselijk geweld. Daarna volgt eergerelateerd geweld en mensenhandel (ieder ca. 20%). Dreiging voor geweld bij homoseksualiteit is vaak verbonden aan eergerelateerd geweld. Het soort huiselijk geweld varieert. Het kan gaan om slaan en schoppen, maar ook psychisch geweld zoals het plaatsen van venijnige opmerkingen tot het opsluiten in een ruimte in huis en het bedreigen met de dood. Het seksueel geweld bestaat uit gedwongen seks met de (ex-)partner, gedwongen seks met een huisvriend of gedwongen prostitutie. Bij eergerelateerd geweld gaat het vaak om problemen als gevolg van homoseksualiteit die in bepaalde culturen door de familie niet wordt geaccepteerd. Slachtoffers van mensenhandel vormen een aparte doelgroep. Zij zijn vaak slachtoffer van financiële uitbuiting of gedwongen prostitutie. De meeste slachtoffers hebben geen geldige verblijfstatus of enkel een voorlopige verblijfstatus op basis van een arbeidscontract. Het doorlopen van de procedures voor de verblijfstatus neemt veel tijd in beslag. Overigens bleek uit onderzoek dat de problematiek bij de mannen niet altijd zo netjes onder te verdelen valt. Dacht men bij de intake te maken hebben met een slachtoffer van eergerelateerd geweld, tijdens de opvang was het meer een vorm van huiselijk geweld. De herkomst van de cliënten is zeer divers. In de afgelopen jaren waren in de mannenopvang ca 30 etniciteiten vertegenwoordigd, waarbij de Nederlandse, Marokkaanse, Turkse, Surinaamse en Somalische achtergrond het hoogst scoorden.

Hulpaanbod
Veel slachtoffers zijn ernstig getraumatiseerd en het herstel kan lang duren. Extra zorg en aandacht wordt besteed aan vaderschap als er kinderen bij betrokken zijn. Ieder kind heeft recht op beide ouders. Indien mogelijk worden daarom de partners expliciet betrokken ook als er sprake was van ernstig huiselijk geweld zoals stalking/bedreiging of complexe scheidingen. Specifieke aandacht wordt besteed aan het aansluiten van de hulpverlening op de leefwereld van de LHBTIQ+ doelgroep. Om het nog steeds heersende taboe op mannenmishandeling te doorbreken, worden mannen gestimuleerd om over hun geweldervaringen te praten. In 2023 is een (maandelijkse) online lotgenotengroep gestart voor mannen die in contact willen komen met andere mannen die huiselijk geweld hebben meegemaakt. Mannen kunnen zich via een landelijk nummer (0800 – 31 000 31) aanmelden voor de mannenopvang.

Publicatiedatum: 16-09-2023
Datum laatste wijziging :16-09-2023
Auteur(s): Johan Gortworst,
Verwante vensters
Extra Landelijke toegankelijkheid
De landelijke toegankelijkheid is een van de kroonjuwelen van de vrouwenopvang. Het houdt in dat slachtoffers van huiselijk geweld in acuut gevaar in elke centrumgemeente een beroep kunnen doen op de vrouwenopvang. Het is het fundament waarop de vrouwenopvang onderling samenwerkt en zo een landelijk stelsel vormt. De minister is eindverantwoordelijke voor dit stelsel. In situaties van (levens)gevaar nemen de instellingen cliënten van elkaar over. De gemeenten morgen in die gevallen de toegang tot de vrouwenopvang niet weigeren. Gemiddeld 25% van de cliënten komt uit een andere gemeente. Het liefst wil de vrouwenopvang verhuizing naar een andere stad voorkomen en doet er alles aan om opvang in de eigen regio te regelen. De mannenopvang valt ook onder deze landelijke toegankelijkheid. Het is de sector gelukt om bij elke wetswijziging (van Welzijnswet 1994 tot en met de Wmo 2015) deze bepaling in de wet te verankeren. Voor maatschappelijke opvang geldt de landelijke toegankelijkheid ook. Hier geldt dat de gemeente, waar iemand hulp zoekt, verantwoordelijk is voor de eerste opvang. Daarna wordt onderzocht in welke gemeente de cliënt het beste geholpen kan worden en volgt eventueel een warme overdracht. Dit heet ‘regiobinding.’
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste