NIEUW
Verwante vensters
1916 John Dewey
Kampioen van de participatieve democratie
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

John Dewey (1859-1952) is onbetwist de belangrijkste Noord-Amerikaanse filosoof en pedagoog van de twintigste eeuw. Hij is een wereldwijd bekende naam op het gebied van de filosofie, de pedagogiek en de theorie van de participatieve democratie. Hij werd in 1859 geboren in Vermont, een van de oostelijke staten van de VS. Na een studie filosofie ging hij werken als leraar en later hoogleraar aan verschillende universiteiten. Zijn denkbeelden waren toen nog van Hegeliaanse en Duits-idealistische signatuur. Vanaf de jaren 1890 ontwikkelt hij zich in de richting van het pragmatisme, de filosofische stroming waartoe ook zijn tijdgenoten Henry James en George Herbert Mead worden gerekend. Het gaat Dewey om de concrete, materiële werkelijkheid, de praxis, waarin mensen handelen. Een blauwdruk hiervan verschijnt al in 1896 met het artikel ‘The reflex-arc concent in psychology’ dat afrekent met het gebruikelijke stimulus-respons schema van het handelen en in plaats daarvan de voortdurende transacties tussen mens en omgeving postuleert.

Van 1894 tot 1904 was Dewey nauw verbonden met een pedagogisch experiment, de zogenoemde ‘laboratoriumschool’ aan de Universiteit van Chicago. Dewey probeerde op deze lagere school zijn nieuwe, transactionele handelingspsychologie uit. De leerlingen kregen niet de standaardvakken maar verschillende leerinhouden in de samenhang van een ‘project’. Dewey nam afstand van de ‘luisterschool’ door kinderen actief te laten ontdekken en onderzoeken, binnen en buiten de school. Dit experiment is nog altijd een van de meest sprekende voorbeelden van de reformpedagogiek of ‘progressive education’. In dezelfde tijd was Dewey ook verbonden aan het werk van Jane Addams in Hull House, hij gaf er Griekse les. Dewey ontwikkelde zich in deze jaren tot een sociaal pedagoog die opvoeding en onderwijs niet alleen vanuit individueel perspectief bestudeerde maar ook vanuit maatschappelijk.

Na 1904 ging Dewey werken aan Teachers College van de Columbia University in Chicago. In 1916 bracht hij zijn opvoedingsfilosofische inzichten bijeen in de klassieker Democracy & Education. In de jaren 20 en 30 ontwikkelde Dewey zich tot politiek filosoof en gaf hij zich rekenschap van de implicaties voor het alledaagse leven van de enorme omwentelingen in de technologie en de economie. Hij was enthousiast over de vele nieuwe mogelijkheden maar bezorgd over het teloorgaan van kleine samenlevingsverbanden. De Great Community dreigde te worden verstoten door de Great Society. In de school zag hij nog altijd een plek waar generaties bijeen komen en waar kinderen worden voorbereid op democratisch burgerschap.

Naast politieke filosofie beoefende Dewey ook psychologie, kennistheorie, ethiek, esthetiek en andere disciplines. Binnen elk daarvan schreef hij minstens een boek en vele essays. Zijn grote oeuvre op al deze gebieden wordt bijeengehouden door een naturalistische theorie van de menselijke ervaring. In de voortdurende transacties tussen de mens en de natuur en mensen onderling doen zij vormende ervaringen op waarvan zij kunnen leren. Kinderen worden opgevoed doordat zij door volwassenen worden betrokken bij zinvolle, vormende activiteiten. Dewey gebruikt hiervoor de term participatie. Door middel van participatie en communicatie worden kinderen ingeleid in de cultuur. Dewey overleed in 1952 op hoge leeftijd in New York. Zijn werk staat nog altijd zeer in de belangstelling.

Dewey kiest een brede, sociaal georiënteerde insteek op opvoeding, vorming en welzijn. Daarin gaat het niet om ‘het kind’, ‘de cliënt’ of ’de burger’ als abstractie, maar om de ervaren transacties tussen individuen en hun sociale omgeving. In die transacties treedt de opvoeder of begeleider op als ‘bemiddelaar’, als meerwetende ander die helpt bij het greep krijgen op de situatie. De intensieve communicatie waarmee dit gepaard gaat is evenwel geen garantie op succes. Met het neo-republikeinse idee dat het samenleven van mensen steeds opnieuw moet worden uitgevonden en geconstitueerd, neemt Dewey afstand van zowel het doorgeslagen neo-liberaal individualisme en het evenzeer doorgeslagen communitarisme.

Publicatiedatum: 10-06-2009
Datum laatste wijziging :27-04-2016
Auteur(s): Joop Berding,
Verwante vensters
Extra Beknopte bibliografie
Dewey, J. (1910). How We Think . New York: Dover Publications.
Dewey, J. (1916). Democracy and Education. An Introduction to the Philosophy of Education. New York: MacMillan.
Dewey, J. (1922). Human Nature and Conduct. New York: Henry Holt.
Dewey, J. (1927). The Public and its Problems. New York: Henry Holt.
Dewey, J. (1929). Experience and Nature. New York: Dover Publications.
Dewey, J. (1929). School en maatschappij. Vertaling Tj. De Boer. Groningen & Den Haag: Wolters. (Oorspronkelijk The School and Society, 1899/1915) .
Dewey, J. (1929). The Quest for Certainty. New York: Putnam’s Sons.
Dewey, J. (1938). Logic. The Theory of Inquiry. New York: Henry Holt.
Dewey, J. (1999). Ervaring en opvoeding. Vertaald en ingeleid door G. Biesta en S. Miedema.
Houten & Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum. (Oorspronkelijk Experience and Education, 1938).

Verder studeren
Literatuur
  • Joop Berding (1999), De participatiepedagogiek van John Dewey. Opvoeding, ervaring en curriculum.  Leiden: DSWO Press. (proefschrift)
  • Externe link Joop Berding (vertaling, inleiding en toelichtingen), (2011), John Dewey over opvoeding, onderwijs en burgerschap. Een keuze uit zijn werk. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
  • Gert J. Biesta, (1992), John Dewey. Theorie en praktijk Delft: Eburon. (proefschrift)
  • G. Dykhuizen, (1973), The Life and Mind of John Dewey. Carbondale & Edwardsville: Southern Illinois University Press.
  • A. Ryan, (1995), John Dewey and the High Tide of American Liberalism New York & London: W.W. Norton & Co.
  • L.A. Tanner, (1997), Dewey’s Laboratory School. Lessons for Today. New York: Teachers College Press.
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste