Verwante vensters
1945 Maria Baers en de verdediging van het beroep
Maatschappelijk assistenten en hun beroep(sorganisatie)
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Zijn het de beroepsverenigingen geweest die ervoor zorgden dat in 1945 het diploma van 'maatschappelijk assistent' bij wet geregeld werd?
Die beroepsverenigingen van ‘Maatschappelijk Assistenten’ startten als afspiegeling van het verzuilde opleidingsveld.
De eerste aanzet was er al in 1923 met twee (franstalige) organisaties: L’Association des travailleuses sociales de Belgique en La Fédération des auxiliaires sociales de Belgique. Beide organisaties zijn gelieerd aan de Ecole Centrale.
De katholieke sociale werkers daartegenover zijn in de jaren veertig (1945) verenigd in de "Katholieke Vlaamse Maatschappelijk Assistenten". Ze hadden een eigen tweemaandelijks tijdschrift dat met een titel als ‘Onder Ons’ wel heel sterk aangaf hoe besloten ze functioneerden. 1945 is geen toeval, want dan heeft Maria Baers, toenmalig CVP-senator, met unanimiteit in Kamer en Senaat, de wettelijke bescherming van de titel ‘maatschappelijk assistent/auxiliaire social’ kunnen realiseren.

Mijlpalen voor het beroep waren er bijvoorbeeld in 1930 toen de Associatie van ‘travailleuses sociales’ het tienjarig bestaan van de opleidingen vierde. Met een grootschalige conferentie zocht men zowel naar inhoudelijke verdieping als naar maatschappelijke erkenning.
Nog zo'n ankermoment was 1984. Toen organiseerde het Vlaams Komitee voor Maatschappelijk Werk en Sociaal Welzijn zijn eerste congres samen met de beroepsverenigingen.
Sinds de jaren vijftig was het aantal banen voor sociaal werkers wel toegenomen, maar er kwam ook concurrentie van o.a. sociaal verpleegkundigen. Het leek nodig om de formele titelerkenning ook daadwerkelijk te verdedigen. Wellicht heeft de hernieuwing van de beroepsvereniging daar zijn oorsprong.
Conform de tijdsconjunctuur startte men in ‘verzuilde slagorde’. Katholieke sociale scholen en katholieke oud-studenten namen onder de leiding van Paul Van Beveren en Edmond Laenen het voortouw. Zo kwam BKMA (Beroepsgroepering voor Katholieke Maatschappelijk Assistenten) in 1951 tot stand en nadien de Socialistische Vereniging voor Sociale Werkers. Daarnaast groeide nog de Nationale Unie van Verenigde Maatschappelijk Assistenten (NUVEMA), voor afgestudeerden van stedelijke opleidingen en het Rijksonderwijs. Nog vóór BKMA er was, functioneerde al BKVMA (Vlaamse vleugel van het nationaal verbond van katholieke vrouwelijke maatschappelijke assistenten). Vanuit West-Vlaanderen kwam de aanzet om te fuseren. Nadien volgden de andere provincies, op Limburg en Brabant na. Er kwamen twee verenigingen: BeveMA (Vlaams en pluralistisch vanaf 1973) en BKMA (Katholiek). De organisatie van BeveMA steunde op provinciaal zelfstandige afdelingen, een structuur die bepalend zou worden voor de latere defintieve fusie met BKMA tot BeMA, 28 november 1981.

Er zijn echter een aantal aspecten dat een vruchtbaar leven van de vereniging bemoeilijkt. Denk aan de geringe betrokkenheid van de maatschappelijk assistenten op hun beroepsgroep: ze bleken zich eerder te identificeren met de beweging en de organisatie waar ze voor werkten! Daarnaast heeft de verzuiling ook een rol gespeeld, tot diep in de jaren tachtig. Ten derde groeide de specialisatie van sociaal werkers vanaf de jaren zestig. Daardoor bekenden werkers zich eerder tot hun eigen specialisme (maatschappelijk werker, sociaal-cultureel werker, personeelswerker, opbouwwerker), dan zich als ‘maatschappelijk assistent' te positioneren.

Het is stil geworden rond BeMA, doodstil zelfs. Er zijn geen recente bronnen, behalve een artikel van de laatste voorzitter J. De Scheutter (Sociaal, nr. 10, 1997). Voor 2001/2 lanceerden ze nog een ambitieus ‘BeMA-project’. De middelen voor de projectrealisatie bleven echter uit. In 2003 ging BeMA op non-actief. In de periode voordien had de vereniging, in de persoon van Piet Cleemput, een bijzonder gedreven voorzitter. Dat was nog geen automatische garantie voor een grote impact van de beroepsvereniging, wel voor veel activiteit.

Een andere ontwikkeling speelde binnen de OCMW’s, waar de werkers behoefte voelden aan onderling contact. Op 22 september 1983 werd een bijeenkomst georganiseerd om een samenwerking op te starten tussen de verschillende provinciale en regionale overlegorganen. Op 10 september 1985 werd dan officieel de vzw Federatie van Vlaamse OCMW - Maatschappelijk Werkers opgericht. Bart Bockstaele (OCMW Melle) is hun huidige voorzitter.
Ook daar stopte het weer tot er een nieuwe wind waaide bij sociale werkers in ziekenhuizen. Op 14 oktober 2010 startte de Beroepsvereniging Sociaal Werkers Ziekenhuizen.

Publicatiedatum: 27-02-2015
Datum laatste wijziging :03-11-2014
Auteur(s): Wim Verzelen,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste