2005 Familie als Bondgenoot
Naasten onmisbaar als deskundigen
    homepage   volgende   laatste
Eind twintigste eeuw was er in de psychiatrie nog nauwelijks sprake van samenwerking of serieus overleg tussen behandelaar en familie van cliënten. De hulpverlener leerde hoe hij om moest gaan met de cliënt, maar niet hoe met familie samen te werken. Hoewel cliënten vaak aangezwezen waren op de steun van hun naaste omgeving, werd de betekenis van familierelaties (invisible loyalties) nauwelijks onderkend. Sterker: familieleden en naasten werden vaak beschouwd als lastig en soms zelfs als medeveroorzaker van de ziekte. Niet verwonderlijk dus, dat vanuit familieorganisaties vaak gesteld werd: ‘Hulpverleners zijn vaak wel aardig, maar zij begrijpen ons niet.’

Tijdens een studieweek in 2004 in Boston bij het Center for Psychiatric Rehabilitation zagen enkele professionals uit Brabant dat het ook anders kan. Zij maakten kennis met een initiatief van de Amerikaanse familieorganisatie (NAMI, National Alliance for Mental Illness), waarin lessen waren ontwikkeld om hulpverleners te onderwijzen in voor familieleden belangrijke thema’s, zoals: hoe ziet een beginperiode van het ontstaan van de ziekte van een dierbare eruit en hoe kan er beter worden samen gewerkt. Docenten waren een professional samen met een familielid. De professional presenteerde wetenschappelijke en praktijkkennis; het familielid vertelde zijn of haar ervaringen met betrekking tot hetzelfde thema.

Deze kennismaking resulteerde in 2005 in het project Familie als Bondgenoot (FAB). Drijvende kracht was Henk Fox, als psycholoog werkzaam bij GGZ Eindhoven. Hij ontwikkelde samen met Jeu Haenen, psycholoog bij het ACT-team Eindhoven, een lessencyclus waarin de ervaringskennis van familieleden en cliënten verbonden werd met professionele kennis. Diep doorleefde emoties worden gedeeld en via trainingen gevormd tot een verhaal waardoor hulpverlener geraakt worden en bewuster en gerichter leren samenwerken met familie.

FAB werkt daarbij intensief samen met familieorganisaties, zoals Ypsilon, de vereniging voor familieleden en naasten van mensen met een verhoogde kwetsbaarheid voor psychose. Ypsilon maakt zich al meer dan 30 jaar sterk voor familieleden en patiënt door middel van voorlichting en informatie. Waar Ypsilon naar de familie een centrale rol speelt als belangenbehartiger, doet FAB dit via het scholingsaanbod voor hulpverleners. De scholing wordt verzorgd door een professional, werkzaam binnen de GGz, familieleden en cliënten als ervaringsdeskundigen. Thema’s die in de cursus aan bod komen zijn het beginstadium, wanneer de hulpverlening nog niet in beeld is, de veranderende rollen en taken, juridische haken en ogen en het opbouwen en onderhouden van samenwerking met de hulpverlening op de langere termijn. Praktijk-, ervarings- en wetenschappelijke kennis zijn in de lessen gelijkwaardig.

Wat aanvankelijk een regionaal Brabants initiatief was van samenwerkende partners (Fontys Hogeschool (Jean Knooren), GGzE, familieorganisaties (Frans Wittenberg), Provinciale raad voor Maatschappelijke Zorg (PRVMZ, Paul Schalken)) verspreidt zich sinds 2010 over het land. Er is inmiddels een FAB WEST dat volop actief is in de Randstad en het gedachtegoed wordt door het project FABULEUS ook uitgedragen in Zuid Limburg en regio Den Haag. Steeds meer GGZ-instellingen zien de noodzaak in van scholing van medewerkers en gaan zelf over tot het vormen van eigen FAB-teams. Workshops, presentaties en publicaties dragen bij aan het inzicht dat samenwerking met familie een efficiëntere behandeling van de cliënt oplevert. Hulpverleners die positief met gezinnen en met mensen met een psychiatrische aandoening samenwerken, bevorderen het herstelproces van beiden.

Zo worden er daadwerkelijke stappen gemaakt naar een gelijkwaardig bondgenootschap. Waar familie en naasten voorheen vaak worstelden met schaamte, schuldgevoelens en stigma, zullen zij dit juk meer en meer van zich af weten te werpen en gaan samenwerken in een team van deskundigen. Nu de professional in het huidige tijdsgewricht steeds vaker de cliënt begeleidt in de eigen woonomgeving, krijgt hij ook meer te maken met zijn sociale netwerk. In het rehabilitatieproces kunnen familie en hulpverlening ook hierin elkanders bondgenoten worden. De cliënt zal er uiteindelijk wel bij varen.

Publicatiedatum: 11-06-2015
Datum laatste wijziging :24-06-2016
Auteur(s): Jos Pieters,
Verwante vensters
Extra Opmerkingen van hulpverleners:
“Morgenochtend doe ik anders de deur open voor familie.”
“Nu snap ik pas waarom die moeder zo boos was.”
“Echt familiebeleid gaat (veel) verder dan een familieavond organiseren.”
“Het gaat vaak maar om kleine dingen.”
“Eigenlijk is het zo vanzelfsprekend allemaal, maar toch doen we het vaak niet.”
“Geen tijd voor familie is nooit een excuus want je wint er tijd door.”
“Dat eerste contact met de familie is zo belangrijk; een kop koffie bij een acute opname is al een begin van samenwerking.”
“Ik zie familie nu als ervaringsdeskundig. En ik ga daar gebruik van maken.”
“Als hulpverlener moet ik wel het initiatief nemen tot samenwerken.”
“Nu ben ik veel beter in staat tot denken vanuit het familieperspectief.”
“Het zou mijn kind, partner, broer of zus ook kunnen wezen.”
“Wanneer het familiecontact wordt hersteld, zie ik ook herstel bij de cliënt.”
Verder studeren
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Video

Part 1 of 3 of our feature documentary "The Journey Home" - Family experiences in mental health recovery. Produced by The Mission Media Company as a core family peer support component of The Family Guide to Mental Health Recovery. www.familyguidetomentalhealth.com

    homepage   volgende   laatste