1962 Agologie: wetenschap van sociaal werk
Tonko ten Have en de opkomst en ondergang van de veranderkunde
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

De talrijke manieren om met mensen te werken (jeugdwerk, vormingswerk voor volwassenen, wijkgericht werken, maatschappelijk werk) gaven in de jaren zestig aanleiding om te komen tot een algehele theorievorming rond het thema: veranderkunde. Deze nieuwe wetenschap kreeg vele namen, zoals andragologie, sociale pedagogiek, andragogie, agologie en agogie. Die laatste naam heeft lange tijd doorgeklonken in de hogescholen die spraken over hun sociaal-agogische opleidingen (tegenwoordig spreekt men van sociale studies).

De start van deze poging tot integratie ligt in het werk van de humanist Tonko ten Have. Van 1950 tot 1966 bekleedde hij de leerstoel ’grondslagen voor de sociale pedagogiek’ aan wat nu de Universiteit van Amsterdam is. Van zijn hand verscheen o.a. De wetenschap der sociale agogie (1962), Klein bestek van de agologie (1968) en Andragologie in blauwdruk (1973).

In de andragologie werden de diverse werksoorten uit de sociale sector onder een grote, wetenschappelijke paraplu gebracht. Naar analogie met pedagogie ontstaat de andragologie (richtlijnen voor het agogisch handelen) en samen vormden ze de agologie. De hulpverlener wordt dan een pedagoog, of een agoog. Ten Have onderscheidde ook nog de gerontagoog, de hulpverlener die zorgt voor ouderen, maar die term is nooit veel gebruikt. Ten Have bouwde verder op het werk van Duitse collega’s die werkten rond sociale pedagogie en Amerikaanse voorgangers uit de groepsdynamica. Zijn werk vond navolging bij collega hoogleraren zoals Bas van Gent en Marinus van Beugen. Nog steeds vinden we de weerklank van hun denken in de moderne handboeken zoals Roel Bouwkamp (Agologisch werkboek, 10e druk) of Gerard Donkers (Veranderkundige modellen, 12e druk).

In de jaren zeventig komt de ontwikkeling van de andragologie in diepe crisis. Ten Have geeft in 1971 zijn leerstoel op en de gehoopte relevantie van de wetenschap voor de praktijk wordt niet gerealiseerd. De abstracte termen laten leken en beginnende beroepsbeoefenaren nog steeds duizelen. In 1985 wordt de andragologie zijn erkenning als wetenschappelijke discipline ontnomen, die het pas in 1970 verkregen had.

Het Tijdschrift voor agologie werd opgericht in 1972 en vormde een ’hangplek’ voor andragologen. In 1987 veranderde het van naam in TVA - tijdschrift over theorie en onderzoek, praktijk en beleid van hulpverlening, en in 1991 in Sociale Interventie. In 2009 verandert het weer van naam en krijgt het de Engelse titel Journal of social interventions.

De agologie en andragologie mogen dan dood zijn, de ambitie om sociaal werk van een wetenschappelijke kennisbasis te voorzien leeft voort in de roep om ’evidence based practice’ en de zoektocht naar een ‘body of knowledge’. Nieuw daarbij is dat niet gestreefd wordt naar grote overkoepelende uitspraken maar naar het wetenschappelijk aantonen van effectiviteit van specifieke sociale interventies. Bovendien wordt gewerkt vanuit empirische observaties, terwijl Tonko ten Have vooral vanuit de theorie wilde werken. Binnen de ‘evidence based practice’ benadering ontstaat er naar analogie met de geneeskunde een rangorde van betere en slechtere vakkennis (hoe strenger de onderzoeksmethode, hoe beter de kennis). Lectoraten op hogescholen proberen de kloof tussen wetenschap en praktijk te dichten. Op diverse plaatsen wordt empirisch onderzoek gedaan naar sociale interventies. Via initiatieven zoals NJi databank effectieve interventies en het project effectieve interventies van Movisie worden de resultaten daarvan beschikbaar gesteld aan het werkveld.

Publicatiedatum: 13-02-2007
Datum laatste wijziging :27-10-2018
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verwante vensters
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste