1917 Mary Ellen Richmond
Grondlegster van het social casework
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Mary Ellen Richmond (1861-1928) legde met haar baanbrekende boek Social diagnosis (1917) de basis voor de wetenschappelijke methodiekontwikkeling van het professionele maatschappelijk werk. Zij zocht de oorzaken van armoede en achterstand in de wisselwerking tussen de persoon en zijn omgeving. Richmond is de moeder van het zogeheten social casework.

Mary Richmond groeide op in Baltimore aan de Amerikaanse oostkust. Op 4-jarige leeftijd werd zij wees. Zij was een intelligent en leergierig meisje en werd opgevoed door haar radicaalfeministische grootmoeder. Na acht jaar gewerkt te hebben in een boekwinkel heeft zij vanaf 1889 haar leven gewijd aan de modernisering en professionalisering van de armenzorg. Zij begon haar social work loopbaan als medewerkster in de Charity Organisation Societiy (COS) in Baltimore. Haar kwaliteiten vielen op en na leidinggevende functies in de COS in Baltimore en Philadelphia was zij vanaf 1909 tot haar overlijden directeur van het Charity Department van de Russell Sage Foundation in New York, een toonaangevend fonds voor de bevordering van sociaalwetenschappelijk onderzoek.

In de moderne armenzorg was iedereen het er wel over eens dat aan hulpverlening onderzoek vooraf moest gaan. Maar het was Richmond die in de jaren 1910 de inhoud en methode van dat onderzoek systematisch uitwerkte. Als eerste stelde zij dat het ging om hulpverlening aan ‘de persoon in haar of zijn situatie’. Op basis van uitgebreid praktijkonderzoek ontwierp zij een onderzoeksmodel dat zij ‘sociale diagnose’ noemde. In een beroemd geworden cirkeldiagram bracht zij de samenhang tussen cliënt en omgeving in beeld. Hierbij onderscheidde zij zes krachten of hulpbonnen die beschikbaar zijn voor de cliënt en/of de social worker: 1. hulpbronnen in het gezin, 2. in de persoon van de cliënt, 3. in de buurt en de wijdere sociale omgeving, 4. in burgerlijke instanties, 5. in particuliere en 6. publieke sociale voorzieningen. Hiermee liep zij vooruit op de latere sociale systeemtheorie.

Richmond liet door middel van dit type onderzoek voor het eerst cliënten zelf aan het woord. Met dit uitgangspunt opende zij een nieuw en vruchtbaar terrein van social research. Deze benadering is tot op heden fundamenteel voor het social work. Met haar veelomvattende instructies voor het verzamelen van materiaal, interviewmethoden, contactleggen en gespreksvoering verschafte Richmond het social casework een stevige professionele status.

In haar tweede grote werk What is social casework? (1922) introduceerde zij de methode van ‘het leren van gevallen’. Zij leverde commentaar bij zes uitgebreid beschreven praktijksituaties. Nieuw was haar pleidooi dat psychologische factoren ook aandacht verdienden. Maar in de eerste plaats is een open, eerlijke omgang met cliënten belangrijk, zonder officieel gedoe. Nog altijd inspirerend is Richmonds onvermoeibaar pleidooi dat de social worker de cliënten actief moet betrekken bij de aanpak van hun problemen. Versterking van het handelingsvermogen van de cliënt is voor haar een vanzelfsprekend onderdeel van de aanpak. Ook met deze visie heeft zij een kern van methodiekontwikkeling te pakken waar tot op heden op wordt voortgeborduurd.

Het werk van Richmond heeft in Nederland aanzienlijke invloed uitgeoefend. J.H. Adriani, docent aan de Amsterdamse sociaalwerk-opleiding Cicsa en daar leermeester van Marie Kamphuis, verwerkte haar inzichten in 1923 in zijn leerboek. In 1926 werd What is social casework al in het Nederlands vertaald en nogmaals in 1939. De doorbraak van het social casework kwam pas na de Tweede Wereldoorlog door het werk van Marie Kamphuis.

Publicatiedatum: 17-06-2009
Datum laatste wijziging :22-07-2018
Auteur(s): Maarten van der Linde
(1948-2020)
, Wim Verzelen,
Verder studeren
  • Jan Bijlsma en Hay Janssen (2008), Sociaal Werk in Nederland. Vijfhonderd jaar verheffen en verbinden. Coutinho. Hoofdstuk 2.6: Social casework.
  • Maarten van der Linde (2010), Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland. Amsterdam: SWP, vierde druk. Hoofdstuk 10.2 Methodiekvernieuwing en professionalisering: het social casework.
Literatuur
  • PDF document Mary E. Richmond (1926), Maatschappelijk hulpbetoon.   Rotterdam: W.L. & J. Brusse’s uitgeversmaatschappij. [Selectie van Inleiding, Hoofdstuk: definitie van maatschappelijk werk en Besluit.]
  • Agnew, Elizabeth N. (2004), From charity to social work: Mary E. Richmond and the creation of an American profession. Urbana, [Ill.] : University of Illinois Press.
  • Jagt, L.J. (2008), Van Richmond naar Reid. Bronnen en ontwikkeling van taakgerichte hulpverlening in het maatschappelijk werk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Waaldijk, Berteke (1996), Het Amerika der Vrouw. Sekse en geschiedenis van maatschappelijk werk in Nederland en de Verenigde Staten. Groningen: Wolters-Noordhoff.
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste