2002 Specifieke werkmodellen
Doorgedreven aandacht voor specialistische interventies
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Vanaf de jaren tachtig, maar zeker vanaf het decennium erna lijkt de discussie over algemene methodieken en therapeutische inspiratie te zijn uitgewoed. Er is een duidelijke ontwikkeling zichtbaar naar benaderingen die effectiviteit en efficiëntie van de hulpverlening verhogen. Dat is helemaal conform het tijdsklimaat dat opschuift van meer proces- naar meer resultaatsgericht.
In die lijn krijgt een doelgroepenbenadering grotere betekenis in de hulpverlening. Daarbij wordt vooral gefocust op de zwakste maatschappelijke groepen. Er groeit een expliciete (hernieuwde) aandacht voor armoede en achterstelling.
De verharde economische omstandigheden in een lokkende consumptiemaatschappij en de complexere maatschappelijke verhoudingen confronteren meer burgers opnieuw met materiële problemen (zie schuldenlast).
Ook opvallend: lange tijd was de terminologie van de hulpverlening eufemistisch. Het begrip ’kansarmoede’ was daar een voorbeeld van. Echte armoede, begrepen als ’materieel tekort’ werd geacht onder controle te zijn (welvaartsstaat). De ’overgebleven’ armoede was meer dan financieel en ging over ’ongelijke kansen’, daarom bestempeld als ‘kansarmoede’. Gaandeweg stapt men hiervan af.

Beleidsontwikkelingen, bijvoorbeeld het ‘Vlaams Fonds voor de Integratie van Kansarmen’ (1990), maken het ook mogelijk dat via projecten en meelopend onderzoekswerk, dieper wordt gezocht naar juistere methodische strategieën. Illustratief hiervoor is de Maatzorgmethodiek (een verbijzonderde systeembenadering - 1996) die pleitte voor enerzijds respect voor uitgangssituatie en veranderingstempo van armen, maar anderzijds ook voor een integrale, planmatige en resultaatsgerichte aanpak. In 2002 wordt de maatzorgmethodiek als verbonden met empowerment (een aan de internationale analyses ontleend begrip, dat aangeeft hoe belangrijk het eigen vermogen en de eigen kracht van cliënten is). Maar lag dat al niet opgesloten in de roots van Richmond’s maatschappelijk werk?

Aandacht voor de verstikkende impact van een schuldenspiraal is ook één van de componenten die in het vernieuwende Vlaamse maatschappelijk werk neerslaat. Schuldbemiddeling en budgetbeheer worden speerpunten van de maatschappelijk werk praktijk in OCMW’s en CAW’s. Ook hier is er sprake van toename van op onderzoek gebaseerde expertise en technische interventies.

Effect van onderzoek voor de praktijk wordt heel illustratief helder in ‘Armoede en hulpverlening’ van Kristel Driessens (2003). Zij onderzocht zeer nauwkeurig de relatie tussen hulpverleners en armen. Ze leidde daaruit een aantal types van rol- en interventiegedrag af tot en met relatiepatronen tussen hulpverlener en cliënt die kans op groter succes verzekerden.

Opvallend was verder dat dit soort sociaal werkonderzoek niet vrijblijvend wou zijn, noch onderling competitief. Het effect was dat Kristel Driessens, vanuit sociologische invalshoek, direct de praktijk opzocht en samen met Tine Van Regenmortel, vanuit psychologische invalshoek, Bindkracht tot ontwikkeling bracht.

Sluitstuk voor heel wat nieuwere inzichten en interventiepatronen liggen in een aantal begrippen en analyses die mee deze invalshoeken typeren. Termen als ‘empowerment’, integrale aanpak, inclusief werken, netwerkvorming, trajectbegeleiding enz. karakteriseren een versterkte aandacht voor professionalisering en specifieke deskundigheid. Een van de gevolgen is dat ‘maatschappelijk werk’ een diffuse term is geworden tegenover preciezere taakomschrijvingen die een meer toegespitst karakter hebben. Voorheen sloeg ‘maatschappelijk werk’ in Vlaanderen nog vaak op het hele veld van het sociaal werk: sociaal-cultureel werk, personeelswerk enz. meegerekend. Nadien werd de term geclaimd voor de individuele hulpverlening. En nu? Alleen nog specifieke benamingen gebruiken en daarnaast de overkoepelende term ‘sociaal werk’?

Publicatiedatum: 26-05-2014
Datum laatste wijziging :03-11-2014
Auteur(s): Wim Verzelen,
Verder studeren
Literatuur
  • Jan Brodala, Guido Cuyvers, Gie Van den Eekhaut (1999), Kanttekeningen, Bouwen aan kansen op recht en toegang,  Garant
  • Kristel Driessens, Tine Van Regenmortel (2006), Bind-kracht in armoede.  Boek 1: Leefwereld en hulpverlening, in een reeks van praktijkgerichte publicaties verbonden met de organisatie Bind-kracht.
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste