Israel wall Muur USA Mexico
1989 Paula D`Hondt: een koninklijk commissaris
Migratie en integratie in één adem
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Ergens in de jaren tachtig ontstaat er een omslag in het denken over migranten. De gedachte dat arbeidsmigranten overwegend zullen terugkeren naar het land van herkomst wordt vervangen door de gedachte dat grote groepen migranten hier zullen blijven. Het gaat dan om mensen uit de eerste, met vooral mijnwerkers uit Italië, en de tweede migratiegolf, met arbeiders voor de bouw/textiel/haven uit Turkije en Marokko. Later komt daar nog de migratiegolf uit Oost-Europa en de groep asielzoekers bij.
Tegelijk met deze omslag ontstaat er ook tegenkracht: het Vlaams Blok spreekt zich sterk uit voor een terugkeer van alle niet-Westerse migranten naar hun thuisland, en voor een arbeidsmarkt die voornamelijk Vlamingen kansen geeft. Hun politieke stem groeit vanaf midden jaren tachtig en breekt, na de zwarte zondag van 24 november 1991, stevig door. Plots kreeg een anti-migrantenpartij meer dan 10% van de Vlaamse kiezers achter zich. Eerder had Günter Wallraff met Ik (Ali) al laten zien hoe ruim verspreid alledaags racisme was geworden. Hevige rellen in mei 1991 in Vorst, Sint-Gilles en Sint-Jans-Molenbeek onderstreepten de noodzaak tot een migrantenbeleid. Het migratievraagstuk stond meteen stevig op de agenda en zou er voorlopig blijven staan.

Voordien was de politieke interesse voor migratie zeer beperkt geweest. Begin 1989 werd Paula D’Hondt (1926-2022) als Koninklijk Commissaris voor het Migrantenbeleid aangesteld. Deze taak maakte haar aanvankelijk weinig populair. Zelf omschrijft ze haar positie in die tijd als ‘politiek melaats’. Later kreeg ze juist voor dit deel van haar carrière veel erkenning en waardering. In 1993 eindigt haar Koninklijk Commissariaat en start het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR), sinds 2012 omgedoopt tot Interfederaal Gelijke Kansen Centrum.

Paula D’Hondt en haar medewerkers maakten een haarscherpe analyse van het migrantenvraagstuk. Een beetje cynisch wordt het omschreven als ‘het rapport dat niemand las’. Kern van de voorstellen was ‘maatschappelijke inpassingen van migranten’ en de langzame groei naar een multiculturele samenleving. Hefbomen om te komen tot inpassing zijn onderwijs, tewerkstelling en huisvesting. En zo krijgt sociaal werk te maken met dit vraagstuk. Sociaal werk is een belangrijke actor bij het ondersteunen van zowel de sociaal-economische positie (via onderwijs, arbeidsmarkttoeleiding, ….) als de sociaal-culturele integratie (taal, inburgering, …) van immigranten.

Migratie is een continue uitdaging. De welvaart van Westerse landen blijft haar aantrekkingskracht behouden. Een immigratiestop afkondigen, zoals in 1974 in België, of het bouwen van muren (bv. tussen Mexico en de US, of in Mellila en Cueta tussen Spanje en Marokko) blijkt telkens weer weinig resultaat te hebben. Met enige regelmaat volgt er regularisatie van asielzoekers. Maar daarmee ook de noodzaak tot werken aan integratie.
Sociaal werk ziet zich daarbij geconfronteerd met een paradox. Vanuit haar waarden en normen moeten kwetsbare burgers, ook als ze van andere landen komen, ontvangen en geholpen worden. Daarom staan sociaal werkers vooraan bij acties voor de sans-papiers. Maar de collectieve solidariteit zoals georganiseerd in onze verzorgingsstaat blijft maar economisch haalbaar als we zeer selectief zijn aan de poorten van die verzorgingsstaat, en niet alle kwetsbare burgers van de wereld toelaten.

Publicatiedatum: 00-00-0000
Datum laatste wijziging :03-12-2022
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste