2000 Inburgering als beleid
Van basisinitiatief tot overheidsinitiatief
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

De term ’inburgering’ dook pas in 1999 voor het eerst op in beleidsteksten, maar de kiemen werden al eerder gelegd. Het begon in 1992 met een onthaalproject van het toenmalige Gentse integratiecentrum De Poort-Beraber. Turkse mannelijke nieuwkomers waren de doelgroep. Zij kregen, naast een cursus Nederlands, ook een soort wegwijscursus in het Turks aangeboden en werden verder individueel gecoacht. Die geïntegreerde aanpak was nieuw. Een inburgeringtraject avant la lettre, zeg maar.
El Ele, ook Gents, startte in dezelfde periode met een vergelijkbaar project. Gemeentebesturen en integratiecentra elders, volgden.

De meeste initiatieven bleven kleinschalig, maar inspireerden de Vlaamse overheid wel tot het uittekenen van een systematisch onthaalbeleid. In het Strategisch Plan voor het Minderhedenbeleid van 1996 erkende de Vlaamse Regering voor het eerst de noodzaak van zo’n nieuwkomerbeleid. Twee jaar later kreeg dit onthaalbeleid een wettelijke basis. In het minderhedendecreet van 1998 werd het omschreven als één van de drie sporen van het Vlaamse minderhedenbeleid. Doel van het onthaalbeleid was, volgens dat decreet, om nieuwkomers via een kort maar intensief onthaaltraject wegwijs te maken in en te stimuleren om deel te nemen aan de samenleving.

De Vlaamse regering bakende vervolgens af wie in aanmerking kwam voor een onthaalprogramma: gezinsherenigers, erkende vluchtelingen en asielzoekers die de eerste fase van de asielprocedure achter de rug hadden. Wat was de inhoud van het onthaalprogramma? Die leunde nauw aan bij de eerste experimenten uit Gent. Kern van het traject was een tweeledig vormingsprogramma: een intensieve basiscursus Nederlands, aangevuld met een cursus maatschappelijke oriëntatie (MO). Daarnaast kon de nieuwkomer rekenen op individuele trajectbegeleiding. De opdracht van de trajectbegeleider was om een programma op maat samen te stellen en om de nieuwkomer, waar nodig, door te verwijzen naar de reguliere dienst- of hulpverlening.

Pas in 2000 raakte alles in een stroomversnelling. De nieuwe paarsgroene regering doopte het onthaalbeleid om in een inburgeringbeleid en pompte er een pak geld in. Nieuwe projecten schoten als paddenstoelen uit de grond en de bestaande onthaalinitiatieven konden gevoelig uitbreiden. Op 19 februari 2003 keurde het Vlaams Parlement een inburgeringdecreet goed. Elke nieuwkomer had voortaan recht op een inburgeringtraject.
Welke nieuwigheden zaten er in?
- Inburgering was niet langer vrijblijvend: sommige nieuwkomers werden verplicht;
- Loopbaanoriëntatie werd toegevoegd aan het onthaalprogramma;
- Gemeenten kregen de opdracht nieuwkomers door te verwijzen naar het onthaalbureau. De VDAB en de pas opgerichte Huizen van het Nederlands werden nauw betrokken bij de intake.

De gevolgen voor het werkveld waren groot! Voor kleinschalige projecten was er geen plaats meer. De onthaalinitiatieven smolten samen tot acht onthaalbureaus: één in elke provincie, plus één in Antwerpen, in Gent en in Brussel. Almaar meer nieuwkomers vonden de weg en het budget voor inburgering bleef stijgen. In 2007 werd het inburgeringdecreet aangepast: ook zgn. ’oudkomers’ konden nu een recht laten gelden, of werden van buitenaf verplicht een traject te volgen. In 2010 sloten 18 000 mensen in Vlaanderen en Brussel een inburgeringscontract af. Ook de huidige minister van Inburgering, Geert Bourgeois, kondigde in zijn beleidsnota nieuwe plannen aan: inburgering in het land van herkomst, een inburgeringproef …
Het inburgeringbeleid is een product van een ondertussen grondig veranderde maatschappelijke context en een gewijzigd politiek klimaat.

Publicatiedatum: 00-00-0000
Datum laatste wijziging :23-02-2021
Auteur(s): Ignace Fermont,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste