oud logo van de christerlijke arbeidersbeweging publicatie van Sociale Week: studiesweek voor leiders van de christelijke arbeidersbeweging
socialistische turnkring: een detail van een groepsfoto Rerum Novarum 75 jaar
1891 Rerum Novarum - Charter van Quaregnon 1894
De arbeidersstrijd en culturele ontwikkeling in banen geleid
    homepage   volgende   laatste

Met de ‘herderlijke brief’ Rerum Novarum stuurt Paus Leo XIII het katholieke antwoord op het 19de eeuwse arbeidersvraagstuk. De kerk erkent nu het recht van de arbeidersstand op eigen organisatie en ontvoogding, maar dan wel in een sfeer van overleg met voornamelijk de burgerij. Zo krijgt de beginnende christelijke arbeidersbeweging kerkelijke legitimering en inhoudelijke onderbouwing.
Met deze encycliek start de sociale leer van de kerk, tegenwicht zoekend voor de bedreigende groei van het socialisme. Het perspectief is “zedelijke en stoffelijke verheffing van de werkersstand”.
Op basis van dit document worden in de priesteropleidingen ‘petits vicaires’ (onderpastoors) gevormd, die dit moeten concretiseren. Werkmanskringen, studiekringen, allerlei toneel-, zang-, turn- en andere verenigingen zullen zij tegenover de soortgelijke socialistische organisaties uitbouwen. Ook het vakbondswerk laten ze niet ongemoeid. Hun praktijk wordt begeleid door een scala van publicaties en tijdschriften en vanaf 1908 door jaarlijkse studiebijeenkomsten in 'de Sociale Week'. Eigen zuilgetrouwe 'sociale werkers' worden ingezet. In Gent groeit dit alles het snelst en worden de eerste patronen getekend van de christendemocratie.
Voor de ondersteuning van de groeiende katholieke vakbeweging treedt E.P. Georges Ceslas Rutten aan als de ‘witte generaal’, een strijdende en autoritaire Dominikanerpater in een witte pij. Hij leidt het Algemeen Secretariaat der Christelijke Beroepsvereenigingen. Vanaf 1904 is hiervoor alweer Gent de uitvalsbasis. Er wordt gewerkt aan het Algemeen Christelijk Vakverbond, gesticht in 1912.
Daarnaast zijn er de ‘maatschappelijke werken’ of volkswerken die samen met de sociaal-culturele organisaties (volksopvoeding en -ontspanning) als een lappendeken in elke parochie verschijnen. Dit hele apparaat bestaat tot op heden en bepaalt ons sociale landschap als katholiek middenveld tussen de katholieke burger en de staat in.

De socialistische arbeidersbeweging is eind 19de eeuw al heel sterk doorgegroeid. Ze kent een brede werking, maar mist een overkoepelende basisideologie. Die wordt neergelegd in het Charter van Quaregnon waar de noodzaak van de klassenstrijd wordt geformuleerd. De socialistische beweging pleit voor collectief verzet tegen het kapitalisme en beoogt de creatie van een socialistische maatschappij. Naast dit ideologisch scherpe standpunt laat men ruimte voor een hervormingsgerichte praktijk. Grof uitgetekend krijgen we een dubbel luik in de socialistische beweging in België: één gericht op de materiële verbetering steunend op de coöperatieve actie, ziekenfonds en vakbondsstrijd en één gericht op de politieke en culturele ontvoogding met soms hardere inhoudelijke standpunten. Dit laatste zal o.a. uitmonden in de creatie van een sturend ideologisch en cultureel instrument, de Centrale voor ArbeidersOpvoeding van 1911, geleid door Hendrik De Man.
Vanaf begin 20ste eeuw groeit de centralisatie van alle socialistische organisaties: partij, vakbond, ziekenfonds en nevenorganisaties. Het socialistisch middenveld wordt gestroomlijnd.

De christelijke arbeidersbeweging kijkt afgunstig naar die kracht van het socialisme en ambieert ook een grotere samenhang en duidelijker lijn in het eigen patchwork van organisaties. In 1921 zal E.H. Lode Colens er in slagen om de hele christelijke arbeidersbeweging te verenigen in het A.C.W. (het Algemeen Christelijk Werkersverbond). Figuren als E.H. Floris Prims en John van Dijk inspireren op sociaal-cultureel vlak de werkmanskringen en studiekringen. Een sturend orgaan als de socialistische C.A.O. is er niet. Het zal tot 1931 duren vooraleer de eigen Centrale voor VolksOntwikkeling operationeel is.

Publicatiedatum: 26-07-2007
Datum laatste wijziging :11-12-2015
Auteur(s): Jan Steyaert, Wim Verzelen,
Extra Via deze geschiedenis krijgen we zicht op hoe de christelijke (katholieke) zuil ook een uitvoerig arbeidersluik ontwikkelt. Daarin zal een sterk netwerk van organisaties verschijnen waarin sociaal werk en sociaal-cultureel werk worden ingebouwd. Ook de socialistische arbeidersbeweging gaat eenzelfde weg op.
Het fenomeen van verzuild, ideologisch geladen sociaal werk, krijgt hiermee zijn typisch Vlaams beslag. Dit zal bepalend blijven tot diep in de 20ste eeuw.
Verder studeren
Literatuur
  • Externe link Emmanuel Gerard (1991), De christelijke arbeidersbeweging in België, 1891-1991 Kadoc studies 11, Universitaire Pers Leuven
  • s.n. (1966), Themanummer Gids op maatschappelijk gebied 
  • Floris Prims (1921), Volksontwikkeling. Taak der cultureele standsorganisatie in De Gids op Sociaal Gebied, 1921. Later werd dit tijdschrift de nog bestaande Gids op Maatschappelijk Gebied.
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
    homepage   volgende   laatste