1887 Frederik van Eeden
De opkomst en neergang van de psychotherapie
eerste   vorige   homepage    

De naam Frederik van Eeden (1860-1932) is vrij algemeen bekend. Velen denken dan snel aan De kleine Johannes en Van de koele meren des doods. Twee klassiekers uit de Nederlandse literatuur. Dat van Eeden ook betekenisvol is in de geschiedenis van de sociale sector is minder bekend. Hij studeerde medicijnen en vestigde zich oorspronkelijk als huisarts in Bussum.
Toen aan het einde van de 19de eeuw de grote instellingen voor psychiatrie opkwamen, nam hij een andere route en vestigde zich als zelfstandige zenuwarts. Tevens werd hij een pleitbezorger voor psychotherapie en psychoanalyse. Op 15 augustus 1887 opende hij, samen met zijn collega Albert Willem van Renterghem (1846–1939), in Amsterdam het eerste officiële instituut voor psychotherapie. Later werd het omgedoopt tot Instituut Liébeault, genaamd naar de Fransman Ambroise-Auguste Liébeault die algemeen als uitvinder van de hypnotherapie wordt aanzien.

Dat Frederik van Eden een carrière van schrijver en psychiater combineerde, is minder vreemd dan het op het eerste zicht mag lijken. Van Eeden geloofde immers sterk in de kracht van psychoanalyse en psychotherapie waarbij taal de sleutel is tot het innerlijke en het psychische. In 1889 mocht hij de Nederlandsche Vereeniging voor Psychiatrie toespreken, en daarbij werd de stelling aangenomen: “De Nederlandsche Vereeniging voor Psychiatrie acht de studie der psycho-therapie als onderdeel der medische wetenschap noodzakelijk.”

In de decennia nadien veroorzaakte psychotherapie op dubbele wijze een democratisering. Enerzijds democratiseerde ze de psychiatrie. Die werd niet alleen maar in het gesticht gevonden voor zware gevallen, maar kon nu ook de gewone burger omvatten die op zoek was naar innerlijke groei of het even moeilijk had. Anderzijds zorgde psychotherapie ook voor een democratisering in de beroepsgroep. Het zou immers geen monopolie worden van artsen of anderen met een medische opleiding. Ook veel sociaal werkers gingen zich bekwamen in de psychotherapie.

De ruime populariteit van psychotherapie in de sociale sector in de tweede helft van de twintigste eeuw staat in schril contrast met haar huidige status en aanzien. Langs twee kanten werd de positie van psychotherapie verbrokkeld. Enerzijds is er de opkomst van de zogenaamde psychofarmaca zoals ritalin/rilatine (bij ADHD) of prozac (bij depressie). Bij problemen is niet langer praten het eerste hulpmiddel, maar medicijnen. Anderzijds kwamen er onderzoeken die twijfel deden ontstaan over de effectiviteit van psychotherapie en psychoanalyse. Al dat praten is best intensief, levert het eigenlijk ook wel resultaten op? Het college voor zorgverzekeringen was daar geenszins van overtuigd en schrapte psychoanalyse uit het bassispakket. Wie nu nog psychoanalyse wil, kan de gemiddelde kost van 12.500 euro per jaar zelf ophoesten. Lang was er ook sprake van een (hogere) eigen bijdrage voor wie psychotherapie volgde, maar die maatregel is (voorlopig?) teruggedraaid.

De naam van Frederik van Eeden leefde, in relatie tot het psychotherapeutisch deel van zijn loopbaan, nog lang verder in de Frederik van Eeden stichting, Organisatie voor Psychiatrische Zorg in Amsterdam. In 2000 fuseerde deze echter en daarbij verdween de naam van de stichting volledig.

Publicatiedatum: 10-01-2011
Datum laatste wijziging :09-08-2012
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage