2013 Prikkelverwerking
Zintuiglijke problemen bij kinderen
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Al in vroege klinische beschrijvingen van kinderen met autisme wordt melding gemaakt van zintuiglijke problemen. Kinderen met autisme verwerken binnenkomende prikkels anders of merken ze zelfs niet op. Bepaalde prikkels, bijvoorbeeld geluiden, kunnen tot heftige paniekreacties leiden. Dit kan het geluid van een stofzuiger zijn, maar ook van een knisperend zilverpapiertje. Hoewel er veel over is gepubliceerd, zijn deze zintuiglijke problemen pas in 2013 als officieel kenmerk van autisme in de DSM 5 opgenomen. Een zeer belangrijke toevoeging!

De vraag is waarom het zolang heeft moeten duren voor deze problematiek (gevat in de termen hypo- en hyperreactiviteit) officieel als kenmerk werd erkend. Het is een symptoom dat ook bij andere condities kan voorkomen, waaronder een verstandelijke beperking. Het leek aanvankelijk niet autisme-specifiek genoeg. Het zijn vooral de clinici die op deze erkenning hebben aangedrongen. Het kan veel probleemgedrag verklaren en handvatten voor behandeling bieden. Paniek voor bepaalde geuren of geluiden kan bij wegnemen van de ‘gevreesde’ geuren of geluiden worden vermeden of door gedoseerde gewenning worden verbannen.

De zintuiglijke ontwikkeling ligt aan de basis van de algehele ontwikkeling. Afwijkingen op dit gebied hebben dan ook ernstige gevolgen voor de ontwikkeling. Als een kind niet aangeraakt wil worden, zal dit een sterke impact hebben op de interactie tussen kind en ouders, hetgeen indirect ook de spraaktaal- en de sociaal-emotionele ontwikkeling zal beïnvloeden. Mensen met ASS tonen een grote variatie in reacties op prikkels, variërend van overgevoeligheid tot ongevoeligheid. De problemen kunnen zich bij verschillende zintuigen op verschillende wijzen voordoen. Zo kan een kind geen aanstoot nemen aan bepaalde geuren, maar panisch zijn voor het licht van TL buizen. De prikkel is dan zo overheersend dat er geen betekenis aan verleend kan worden. En kan iemand in paniek raken van het blafgeluid maar niet voor de hond die het geluid voortbrengt. De link wordt niet (meer) gelegd. Overgevoeligheid wordt door de heftige reacties veel eerder opgemerkt, terwijl ondergevoeligheid veel moeilijker is te zien en vaak onopgemerkt blijft.

Het is vooral Olga Bosdashina (2004) die veel aandacht aan de zintuigelijke problemen bij mensen met autisme heeft besteed. Zij heeft een checklijst ontwikkeld, de Sensory Profile Checklist (SPRC), die ook in Nederland de nodige bekendheid heeft verworven. De checklijst is niet gestandaardiseerd, maar zeer bruikbaar om de problemen in kaart te brengen. In Nederland is anno 2019 nog maar één test op dit terrein op de Nederlandse populatie gestandaardiseerd. Dit is het Sensory Profile (SP-NL 4-12 jaar, Rietman 2013) van Dunn.

Door de officiële erkenning neemt de belangstelling voor zintuiglijke problemen bij autisme zienderogen toe, niet alleen klinisch maar ook wetenschappelijk. Zo heeft het UMC Utrecht een aparte prikkelpoli opgericht om meer zicht op deze problematiek te krijgen. Daarnaast is In 2017 het project: ‘Sensatie van een goed leven’ van start gegaan. Het project wil door het samenbrengen van wetenschappelijke- en praktijkkennis een methodiek voor het (h)erkennen en positief beïnvloeden van prikkelverwerking bij mensen met autisme en een verstandelijke beperking ontwikkelen.

Niet alleen in het onderwijs, maar ook in de maatschappij wordt steeds meer rekening gehouden met de zintuiglijke problemen die mensen met autisme ondergaan. Zo worden er op gezette tijden aparte filmvoorstellingen gegeven en zijn winkels soms speciaal open voor mensen met ASS. Zintuiglijke problemen vragen om een autismevriendelijke maatschappij.

Publicatiedatum: 08-03-2019
Datum laatste wijziging :02-05-2020
Verwante vensters
Verder studeren
Literatuur
  • I. van Berckelaer-Onnes, S. van Degrieck & M. Hufen (2017), Autisme en zintuiglijke problemen. Amsterdam: Boom.
  • O. Bogdashina (2004), Waarnemingen en zintuigelijk ervaringen bij mensen met autisme en het asperger syndroom. Apeldoorn: Garant Uitgevers.
  • B. de Leeuw (2016), Overprikkeling voorkomen. Amsterdam: SWP.
  • Externe link Leo Kanner (1943), Autistic disturbances of affective contact.  Nervous Child, 2, 217-250.
  • J.J.C. Prick & P.J.A. Calon (1965), Het syndroom van het kinderlijk autisme bezien vanuit de gezichtshoek der partiële defecten en der partiële hyperplasieën Nederlands Handboek der Psychiatrie. Deel III: De niet specifiek neurotische ontwikkelingsstoornissen, p.153-175. Arnhem: Van Loghum Slaterus.
Links
Bewegende beelden

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste