1964 De voorkeur voor de aantrekkelijke cliënt
YAVIS & HOUND
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Soms is een enkele gedachte uit een omvangrijk oeuvre voldoende om decennia later nog herinnerd te worden. Want geef toe, wat weten we nu eigenlijk nog van het werk van William Schofield (1921-2006)? Niet echt een naam die herinneringen oproept of waarvan we het werk in een paar trefwoorden kunnen samen vatten. En toch is dat relatief eenvoudig, want Schofield krijgt de eer om als eerste over YAVIS-cliënten geschreven te hebben. En dat blijft een hardnekkig thema in de sociale sector en andere vormen van hulp- en dienstverlening. YAVIS is een acroniem dat verwijst naar het type cliënten dat hulpverleners bij voorkeur zouden behandelen: young, attractive, verbal, intelligent & successful (jong, aantrekkelijk, verbaal begaafd, intelligent, succesvol). In latere versies werd de s omschreven als sexy. Meteen is dat natuurlijk een aanklacht, want het staat haaks op de ethische grondslag van hulpverlening die stelt dat je iemand hulp verleent op basis van zijn of haar zorgbehoefte, en niet op basis van persoonskenmerken zoals leeftijd of aantrekkelijkheid. Er gebeurt met andere woorden een afromingsproces op de totale populatie van zorgbehoevende burgers en een deel van hen krijgt betere hulpverlening. Logische tegenpoot hiervan is dat andere burgers geen of slechtere hulpverlening krijgen. Ook deze groep kreeg later een naam. Het zijn de HOUND-cliënten: homely, old, unattractive, nonverbal & dumb (alledaags, oud, onaantrekkelijk, niet verbaal begaafd, dom).

In de private sector vinden we het misschien wel vervelend maar toch ook logisch dat aanbieders van producten of diensten hun aanbod afstemmen op de meest koopkrachtige klanten. De nieuwste iPad is niet te koop in het meest afgelegen dorp waar de gemiddelde inkomens laag zijn, maar in de hipste winkelstraten waar de rijken zich graag laten zien. En niemand neemt het Apple kwalijk. In de publieke sector dulden we dergelijke voorkeursbehandelingen echter niet. Daar mag het al dan niet krijgen van hulp niet afhankelijk zijn van koopkracht. En bij uitbreiding ook niet van andere persoonskenmerken als leeftijd of aantrekkelijkheid. De toewijzing van hulp via indicatiestelling of anderszins moet neutraal en objectief zijn.
Dat er desondanks bij publieke dienstverlening een keuzeproces speelt dat bepaalt wie welke hulpverlening krijgt en dat persoonlijke kenmerken van cliënten hierin een rol spelen is meermaals via onderzoek aangetoond, ook in onze lage landen. Daartoe behoort onder meer de proefschriften van Maarten Lange en Willem Jan de Waal (1987). Los van die onderzoeken blijft de aanklacht van Schofield ook in de media en vakpers aanwezig. Het blijkt niet zo eenvoudig de beschuldiging van selectiviteit van ons af te schudden.

Schofield kwam met de term YAVIS na onderzoek naar sociaal werkers, psychologen en psychiaters. Maar ook in andere vormen van hulpverlening doet het fenomeen zich voor. Midden 2012 promoveerde Mieke Aarts op onderzoek naar behandeling van kanker. Gegevens over ruim 250.000 patiënten maakten duidelijk dat de hoger opgeleiden een andere behandeling krijgen waardoor hun overlevingskansen beduidend hoger komen te liggen.

Publicatiedatum: 12-05-2012
Datum laatste wijziging :18-03-2016
Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
Literatuur
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste