1871 Genootschap Liefdadigheid naar vermogen
Moderrnisering van de armenzorg
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Louis Blankenberg was 18 toen hij samen met zijn broer van 16, zusje van 13 en een vriend van 17 bij hem thuis op Raamgracht 8 op 1 januari 1871 het Genootschap Liefdadigheid naar Vermogen (LNV) oprichtte. Begonnen met een handjevol donateurs (vooral familie en kennissen), werd LNV al na enkele jaren een bekend en toonaangevend instituut omdat het in Nederland als eerste de armenzorg moderniseerde. Daarmee werd het ook een bakermat van het nieuwe beroep maatschappelijk werk.

Maatschappelijk werk als modern beroep is in het laatste kwart van de negentiende eeuw ontstaan vanuit verschillende oude, soms eeuwenoude praktijken, zoals armenzorg, volksopvoeding en hulp aan verwaarloosde kinderen. Op deze gebieden waren in Nederland omstreeks 1870 duizenden verenigingen actief. Louis Blankenberg was in 1899 een van de drie samenstellers van de Gids der Nederlandse Weldadigheid , het eerste overzicht. Hij telde 7.476 verenigingen, instanties en fondsen.
Hoewel er veel verschillen waren tussen deze diaconale, particuliere en stedelijke instellingen, verwoordde Liefdadigheid naar Vermogen vanaf de jaren zeventig de algemene kritiek die in (sociaal-) liberale kring leefde.

De belangrijkste kritiekpunten waren: al deze liefdadigheid helpt niet echt, want zij beperkt zich tot het geven van geld, voeding, kleding of brandstof en helpt mensen niet om op eigen benen te gaan staan. Sterker nog: met deze werkwijze houdt zij de armoede zelfs in stand. Armenzorg moet niet massaal zijn, maar gericht op individuen en concrete gevallen. Kritiek had LNV ook op het gebrek aan onderzoek. Onderzoek was vereist: enerzijds om er achter te komen of mensen de hulp werkelijk nodig hadden, anderzijds om vast te stellen welke hulp nodig was om uit de armoede te komen. Een andere kritiek van LNV betrof het gebrek aan samenwerking tussen al die instellingen. Die samenwerking was vereist om gegevens uit te wisselen, en de mensen die hulp ontvingen te registreren. Hiermee wilde men fraude tegengaan, maar ook effectievere hulp mogelijk maken. Een kernpunt was voor LNV het persoonlijk contact met de gezinnen of personen die hulp ontvingen. Armenzorg moest ‘van mens tot mens’ worden aangepakt. De methode daarvoor was het huisbezoek. Huisbezoek was natuurlijk niet nieuw, maar het gebeurde niet of veel te weinig, soms maar een of twee keer per jaar. Rapportage was er niet, was gebrekkig of moraliserend. Daar kwam bij dat de personen die het huisbezoek aflegden vaak te zwaar belast waren. Een caseload van tachtig of meer dan honderd gezinnen was geen uitzondering. LNV stelde dat een ‘armbezoeker’ niet meer dan een handvol gezinnen onder zijn hoede mocht hebben. Tenslotte was er kritiek op de stedelijke overheid die de Armenwet van 1854 zo streng toepaste, dat het niet meer menselijk was. Het was te weinig om fatsoenlijk te kunnen leven en te veel om dood te gaan. Ook stond de gemeente niet toe dat deze minimale uitkering door anderen werd aangevuld. LNV stond in de jaren negentig vooraan in de beweging om de Armenwet te verruimen.

Op al deze terreinen was Liefdadigheid naar Vermogen actief. Ze werd daarbij geïnspireerd door het voorbeeld van de Charity Organisation Society die sinds 1869 in Engeland actief was. Haar werkwijze lijkt ook sterk op de door Mary Richmond in de VS gepropageerde werkwijze van Social Casework en Friendly Visitors. Het buitenlandse 'oer' voorbeeld was Elberfeld in Duitsland waar de stedelijke armenzorg sinds 1853 was gedecentraliseerd naar comités van armbezoekers per wijk. Deze comités organiseerden de huisbezoeken en beslisten over de bijstand in geld, werk, scholing en andere noodzakelijke hulp. LNV voerde dit ‘Elberfelder stelsel’ in 1891 in Amsterdam in. De districtscomités van LNV werkten sindsdien gedurende een halve eeuw in meer dan dertig Amsterdamse wijken.
Het voorbeeld van LNV werd nagevolgd in andere steden waar Verenigingen tot Verbetering van de Armenzorg werden opgericht. Met hun werkwijze waren Liefdadigheid naar Vermogen en deze verenigingen een bakermat van het moderne maatschappelijk werk. Pioniers als Marie Muller-Lulofs en Hans Everts werden er geschoold en vertaalden de praktijkervaringen naar maatschappelijkwerk-methoden.

Publicatiedatum: 10-05-2014
Datum laatste wijziging :01-01-2016
Auteur(s): Maarten van der Linde,
Verwante vensters
Extra Louis Blankenberg (1852-1927)
Louis Blankenberg behoort met Helene Mercier en Marie Muller-Lulofs tot de grondleggers van het algemene, moderne maatschappelijk werk. Zelf was hij vrijzinnig-protestant en sociaalliberaal. In LNV werkte hij samen met katholieken, hervormden, remonstranten en joden. Modern was zijn opvatting dat bij hulpverlening geen onderscheid gemaakt mocht worden naar geloof of afkomst. Blankenberg was directeur van de Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente. In zijn vrije uren was hij actief in het bestuur van LNV, meestal als secretaris en van 1900 tot 1916 als voorzitter. Hij werkte mee aan een befaamd Nutsrapport over Armenzorg (1895), was co-auteur van de Gids der Nederlandse Weldadigheid (1899), initiator van de Vereniging van Amsterdamse Armbesturen (1899), eerste hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Armenzorg (1900) en eerste voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Armenzorg en Weldadigheid (1908). Tussendoor was hij ook gemeenteraadslid in Amsterdam.
Het door hem opgerichte Liefdadigheid naar Vermogen veranderde in 1946, 1970 en 2010 van naam en leeft nog altijd voort in Centram, de instelling voor Maatschappelijke Dienstverlening in Amsterdam Centrum.
Verder studeren
Literatuur
  • J.M. Fuchs (1971), Ik zal doen wat in mijn vermogen is. Honderd jaar Amsterdamse liefdadigheid. Uitgave ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van de Stichting Zorg en Bijstand, voorheen Liefdadigheid naar Vermogen.
  • Ali de Regt (1984), Arbeidersgezinnen en beschavingsarbeid. Ontwikkelingen in Nederland 1870-1940. Boom Meppel Amsterdam.
  • PDF document Ties Limperg (2010), Historie in vogelvlucht: CentraM, Blankenberg Stichting, Zorg en Bijstand, Liefdadigheid naar Vermogen. Beknopte schets bij het ontstaan van CentraM.
Aanvullend materiaal
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste