1990 Finkensieper en Steunpunt Zetten
Seksueel misbruik lang weggestopt
    volgende   laatste
Eind jaren tachtig stonden de kranten bol van berichtgeving over de zaak rond Theo Finkensieper, behandelend geneesheer/ directeur van de Heldringstichting in Zetten. Al in 1974 had de Belangenvereniging Minderjarigen een zwartboek afgeleverd over de omstreden behandelmethoden in de inrichting, die destijds bekend stond als 'het afvoerputje van de Kinderbescherming' - de moeilijkste kinderen kwamen er terecht. Het zwartboek ging vooral over het 'platspuiten' van cliënten en het veelvuldig isoleren van opstandige jongeren. Maar in het rapport stonden ook al verklaringen van meisjes die zeggen door Flnkensieper gedwongen te zijn zichzelf seksueel te bevredigen.
Aanhoudende acties leidden in 1975 tot het instellen van de commissie-Dijkhuis, die echter geen concrete misstanden aan de kaak stelde. Het was in een tijd dat de normen over seksualiteit in de hele samenleving ongeremder (‘het moet kunnen’) werden. De commissie besteedde er dan ook geen serieuze aandacht aan. Finkensieper kon op zijn post blijven. Wel zou de Heldringstichting er goed aan doen meer aandacht te schenken aan de ‘professionalisering’ van de medewerkers.

De verhalen over seksueel misbruik bleven echter naar buiten komen, niet alleen over de Heldringstichting in Zetten. Maar echt een item werd het niet. Omdat veel meisjes zich alleen anoniem durfden uit te spreken, zou het toch nog tot 1990 duren voordat Finkensieper zich voor de rechter moest verantwoorden. Dat was mede het gevolg van heftige acties van het Steunpunt Zetten, opgericht door een aantal van zijn pupillen, met een leidende rol voor Annie G. Bijnoord. Zij had haar ervaringen over verwaarlozing, mishandeling en seksueel misbruik verwerkt in haar boeken Mama’s zijn lief en Krassen.
Toen het steunpunt actief werd kwam er een stroom klachten over het gedrag van Finkensieper binnen, waarvan er uiteindelijk zeven leidden tot een aanklacht. Doordat het steunpunt nietsverhullende advertenties tegen de arts plaatste, kreeg de zaak veel publiciteit. In zijn woonplaats Nijmegen werd Finkensieper op affiches als de ”Mengele van Zetten” afgeschilderd.

Finkensieper zelf schuwde vervolgens de publiciteit niet. Op televisie en in de geschreven pers probeerde hij zijn onschuld aan te tonen. Hij erkende een buitenechtelijk kind verwekt te hebben bij een ex-patiënte, vertelde over therapieën waarbij een meisje zich diende uit te kleden en bekende de kinderen soms stevig (isoleercellen, kalmerende middelen) te straffen. Maar dat kon niet anders. 'Zetten was een inrichting voor inrichtingen', zei Finkensieper tegen NRC Handelsblad. 'We kregen soms kinderen van 14 die al dertien keer waren overgeplaatst. Die zeiden: jij krijgt mij ook niet klein.'
Finkensieper gaf toe dat hij fouten had gemaakt en zich te veel macht had toegeëigend, maar hij ontkende strafbare feiten te hebben gepleegd. In 1990 veroordeelde de rechter hem desondanks tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens seksueel misbruik van een aantal minderjarige meisjes. Het was de eerste grote zedenzaak in een jeugdpsychiatrische instelling in Nederland. Finkensieper overleed in 1999 op 65-jarige leeftijd.

Begin jaren negentig werd er tegen de achtergrond van deze affaire al gepleit voor en grootschalig onafhankelijk onderzoek naar seksueel misbruik in tehuizen. Tevergeefs, misbruik werd lang afgedaan als persoonsgebonden incidenten. Maar de verhalen bleven zich aandienen, vooral ook toen de normen over seksualiteit in de loop der jaren weer verstrakten. Kwam een progressief denkende hulpverlener in de jaren zeventig/tachtig nog wel weg met het verhaal dat seks functioneel was voor de therapie/behandeling, vanaf de jaren negentig werd die legitimatie definitief in het verdomhoekje gezet. Seksueel contact in een hulpverleningsrelatie werd taboe, een zaak voor het tuchtrecht en bij minderjarigen onderwerp van strafrechtelijke vervolging.
Daardoor kon eindelijk duidelijk worden dat seksueel misbruik in de sfeer van opvoeding en jeugdhulpverlening op een veel grotere schaal had plaats gevonden dan ooit voor mogelijk was gehouden

Publicatiedatum: 27-09-2012
Datum laatste wijziging :22-12-2013
Auteur(s): Jos van der Lans,
Extra Commissie-Samson
In juli 2010 stelde de regering de commissie-Samson in, omdat na de verhalen over misbruik in instituten van de katholieke kerk ook ex-pupillen uit de jeugdzorg van zich lieten horen. Onder verantwoordelijkheid van het rijk bleken velen slachtoffer van seksueel misbruik te zijn geweest. Bij een eerste tussentijdse rapportage kon de commissie eind 2010 dat beeld al bevestigen. Seksueel misbruik was nogal eens langdurig en van ernstige aard (verkrachting). Begin 2011 hadden zich 500 mensen bij de commissie gemeld. Een kleine veertig dossiers zijn – meestal in overleg met de slachtoffers - overgedragen aan het Openbaar Ministerie. De uitkomsten van hun onderzoek worden op 8 oktober bekend gemaakt.

Verder studeren
Literatuur
Links
Google Earth (Deze optie werkt alleen als Google Earth geïnstalleerd is)
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden


Andere Tijden - zondag 23 september 2012. De zaak Finkensieper.

    volgende   laatste