NIEUW
2009 Zelfredzaamheid-Matrix
Meten op elf domeinen
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
In steeds meer gemeenten in Nederland gebruikt men de zogenaamde Zelfredzaamheid-Matrix (ZRM) om te bepalen in welke mate burgers in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning hulp behoeven. Dat is een in 2009 door de Amsterdamse GG&GD in samenwerking met de gemeente Rotterdam ontwikkelde methode om bij mensen op elf ‘domeinen’ de mate van zelfredzaamheid concreet te maken. Deze domeinen zijn: Financiën, Dagbesteding, Huisvesting, Huiselijke relaties, Geestelijke gezondheid, Lichamelijke gezondheid, Verslaving, Activiteiten Dagelijks Leven, Sociaal netwerk, Maatschappelijke participatie en Justitie.

De ZRM is afkomstig uit de Verenigde Staten. Daar werd in de jaren ’90 door Diana Pearce en haar collega’s de Self-Sufficiency Standard ontwikkeld. Deze bestond uit een methode om de economische of financiële zelfredzaamheid van mensen te bepalen. De standaard was een reactie op de observatie dat sommige gezinnen weliswaar een inkomen genoten boven de officiële landelijke armoedegrens, maar zich niet met dat inkomen konden redden doordat de kosten voor het levensonderhoud sterk varieerden per regio.

Vrijwel gelijktijdig met deze ontwikkeling groeide in Amerika de behoefte aan een methode om de uitkomsten van zorg beter meetbaar, inzichtelijk en beheersbaar te maken. In deze behoefte werd voorzien door de Results Oriented Management and Accountability Self-Sufficiency Taskforce (ROMA), die een systeem ontwikkelde dat de uitkomsten van zorg uitdrukkelijk koppelt aan de inspanningen die daarmee gemoeid zijn.
Geïnspireerd door het werk van Pearce, en in overeenstemming met de systematiek zoals beschreven door ROMA, werd in 2004 de Self-Sufficiency Matrix (SSM) ontwikkeld. In plaats van één (financiële) dimensie bestond de matrix uit een reeks uitkomstmaten die de situatie van een individu of familie op het gebied van zelfredzaamheid beschreven. Inmiddels wordt de SSM in verschillende Amerikaanse staten toegepast, en kent zij vele toepassingsgebieden in de zorg (o.a. case-management, persoonlijke feedback, beleid, onderzoek).

De versie van de SSM die toegepast wordt in Utah vormde in 2009 de basis voor de Zelfredzaamheid Matrix (ZRM). De ZRM was het initiatief van de GGD Amsterdam en een antwoord op het gebrek aan instrumenten waarmee gemeten kan worden in hoeverre een persoon in staat is in zijn eigen bestaansvoorwaarden te voorzien. Zonder de ZRM werd de zelfredzaamheid van een cliënt namelijk gebaseerd op het (subjectieve) oordeel van de behandelaar en/of met behulp van meetinstrumenten die complex, tijdrovend en/of op minder omvattend zijn. De ZRM voorziet in een behoefte omdat het instrument tal van voordelen biedt, aldus de ontwikkelaars. Zij stellen dat de ZRM:
  • hulpverleners stimuleert om breder en integraler te kijken;
  • zorgt voor een eenduidige beoordeling van doelgroepen;
  • vergemakkelijkt de communicatie tussen hulpverleners, maar ook tussen hulpverleners, managers en beleidsmakers;
  • maakt uitkomsten van sociaal beleid meetbaar die voorheen niet goed meetbaar waren;
  • maakt routinematige rapportages en vergelijkingen van groepen mogelijk waar voorheen veel extra inspanningen nodig waren;
  • geeft meer informatie (bijvoorbeeld door het maken van cliëntprofielen) dan voorheen voorhanden was bij het maken van keuzes in het sociale domein.

Een niet-onbeangrijke bijdrage aan het succes is dat de ZRM – in tegenstelling tot andere meetinstrumenten - gratis gebruikt kan worden. Het staat iedereen vrij om de ZRM te downloaden en te implementeren binnen zijn of haar organisatie. De opstellers vragen van de gebruikers wel hun visie in acht te nemen en hen te informeren over aanpassingen.

In de beginperiode werd het instrument in Nederland vooral gebruikt bij de groep mensen met de grootste problemen zoals dakloosheid en verslaving. Maar inmiddels wordt de ZRM gebruikt bij uiteenlopende doelgroepen met een grote diversiteit in soort en ernst van problemen. In feite ontwikkelt de ZRM zich steeds meer tot een nieuw soort Wmo-intake instrument. Wat dat betreft kwam het op het juiste moment beschikbaar. Op gemeentelijk niveau was men op zoek naar een efficiënt en makkelijk toepasbaar instrument dat de behoefte aan ondersteuning snel in kaart brengt. Weliswaar stimuleerde de Wmo professionals om volgens de principes van Welzijn Nieuwe Stijl outreachend en proactief te werken, maar dat ontsloeg deze professionals niet van de plicht om toch zoveel mogelijk methodisch en systematisch te werk te gaan. En vooral ook te onderzoeken in welke mate mensen verbonden zijn aan sociale netwerken en betekenisvolle anderen, die voor een Eigen Kracht-aanpak mogelijkerwijs ingeschakeld zouden kunnen worden. De Zelfredzaamheid-Matrix bood dus precies het makkelijk hanteerbare instrument waarmee steeds meer ‘keukentafelgesprekken’ in de toekomst gestructureerd zullen worden.

Desondanks kleven er ook, en bovendien tamelijk principiële bezwaren aan de ZRM. Weliswaar wordt er in het sociale domein voortdurend gesproken over de eigen kracht van mensen, en dat mensen in kwetsbare of hulpbehoevende omstandigheden zich eigenaar moeten kunnen maken van oplossingen, maar daarvoor biedt de ZRM nu juist nauwelijks ruimte. Het instrument is vooral gericht op het oordeel van professionals en niet bedoeld om het oordeel van de mensen die ondersteuning ontvangen te meten. Opzet en taalgebruik zijn daar niet op afgestemd. Dan mag ZRM dus wel beter en makkelijker meten, maar in feite creëert het dan toch weer die afhankelijkheid waar de Wmo nu juist mee wilde breken.

Bron voor dit venster: www.zelfredzaamheidmatrix.nl

Publicatiedatum: 16-12-2013
Datum laatste wijziging :16-09-2015
Auteur(s): Jos van der Lans,
Extra Zes instrumenten om zelfredzaamheid te meten
Inmiddels zijn er - typisch Nederlands - diverse instrumenten ontwikkeld om zelfredzaamheid te meten en te monitoren, zoals: Zelfredzaamheidsmeter, Zelfredzaamheidsmatrix, Zelfredzaamheidsmonitor, Zelfredzaamheidsradar, Zelfstandigheidslijst, Effecten Ster. Zie voor een overzicht: Kennisplein Chronische Zorg
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste