1975 Contourennota
Kabinet-Den Uyl munt term speciaal onderwijs
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
De term speciaal onderwijs duikt in politiek-beleidsmatige zin voor het eerst op in de discussienota Contouren van een toekomstig onderwijsbestel, waarin onderwijsminister Jos van Kemenade (PvdA) in 1975 zijn visie over waar het met het onderwijs naar toe moet uit de doeken doet. De nota, die al snel bekend stond als de Contourennota, kent als motto ‘Meer mensen mondig maken’ en is bedoeld om met het onderwijsveld in debat te gaan over het onderwijs van de toekomst.

Geheel in de geest van de jaren zeventig meent het kabinet-Den Uyl dat het onderwijs niet alleen een educatieve functie heeft, maar ook een emancipatoire. Het onderwijs moet de kansengelijkheid bevorderen, waardoor vroegtijdige selectie, waar vooral kinderen uit achterstandsmilieus de dupe van worden, zoveel mogelijk vermeden moet worden. Daarom ontvouwt de minister het perspectief om te komen tot een ‘middenschool’, een driejarige basis van het voortgezet onderwijs waarin alle kinderen hetzelfde onderwijsprogramma doorlopen, los van hun achtergrond of capaciteit. De Contourennota wordt daardoor ook wel de ‘onderwijsnota van de kansarmen’ genoemd.

Het tegengaan van vroegtijdige selectie moet dus ook gaan gelden voor kinderen die gebruik maken van de maar liefst 17 verschillende schooltypes die het buitengewoon onderwijs begin jaren zeventig telt. Daar wil de Contourennota vanaf: ‘Doordat de basisschool en de middenschool zich vele meer zullen richten op de ontplooiingsmogelijkheden van elk kind, zullen kinderen die nu nog naar het buitengewoon onderwijs worden verwezen, straks in de basisschool of middenschool kunnen blijven.’ Overigens, zo laat de minister daar direct op volgen, betekent dat niet het einde van het buitengewone onderwijs, want ‘er zullen altijd leerlingen zijn waarvoor wel bijzondere voorzieningen getroffen moeten worden. Voor die leerlingen komt er het speciaal onderwijs, dat belangrijk zal verschillen van het huidige buitengewoon onderwijs.’

Die gedachte komt niet uit de lucht vallen. In verlichte onderwijskringen is men steeds kritischer geworden op het almaar uitdijende buitengewoon onderwijs. Het zet mensen buiten de samenleving, het stigmatiseert en plakt kinderen een etiket op waar ze hun leven lang niet meer vanaf komen. Daar moet het onderwijs zo min mogelijk aan bijdragen, aldus Van Kemenade. Hij gebruikt nog niet het woord inclusie, maar zijn visie sluit heel precies aan bij het denken over ’normaliseren’ dat binnen de geestelijke gezondheidszorg en - zoals het toen nog heette - zwakzinnigenzorg zich steeds sterker heeft gemanifesteerd.

Dat betekent wel dat het onderwijs voor deze taak ook moet worden uitgerust, want het reguliere onderwijs is onvoldoende in staat om ‘dit probleem kind op de goede manier te benaderen’. Bovendien is de verwijzing van met name kinderen met grote leer- en opvoedingsmoeilijkheden onder de maat. Men vlucht veel te snel naar medische diagnoses, terwijl de onderwijskundige behoefte van het kind nauwelijks gewogen wordt. Bovendien werken het buitengewoon onderwijs en het reguliere onderwijs nauwelijks samen. Het zijn gescheiden circuits - eenmaal in het buitengewoon onderwijs beland, is er geen weg terug.

De Contourennota schetst de uitgangspunten om dat te veranderen. ‘Basisschool en middenschool moeten zo worden ingericht, dat grote groepen kinderen die nu naar het buitengewoon onderwijs worden verwezen, straks in het gewone onderwijs kunnen worden opgevangen. (…) Probleemkinderen moeten dan slechts in het uiterste geval helemaal van het gewone onderwijs los zullen raken. (…) Er zullen hooguit 5 of 6 schooltypen in het speciaal onderwijs moeten zijn.’ Met ‘duidelijk regels’ voor de verwijzing en toelating. Tegelijkertijd moeten de opleidingen worden verbeterd en de onderwijsbegeleidingsdiensten versterkt om de noodzakelijke veranderingen ook te realiseren.

De Contourennota kent een stevige ambitie, volop gekruid door de anti-institutionele tijdgeest, die ook op andere terreinen tot zware kritiek, conflicten en veranderingen leidt (Dennendal, antipsychiatrie). Maar zoals op andere terreinen langzaam maar zeker de vernieuwingsgeest weer in de fles wordt gestopt, zo verbleekt ook het elan van de Contourennota op het einde van de jaren zeventig. Er komt een stormloop van kritiek op het concept van de middenschool (eenheidsworst, talentverspilling) en in het kielzog daarvan verdampen ook de aspiraties om kinderen alleen in het uiterste geval tot het speciale onderwijs te veroordelen. In 1977 brengt Van Kemenade de Nota Speciaal Onderwijs uit, een eerste concretisering van de uitgangspunten van de Contourennota. Niet lang daarna valt echter het kabinet-Den Uyl en blijft er onder de navolgende kabinetten weinig over van de vernieuwingsdrang. In plaats van vernieuwing wordt het onderwijs in de daarop volgende jaren getroffen door bezuinigingen.

De door Van Kemenade beoogde trendbreuk in de groei van het buitengewoon onderwijs komt dan ook niet tot stand. Sterker, de toeloop, of misschien wel de uitstoot, van kinderen naar het speciaal onderwijs blijft groeien en begint in de jaren tachtig zelfs spectaculair toe te nemen. En om die groei te beteugelen duiken steeds opnieuw de uitgangspunten op waar de Contourennota op was gestoeld, zij het dat de terminologie steeds weer anders wordt. Eind jaren tachtig heet het Weer samen naar school, in de 21e eeuw spreken we over ‘passend onderwijs’ en/of inclusief onderwijs. Maar het idee is hetzelfde: alle kinderen, problematisch of niet, hebben zo lang als redelijkerwijs mogelijk en onderwijskundig verantwoord is, recht op ‘normaal’ regulier onderwijs.

Publicatiedatum: 06-07-2019
Datum laatste wijziging :05-06-2020
Auteur(s): Jos van der Lans,
Extra Buitengewoon onderwijs voortaan speciaal onderwijs
Minister Van Kemenade wil af van de aanduiding ’buitengewoon onderwijs’. In de Contourennota beargumenteert hij dat als volgt: ’Naast het kleuteronderwijs en het lager onderwijs en gedeeltelijk ook naast het voortgezet onderwijs kennen we het buitengewoon onderwijs. Die term ’buitengewoon’ heeft in de loop der tijden een wat negatieve klank gekregen. Het aparte wordt te zeer benadrukt. In de Contourennota wordt de naam ’speciaal onderwijs’ gebruikt. Die naam staat dan voor alle onderwijsvoorzieningen voor kinderen, die om een of andere reden niet in staat zijn het onderwijs op de basisschool of middenschool te volgen.’(Samenvatting, p.43)
Literatuur
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste