1869 Jacques van Marken (1845-1906)
Ondernemer die de sociale kwestie wilde oplossen
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Als stichter van de Nederlandsche Gist- & Spiritusfabriek (NG&SF, 1869) te Delft is Van Marken een van de grondleggers van de industrialisatie in Nederland. Later verbond hij aan deze fabriek het eerste bedrijfslaboratorium van enige omvang in Nederland. Zijn belangrijkste motief om fabrikant te worden was om de sociale kwestie te helpen oplossen. Zijn werklieden betaalde hij ruim meer dan het gemiddelde dagloon: “Zou de patroon, die de rechten van den werkman vergeet, zijn eigenbelang wel begrijpen? Hij is even dwaas als wanneer hij de stoomkraan zijner machine afsloot om kolen te besparen.” (Vragen des Tijds, mei 1875).

Van Marken ontwikkelde vervolgens nieuwe systemen van werkclassificatie (loon naar werk) en van beoordeling (loon naar werken). Als eerste particuliere ondernemer in Nederland voerde Van Marken een pensioenregeling in; met de oprichting van een ziekenfonds volgde hij het voorbeeld van andere fabrikanten, zoals Regout in Maastricht. Uitzonderlijk was weer de instelling van een verzekering tegen bedrijfsongevallen (in 1884) en van een weduwen- en wezenfonds (in 1886). Van Marken zag toe op het leven van zijn werknemers, letterlijk van de wieg tot het graf. Tot de voorzieningen behoorden ook een kleuterschooltje en een ambachtsschool, een bibliotheek met leeszaal, coöperatieve winkels, ontspanningslokalen en een eigen weekblad (de Fabrieksbode). De sociale voorzieningen en de fabriek werden heel succesvol gebruikt als reclame-object, zowel in binnen- als buitenland.

In 1878 stelde Van Marken bij de NG&SF de Kern – een adviesorgaan – in met als doel “in geregelde bijeenkomsten van gedachten te wisselen met de vertegenwoordigers van het personeel, en door onderlinge bespreking te worden voorgelicht omtrent hetgeen bevorderlijk kan zijn voor de welvaart van het personeel en het welslagen van de onderneming”. De vakbonden – die pas lang na de dood van Van Marken toegang tot de fabriek kregen – beschouwden de Kern als een zoethoudertje.

Zijn ideaal was samenwerking tussen kapitaal en arbeid. Daartoe zette hij bij wijze van experiment in 1891 een drukkerij als productiecoöperatie op. De arbeiders-vennoten ontvingen naast hun loon een winstuitkering in aandelen. Na tien jaar werd Van Marken door de dertien arbeiders-vennoten uitgekocht.

Heel opmerkelijk was zijn optreden als leider bij een staking van zevenhonderd spinners en wevers van de textielfabriek van de gebroeders Scholten in Almelo, in 1887. Hij verweet deze textielfabrikanten dat zij door voortdurende loonsverlagingen voedsel gaven “aan het wantrouwen en de verbittering, die veelal bij de werklieden tegenover de patroons in het algemeen heerschen”.

Om de woonomstandigheden van zijn werklieden te verbeteren stichtte hij het Agnetapark, een wijk met 78 arbeiderswoningen (elk met een tuintje) in een door de landschapsarchitect Zocher ontworpen park. Van Marken ging zelf ook in dit park wonen, in de villa ‘Rust Roest’.

Tekst overgenomen uit: SER-advies, De winst van waarden. Advies over maatschappelijk ondernemen, december 2000, pp. 21-22.

Publicatiedatum: 12-02-2017
Verwante vensters
Literatuur
  • W. de Vries Wzn (1978), 'J.C. van Marken en het Agnetapark te Delft',   in: Tijdschrift voor sociale geschiedenis, nr. 10 (maart 1978), pp. 3-34.
  • Wim Wennekes (2000), De aartsvaders - Grondleggers van het Nederlandse bedrijfsleven.  Amsterdam: Atlas, (1e druk, 1993), pp. 141-195.
  • J.A. de Jonge (1974), 'Delft in de negentiende eeuw. Van ‘stille nette’ plaats tot centrum van industrie',  in: Economisch en Sociaal-Historisch Jaarboek 1974, pp. 145-247.
Links
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste