1948 Universele Verklaring van de Rechten van de Mens
Wereldwijde erkenning van gelijke rechten
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste
Het einde van de Tweede Wereldoorlog betekende een overwinning voor de democratie en leidde tot de oprichting van de Verenigde Naties (VN), die vrede en veiligheid in de wereld moest zien te bevorderen. Een indringende les uit de oorlog was bovendien dat alle vormen van discriminatie op grond van geloof, ras of andere kenmerken overal in de wereld bestreden dienden te worden. In 1948 nam de Algemene Vergadering van de VN daartoe de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens aan. Deze rechten steunen op ‘de erkenning van de inherente waardigheid en de gelijke en onvervreemdbare rechten van alle leden van de mensengemeenschap’.

Deze Universele Verklaring leidde in diverse landen tot tal van emancipatiebewegingen die streefden naar gelijke rechten voor minderheidsgroepen, waaronder dus ook burgers met verstandelijke beperkingen. Dat had, zij het dat het enige tijd duurde, succes. In 1971 namen de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van Verstandelijk Gehandicapten aan, in 1975 gevolgd door de Universele Verklaring van de Rechten van Mensen met een Handicap, die vervolgens ook door de Europese Unie (EU) zijn aangenomen. Deze op minderheidsgroepen gerichte verklaringen zijn in feite concretiseringen van de universele rechten. De persoon met verstandelijke beperkingen heeft dezelfde basale rechten als andere burgers van hetzelfde land en dezelfde leeftijd, alleen blijkt dat de rechten van deze mensen speciale aandacht nodig hebben omdat ze vaak over het hoofd gezien worden.

Nu zijn rechten mooi, zeker op papier, maar als een staat zich er niet aan wil binden door een verdrag te ondertekenen en de rechten in concrete actieplannen en maatregelen uit te werken, hebben de betrokken personen er niet veel aan. Het doel van bijvoorbeeld het verdrag uit 1975 is dan ook: het volledig genot door alle personen met een handicap van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid te bevorderen, te beschermen en te waarborgen en ook het respecteren van hun inherente waardigheid te bevorderen (artikel 1). Met andere woorden: rechten moeten ook echt waargemaakt kunnen worden.

Het rechtenperspectief (‘burgers met rechten’) moet daarom aangevuld worden met het beperkingenperspectief (‘mens in nood’). Het schept immers morele verplichtingen voor de samenleving om via middelen en maatregelen ook voor mensen met verstandelijke beperkingen een menswaardig bestaan mogelijk te maken. Het juridische perspectief van ‘burger met rechten’ en het morele perspectief van ‘burger in nood’ moeten met elkaar verbonden worden in het principe van de sociale rechtvaardigheid. Wij moeten gelijke mensen gelijk behandelen en ongelijke ongelijk. Burgers met verstandelijke beperkingen verschillen in dit opzicht van andere burgers. De ongelijkheid op dit punt betekent dat deze burgers meer ondersteuning krijgen dan andere burgers. Dit is het fundament van het burgerschapsparadigma.

Dit betekent concreet dat er middelen verstrekt moeten worden om het onderwijs feitelijk te kunnen volgen, bijvoorbeeld voor het mogelijk maken van vervoer naar school, door het in stand houden van passend onderwijs en door ambulante begeleiding in het reguliere onderwijs. Het wonen in de samenleving moet mogelijk gemaakt worden door dit bereikbaar en betaalbaar te maken. Het werken moet mogelijk gemaakt worden door het subsidiëren van werkgelegenheid. Het deelnemen aan het culturele leven, sport en vrijetijdsbesteding moet gestimuleerd worden door subsidiëring en/of ondersteuning van vrijwilligerswerk.

Maar het burgerschapsparadigma gaat verder dan alleen het creëren van voorzieningen. Het gaat ook over bescherming van de menselijke waardigheid en het hieruit volgende recht op leven. Dit wordt geschonden als medici voldongen feiten stellen door alleen medische instrumenten in te zetten ter toetsing van de kwaliteit van het leven en alleen op die basis beslissen over het recht op leven van ongeborenen of pasgeborenen. Maatgevend zijn dan louter externe criteria (belangen, wensen, waarden van derden). De overheid moet daarom concrete maatregelen nemen om het recht op leven, voortvloeiend uit de inherente waardigheid van de mens met beperkingen, te beschermen. Een ander voorbeeld is het accepteren van seksuele relaties en ouderschap van mensen met verstandelijke beperkingen. Hiertoe moeten deze mensen ondersteuning krijgen bij de opvoeding van hun kinderen. Uit het burgerschapsparadigma vloeit voort dat de overheid hiertoe de middelen moet verstekken. Juist over deze meer ethische dimensies barst de discussie vaak los en wordt het burgerschapsparadigma nogal eens uit het oog verloren.
Ten slotte het ratificeren van internationale verdragen. Nederland loopt bijna altijd achter als het gaat om het ratificeren van internationale verdagen over mensenrechten. Ook de ratificatie van het VN-Verdrag inzake rechten van personen met een handicap uit 2006 liet op zich wachten. Maar in juli 2014 diende de regering dan eindelijk toch het wetsvoorstel in dat tot ratificatie moet leiden. Daarmee treedt ons land in de voetsporen van België, Duitsland, Italië, Denemarken, Noorwegen, Zweden, Engeland en Frankrijk, die Nederland al veel eerder voorgingen.

Publicatiedatum: 01-09-2012
Datum laatste wijziging :27-10-2014
Auteur(s): Ad van Gennep,
Verwante vensters
Extra Een overzicht
1948 Universele Verklaring van de rechten van de Mens (VN)
1971 Universele Verklaring van de rechten van Verstandelijk Gehandicapten (VN)
1975 Universele Verklaring van de rechten van Mensen met een Handicap (VN)
1989 Internationaal Verdrag inzake rechten van het Kind (VN)
1994 Standaardregels betreffende het bieden van gelijke kansen aan gehandicapten (VN)
1995 Gelijke kansen voor mensen met beperkingen; actieplan (EU)
2003 Herziene versie van het actieplan (EU)
2006 Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (VN)
Verder studeren
  • Gennep, A. van (2007), Waardig leven met beperkingen Antwerpen/Apeldoorn: Garant.
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden

YouTube, 10 januari 21010 | Klip & klaar filmpje VN-Verdrag


YouTube - 17 juli 2009 | Het verhaal van de nu 28-jarige Claudia van Thor. Haar moeder heeft een verstandelijke beperking en haar onlangs overleden vader was zwakbegaafd. De laatste maanden is de discussie over de kinderwens van verstandelijk gehandicapten weer actueel, naar aanleiding van de geboorte van baby Hendrikus. Hendrikus wordt op dit moment onder zwaar toezicht door zijn verstandelijk beperkte ouders opgevoed. Binnenkort neemt de rechter een beslissing of deze situatie mag blijven bestaan, of dat Hendrikus alsnog uit huis zal worden geplaatst. (De rechter besloot dat Hendrikus weer naar zijn ouders mocht - red.)
Bekijk de hele uitzending hier de uitzending Spraakmakende zaken van 21 juli 2009.

YouTube uitzending 27 maart 2010 | Een lichte verstandelijke beperking en toch een kind krijgen. In Nederland zijn er naar schatting 1500 gezinnen waarvan de ouders verstandelijk beperkt zijn. Uit onderzoek is gebleken dat ongeveer zeventig procent van deze ouders niet in staat is om hun kinderen een goede opvoeding te geven. De geboden hulp door begeleiders is lang niet altijd toereikend of effectief.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste