Paricipatie, e,powerment, meedoen - zijn kernbegrippen van de WMO
Jet Bussemaker is de verantwoordelijke staatssecretaris voor de WMO.
Mantelzorg is neit alleen een last, maar maakt mensen ook gelukkig.
1950 - nu: Televisie en computer
2007 Wet Maatschappelijke Ondersteuning
Van garagehouder naar wegenwacht
eerste   vorige    

Op 1 januari 2007 begon met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) een nieuw hoofdstuk in de beleidsgeschiedenis van het sociaal werk. De nieuwe wet maakt een einde aan Brinkmans Welzijnswet en brengt de huishoudelijke (thuis)zorg (vanuit de AWBZ) onder de regie van de gemeenten. Dat heeft veel voeten in aarde gehad, omdat gemeenten verplicht werden deze thuiszorg op de markt aan te besteden, waardoor een aantal traditionele thuiszorginstellingen buiten de boot vielen en er vele honderden thuiszorgsters op straat dreigden te komen. Smalend werd de WMO daarom ook wel Wet Massaal Ontslag genoemd.

Pas toen het stof van deze schermutselingen was opgetrokken kwamen de nieuwe mogelijkheden in beeld. Ogenschijnlijk is de wet een rechtstreekse erfgenaam van Brinkmans ‘zorgzame samenleving’, want de wet gaat uit van het idee dat de burger eerst voor zichzelf en zijn naasten moet zorgen en dat de gemeentelijke overheid hem daarin als dat noodzakelijk is dient te ondersteunen. Sommigen vrezen dat dit reden zal zijn om te bezuinigen en te knibbelen aan de rechten van patiënten en cliënten.
Anderen zien het positiever. Zij zien de WMO als een wet is die erop gericht is burgers voortdurend op hun eigen vermogens aan te spreken, te stimuleren en in beweging te laten komen. Dat uitgangspunt biedt op zichzelf al een ander, positiever perspectief dan het oude zorg- en welzijnsdenken dat veel meer geënt was op het problematische, het zorgwekkende. Het is een soort aardverschuiving voor het welzijnswerk: van ontvangende garagehouder naar opzoekende wegenwacht.
Het gaat er om mensen in verbinding te brengen met mogelijkheden, met gezonde sociale systemen, zo luidt in ieder geval het officiële beleid. Juist daarom wordt de WMO omschreven als een participatiewet, of als een wet die er voortdurend op gericht is om mensen te empoweren, om ze de weg te wijzen naar gezonde, aantrekkelijke, gezellige sociale verbanden en systemen. Dat is de essentie van de WMO. Dat is niet gebaseerd op een ouderwetse visie waarin nostalgisch wordt verlangd naar een overzichtelijke samenleving waarin naastenliefde en gemeenschapszin als vanzelf tot een hogere staat van medemenselijkheid leiden. Zo werkt het niet meer. Juist modern-stedelijke samenlevingen produceren hun eigen nieuwe vormen van zorgzaamheid en saamhorigheid, maar ook van isolement en uitsluiting. De kunst van de WMO is nu juist om bij die nieuwe moderne omstandigheden aansluiting te zoeken en de sturingsinstrumenten daar op af te stellen.

De vraag is of dat allemaal lukt. Want met de vergrijzing en voortgaande individualisering lijkt het zorgzaam vermogen van de samenleving niet vanzelf groter te worden. Het wordt steeds moeilijker vrijwilligers voor allerhande sociale activiteiten te mobiliseren. Het belang van professioneel sociaal werk zal daardoor alleen maar toenemen. Zij moeten voor de verbindingen gaan zorgen. En de vraag waar de werksoorten nu voor staan is: hoe doe je dat? En vooral: hoe doe je dat met mensen die moeilijk bereikbaar zijn, kwetsbaar zijn, achterblijven of zorg- of uitkeringsafhankelijk zijn? En wat moet je dan doen? Hoe breng je de verbinding tot stand tussen mensen die stilstaan met mensen die bewegen, tussen mensen die een kennisvoorsprong hebben met mensen die een kennisachterstand hebben, tussen mensen die geslaagd zijn en mensen die een kans verdienen. Op dat soort vragen zullen het sociaal werk en welzijnsorganisaties een actief professioneel antwoord moeten zien te ontwikkelen.


Verder studeren
  • Jan Bijlsma en Hay Janssen (2008), Sociaal werk in Nederland. Vijfhonderd jaar verheffen en verbinden. Hoofdstuk 7: De toekomst van de verzorgingsstaat.
  • PDF document Jos van der Lans (2008), WMO kan niet zonder nieuw welzijnswerk in: Binnenlands Bestuur, 27 juni 2008, pp. 44-47.
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige