Gevel 'Femina Muller Kinderbewaarplaats' in de Vinkenstraat in Amsterdam
Femina Muller (1826-1909), pionier van de kindercrèche
kinderbewaarplaatsen CVN
cover van Rijswijk moeders kinderen kinderopvang
cover boek kinderopvang met sociale functie
Samuel Coronel (1827-1892), sociaal medicus
1800 - 1900: Burgers en stoommachines
1872 Vereeniging tot Verbetering der Kleine Kinderbewaarplaatsen
Zorg voor het jonge kind
eerste   vorige   volgende   laatste

Omstreeks het midden van de 18de eeuw ontstond er een behoefte aan opvang van kinderen buiten het gezin. De oorzaak daarvoor ligt bij de stijgende participatie van vrouwen aan de arbeidsmarkt (vervanging van thuisarbeid zoals weven en spinnen door industrialisatie, fabrieken) en een daling van de kindersterfte. Veel opvang was er echter niet. Er waren wel een hele reeks van zogenaamde matressenschooltjes (afgeleid van het Franse maîtresse, juffrouw) maar dat waren meer tijdelijke bewaarplaatsen dan echte opvang. Daarnaast waren er een aantal initiatieven van filantropische organisaties, zoals de maatschappij tot het nut van ’t algemeen <>. Dat waren de bewaarscholen met wat kleinere groepen kinderen, ruimere lokalen, beter geschoold personeel. De eerste bewaarschool startte omstreeks 1828 in Zwolle op initiatief van Jan ter Pelkwijk en ongeveer gelijktijdig door J.S. Mollet in de Berenstraat in Amsterdam.
De bewaarscholen ontleenden inspiratie aan vergelijkbare initiatieven in Brussel en aan de Zwitserse pedagoog Pestalozzi (nog steeds bekend als een belangrijk denker over informeel leren).

Algemeen genomen was er echter grote ontevredenheid over de opvang van jonge kinderen. De Amsterdamse stadsgeneesheer Samuel Coronel trok in 1863 op onderzoek uit, en kon niet anders dan spreken van ‘holen van mensenverdierlijking’ en ‘moordholen’. Diezelfde Coronel was een stevig pleitbezorger van gezondheid op het werk (en in die zin mede grondlegger van de huidige ARBO-wetgeving) en was mede inspirator van Sam van Houten’s verbod op kinderarbeid. Ook zijn pleidooi voor kinderopvang viel niet in dovemansoren. Enkele dames van stand staken de handen uit de mouwen en richtten in 1869 de Vereeniging tot Verbetering der Kleine Kinderbewaarplaatsen op. In 1872 moesten het herenbestuur erkennen dat ze niets voor elkaar kregen, en ze droegen de organisatie over aan een damesbestuur. Toen begon het te swingen. Femina Muller werd de eerste presidente en ging erg resultaatgericht te werk. Kort na de oprichting van de vereniging volgden de eerste resultaten, want al in datzelfde jaar opende het eerste kinderbewaarplaats zijn deuren, in de Vinkenstraat in Amsterdam. Dat werkte besmettelijk, want snel ontstonden er kinderbewaarplaatsen in andere Nederlandse steden.
De naam Femina Muller leeft nog door als naam van kinderopvangcentra of als straatnaam. In 1927 ging de de Vereeniging tot Verbetering der Kleine Kinderbewaarplaatsen op in de Centrale Vereeniging voor kinderbewaarplaatsen in Nederland.

Waar oorspronkelijk de doelstelling vooral lag in het opvangen van kinderen zodat (alleenstaande) moeders konden gaan werken, ontstaat er na de wereldoorlog een verruiming. Naast het ‘bewaren’ van kinderen ontstaat aandacht voor hun ontwikkelingen. In plaats van kinderbewaarplaatsen begint men te spreken van kinderdagverblijven. Toch blijft de doelgroep beperkt tot moeders die uit noodzaak moeten gaan werken, omdat er geen andere inkomensbron in het gezin is. Pas na de feministische beweging in de jaren zeventig wordt die beperkte doelgroep verruimd. De terminologie verandert ook, en het begrip kinderopvang doet zijn intrede. Je zou kunnen zeggen dat daarmee de sociale doelstelling van de oorspronkelijke kinderbewaarplaatsen verkleint, omdat het nu minder gaat om opvang van kinderen uit kwetsbare gezinnen. Die sociale doelstelling is echter nog wel aanwezig, bv. in hoe kinderopvang omgaat met diversiteit in de samenleving. Nog nadrukkelijker is ze zichtbaar in de mede vanuit kinderopvang georganiseerde peuterspeelplaatsen en voor- en vroegschoolse educatieve programma’s (VVE). Deze zijn er onder meer op gericht onderwijsachterstand al op heel jonge leeftijd tegen te gaan. Ongeveer een kwart van de kinderen heeft al zo’n onderwijsachterstand bij aanvang van de basisschool.


Verder studeren
  • Verschuur, A. (Red.) (2005), - professionele opvang gevraagd - geschiedenis van de Nederlandse kinderopvang , den Haag: stichting geschiedschrijving kinderopvang, hoofdstuk 1
Literatuur
  • van Rijswijck-Clerkx, L. (1981), Moeders, kinderen en kinderopvang , SUN, Nijmegen.
  • Weijers, I. (2007), De creatie van het mondige kind: geschiedenis van pedagogiek en jeugdzorg ,(4 ed.). Amsterdam: SWP.
  • Vandenbroeck, M. (2009), In verzekerde bewaring: honderd vijftig jaar kinderen, ouders en kinderopvang ,(2 ed.). Amsterdam: SWP.
  • x. (2009), Kinderopvang met sociale functie: een plaats waar kinderen, ouders, medewerkers en buurt elkaar ontmoeten , Amsterdam: SWP.
  • PDF document Maarten van der Linde (2010), Femina Muller, pionier van de kindercrèche.
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   volgende   laatste