1958 Telefonische hulpverlening
De opkomst van nieuwe technologieën
eerste   vorige   volgende   laatste

Graham Bell ontwikkelde de telefoon op het einde van de 19de eeuw, maar de innovatie kwam pas enkele decennia later commercieel beschikbaar in Nederland. Eigenlijk is er pas sprake van een redelijke verspreiding van bezit na de Tweede Wereldoorlog, voordien waren er slechts weinig mensen die thuis telefoon hadden. Zo was er in Rotterdam en Amsterdam in 1939 maar een telefoondichtheid (aantal telefoonabonnees per 100 inwoners) van ongeveer 5. In 2005 lag die dichtheid op 143, er zijn dus meer telefoons dan mensen in Nederland! (cijfers ITU).

Reeds in een vroeg stadium heeft de sociaal-agogische professie stilgestaan bij de mogelijke problemen die dit nieuwe medium meebracht. Zo was er o.a. aandacht voor de ‘morele verloedering’ van de meisjes die in de telefooncentrales werkten. De aandacht ging evenwel niet in hoofdzaak naar nieuwe ‘kommer en kwel’, maar naar de nieuwe mogelijkheden van het medium, zoals telefonische hulpverlening. Hulpverlening werd mogelijk over lange afstand, en kon ook eenvoudiger buiten kantooruren aangeboden worden. Bovendien was de anonimiteit van een telefonische hulpverlening voor sommige hulpvragers aantrekkelijk. Men was minder zichtbaar, men was minder vatbaar voor schaamte of sociale controle en kon eerlijker over de probleemsituatie praten.

Telefonische hulpverlening deed in 1958 zijn intrede in Nederland. De predikant Henk Teutscher startte dat jaar met telefonische hulpverlening in Rotterdam, na onder de indruk gekomen te zijn van vergelijkbaar werk van Klaus Thomas in Berlijn.
Anderen volgden hun voorbeeld. Op kerstavond van 1964 bemanden drie geestelijken een telefonische hulplijn in de AVRO radiostudio. Ze wilden zo eenzame burgers helpen. Het werd een succes, en daarom volgde snel de oprichting van stichting Correlatie (sinds de jaren ‘70 Korrelatie) door Dolf Coppes (1925-2001). Nederland was niet alleen met het oprichten van telefonische hulpdiensten, al in 1967 start de International Federation for Telephone Emergency Services (IFOTES).
De activiteiten van Korrelatie groeien snel, en in 1974 wordt de exclusieve relatie met de AVRO verbroken. Korrelatie biedt sindsdien telefonische hulp aan na gevoelige programma’s op televisie van verschillende zenders, ook de commerciële zenders.

De aanvankelijke hoop op de relevantie van telefoon als instrument voor hulpverlening en de behaalde resultaten vertalen zich in een ruimer aanbod. Naast het professionele Korrelatie, is Sensoor, waarin het vroegere SOS Hulp sinds 1 januari 2009 is geïntegreerd, de belangrijkste organisatie op dit terrein. Terwijl Korrelatie met beroepskrachten werkt, werken de meeste andere telefonische diensten met vrijwilligers. In de loop der jaren zijn er vele categoriale vormen van telefonische hulpverlening bijgekomen, zoals de kindertelefoon (sinds 1979), studententelefoon, holebi-telefoon of de AIDS-telefoon. De laatste jaren is 113Online, een hulplijn over zelfdoding, steeds belangrijker geworden. Sommige van deze diensten zijn gratis, soms is er sprake van een kleine betaling.

De laatste jaren is deze vorm van technologie-ondersteunde hulpverlening uitgebreid met online hulpverlening, zowel via websites waarop veel voorkomende vragen en antwoorden staan, als via email en chat. Vooral vrouwen en jongeren maken van deze mogelijkheden gebruik. Bij 113Online en Sensoor kun je zowel bellen als via internet contact zoeken. Ook maatschappelijk werk organisaties die traditioneel alleen met face-to-face contacten werken, bouwen hulpverlening via digitale media uit. Zo bv. Welzijn Eindhoven, via mailmaat. Landelijk zijn deze initiatieven bereikbaar via de overkoepelende website www.internethulpverlening.nl.

Maar toch, veel hulpverleningsinstellingen schrikken daarvoor terug. In hun ogen is dit type hulpverlening inferieur ten opzichte van de klassieke face-to-face hulpverlening. Je moet elkaar in de ogen kunnen kijken. Die geringschatting is ervoor verantwoordelijk dat dit type hulpverleningstechnologie nog steeds niet optimaal wordt gebruikt. Bijvoorbeeld als het gaat om wachtlijsten. Wat is er tegen om zolang iemand niet in een spreekkamer of lijfelijk geholpen kan worden wel te telefoneren, te mailen of te chatten?

Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
  • PDF document van der Lans, J. (1995), Wie zouden we zijn zonder telefoonlijn? , in Jos van der Lans, De onzichtbare samenleving, Utrecht, NIZW.
  • Frank Schalken e.a. / Stichting E-HULP.NL. (2010), Handboek online hulpverlening. Hoe onpersoonlijk contact heel persoonlijk wordt. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
Literatuur
Aanvullend materiaal
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   volgende   laatste