1918 Vakantiehuis voor de arbeidersjeugd
Sociaal toerisme
eerste   vorige   volgende   laatste

Zo rond de wisseling van de 19de naar de 20ste eeuw had de jeugd het in Nederland niet makkelijk. De grootschalige industrialisatie en verstedelijking zorgde voor verpaupering en gebrek aan een goede omgeving om in op te groeien. Sinds de kinderwet van Samuel van Houten was het voor kinderen onder de 12 wel verboden in fabrieken te werken en de leerplichtwet van 1900 verplichtte kinderen tussen 6 en 12 naar school te gaan, echt optimaal was het nog lang niet. We mogen dan de guitenstreken van Pietje Bell leuk vinden, veel aandacht kregen hij en zijn tijdgenoten niet. Al te snel vergeten we door de dagelijkse drukte dat de afgelopen eeuw een grote verschuiving heeft gezien van werktijd naar vrije tijd. Het aantal effectief per jaar gewerkte uren is tussen 1870 en 1980 zo wat gehalveerd. En daar bovenop leven we nog langer ook!
Emilie Charlotte Knappert (1860-1952), de latere directrice Amsterdamse school maatschappelijk werk, startte begin 20ste eeuw met het organiseren van weekends en vakantie voor jongeren. Inspiratie daarvoor haalde ze uit het werk van Arnold Toynbee en de Toynbee Hall in Londen. Zo ontstond in februari 1918 het eerste vakantiehuis (nog alleen voor fabrieksmeisjes), ‘De Vonk’ in Noordwijkerhout. Fabrieksmeisjes konden er een week ontsnappen uit de sleur en zorgen van het dagelijkse werk, en kregen er kansen tot ontplooiing. Dat was dan meestal alle vakantie voor het hele jaar, en zonder loon. Van betaalde vakantiedagen was er toen nog geen sprake! Het gebouw van dit vakantiehuis bestaat nog steeds. Aansluitend op het succes van ‘De Vonk’ werd ook gestart met vergelijkbare initiatieven voor jongens, zoals het in 1928 ontstane jongensclubhuis in Rotterdam, ‘De Arend’, georganiseerd door W.E. van Wijk die eerder betrokken was bij ‘De Vonk’.

De start van beide vakantiehuizen kan gezien worden als de start van sociaal toerisme. Zorg en hulpverlening hoeft niet beperkt te blijven tot school- of werkweken, maar kan ook in de vrije tijd en de vakantie. Nog steeds is modern sociaal werk betrokken op sociaal toerisme. Dat kan de vorm aannemen van zomerkampen voor kinderen van kwetsbare gezinnen (zoals de kindervakantiekampen van Humanitas), maar ook van recreatieplekken waar bijzondere aandacht gaat naar toegankelijkheid voor personen met een beperking. Voorbeelden daarvan zijn de aangepaste vakanties die het Rode Kruis organiseert, bv. een week varen op de Henry Dunant boot voor mensen met een beperking. Ook respijtzorg (het even overnemen van de zorglast van een mantelzorger, zodat die rust kan nemen en rustig kan gaan winkelen of er een dagje tussenuit is) kan tot deze vorm van hulpverlening gerekend worden.
Ter ondersteuning van dergelijke zorg is er de Nederlandse Branchevereniging Aangepaste Vakanties, die ook het overzicht bijhouden op 'de blauwe gids'. In Vlaanderen zijn traditioneel de vakbonden erg actief inzake sociaal tourisme. Ook maakt het steunpunt vakantieparticipatie afspraken met touroperators en toeristische bedrijven die hun prijzen met 30 tot 50% verlagen voor mensen met een laag inkomen.

Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
  • Bakker, N., Noordman, J., & Rietveld, M. (2006), Vijf eeuwen opvoeden in Nederland , Assen: van Gorcum. P. 253 e.v.
Literatuur
Links
Google Earth (Deze optie werkt alleen als Google Earth geïnstalleerd is)
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   volgende   laatste