1909 Th. van der Woude
Van drankbestrijding naar verslavingszorg
eerste   vorige   homepage   volgende   laatste

Ach vaderlief, toe drink niet meer
Ik vroeg 't al zo menige keer
Want moesjelief huilt telkens weer
Ach vaderlief, toe drink niet meer

(Zangeres zonder naam)
Er werd in de volkscafés van 19e-eeuws Nederland onvoorstelbaar veel gedronken. Van het toch al karige loon verdween een te groot deel in de geldla van de kroegbaas. Omstreeks 1880 was de consumptie van sterke drank bijna 10 liter per hoofd van de bevolking. Amsterdam spande de kroon: 15 liter per hoofd van de bevolking, baby's en nonnen meegerekend. Per 146 inwoners had de hoofdstad een kroeg of tapperij. De kroeg was voor veel arbeiders hun enige vermaak. Hun werk was zwaar, hun huizen te klein, te vochtig en te vol met kinderen.

In de eerste helft van de negentiende eeuw ontstonden al verenigingen voor drankbestrijding, maar pas tegen het einde van die eeuw groeide de drankbestrijding uit tot een sterke sociale beweging. De oudste en grootste organisatie was de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken (ofwel NV, opgericht in 1842). De NV ijverde in de eerste decennia van haar bestaan niet alleen voor sociale en politieke maatregelen, maar gaf zichzelf ook een taak in het ‘redden’ van dronkaards; het voorstadium van verslavingszorg. In navolging van voorbeelden in Duitsland werden door drankbestrijdersverenigingen sanatoria voor drankzuchtigen opgericht. In 1891 leidde dit in Nederland tot de oprichting van het sanatorium Hoog-Hullen in Eelde.
Maar het probleem was te groot om dat via sanatoria te bestrijden. Om die reden werd in Amsterdam op initiatief van de Volksbond tegen Drankmisbruik in 1909 het eerste consultatiebureau voor alcoholisme opgericht, de kiem waaruit later de Jellinek en de overige verslavingszorg zou ontstaan. De kern van dit bureau werd gevormd door de onderwijzer Th. van der Woude, in de rol van sociaal werker, en de medicus/psychiater K.H. Bouman. Aanvankelijk deden ze dit werk naast hun reguliere werk als onderwijzer respectievelijk psychiater. Ze waren in staat - lang voor de formulering van het tegenwoordige biopsychosociaal model - een goede balans te vinden tussen de sociale, psychologische en medische aspecten van verslaving.

Van der Woude deed zijn pionierswerk in een tijd dat veel drankbestrijders heel ambivalent tegenover hulpverlening stonden. Zij zagen dat als een vorm van dweilen met de kraan (tap) open. Zij waren voor het aanpakken van het probleem bij de wortel en streden voor een drankverbod. Van der Woude volgde hen daarin, maar wees er keer op keer op dat het leed van individuen daarbij niet terzijde geschoven kon worden. Hij pleitte voor een scheiding tussen de op de gemeenschap gerichte strijd en het op individuen gerichte reddingswerk.

De werkzaamheden van het bureau strekten zich uit tot alle facetten van het sociale en persoonlijke leven van de drankzuchtige en zijn gezin. Het was in velerlei betekenissen maatschappelijk werk, ook al stond in het grootste deel van de twintigste eeuw de toevoeging ‘medisch’ prominent in de naam vermeld. Al in de eerste jaren groeide het besef dat niet volstaan kon worden met raadgevingen. In heel veel gevallen moest tegelijkertijd, of zelfs in de eerste plaats gewerkt worden aan de verbetering van de maatschappelijke omstandigheden, zoals werk, betere huisvesting, hulp bij wegwerken van schulden.

Inmiddels zijn de Consultatiebureaus overal in het land opgegaan in brede professionele instellingen voor verslavingszorg, waarin meerdere vormen van verslaving ambulant en/of klinisch behandeld worden. Hoewel allerlei drugsproblemen vaak de meeste aandacht krijgen in de media, is overmatig drankgebruik nog steeds een van de grootste maatschappelijke problemen. Niet alleen qua excessen (comazuipen), maar vooral ook omdat het sluipenderwijs een verwoestende invloed heeft op het menselijk lichaam en het persoonlijk leven. Inderdaad, drank maakt meer kapot dan je lief is!

Publicatiedatum: 17-06-2009
Datum laatste wijziging :18-03-2016
Auteur(s): Jaap van der Stel,
Verder studeren
Literatuur
  • Jaap van der Stel, (1999), Maatschappelijk werk met een medisch cachet. Th. W. van der Woude (1863-1946) In B. Waaldijk, J. van der Stel & G. van der Laan (Eds.), Honderd jaar sociale arbeid. Portretten en praktijken uit de geschiedenis van het maatschappelijk werk (pp. 39-54). Assen: Van Gorcum.
  • PDF document Maarten Otto (1987), Geschiedenis van de drankwetgeving, in: TSS, januari 1987, nr. 1, pp.
  • Bob van Amerongen (1989), Drugs al sinds prehistorie satanswerk en godsgeschenk, in: TSS, mei/juni 1989, nr. 5, pp. 34-36.
  • Bob van Amerongen (1989), Treurigheid over alcoholmisbruik geeft verkeerd beeld. Lering trekken van droogleggers. In: TSS, maart/april 1989, nr. 3, pp. 34-36.
Links
Google Earth (Deze optie werkt alleen als Google Earth geïnstalleerd is)
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
Bewegende beelden



Documentaire 'Een doos vol beloften' van de IKON uit 1991 over de therapeutische leefgemeenschap Hoog-Hullen in Eelde waar mensen hun verslaving of andere emotionele problemen proberen te overwinnen. In 1991 bestond Hoog-Hullen honderd jaar. Mary Michon filmde er het dagelijks leven en kwam tot de conclusie dat het bepaald geen vakantiekolonie is. Keihard werken aan jezelf, weinig mogelijkheden je passief op te stellen, geen tijd voor zieligheid. In de therapeutische gesprekken zijn de bewoners hard voor elkaar en iedereen deelt in de dagelijkse huishoudelijke taken volgens een strak rooster. Het doel van de leefgemeenschap is mensen die zichzelf buiten de maatschappij zagen geplaatst, opnieuw de vaardigheden van sociale leven aan te leren. Met het strakke regime worden opvallende resultaten behaald. Vanaf 1 juli 2015 verblijven bewoners van de Breegweestee, Het Bauhuus, Hoog-Hullen en de Kliniek Groningen in de nieuwe kliniek Vossenloo in Eelde. VNN biedt hier behandelingen voor Jeugd en Volwassenen. Voor volwassenen zijn er in totaal 50 bedden, voor jeugd 30.

eerste   vorige   homepage   volgende   laatste