1875 Jacobus Penn en het kruiswerk
Van wijkverpleging via thuiszorg naar buurtzorg
eerste   vorige   volgende   laatste

De sociale kwestie, die de tweede helft van de 19de eeuw beheerste, liet zich ook voelen op het vlak van gezondheid en hygiëne. De toename van de bevolking in steden ging niet gepaard met betere huisvesting, de industrialisatie ging niet gepaard met betere werkomstandigheden. Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat er sprake was van slechte leefomstandigheden, en er sprake was van epidemieën en lage levensverwachting. Zo was er in 1866 nog een grote cholera-epidemie in Nederland.
Als antwoord op dergelijke epidemieën kwam er in 1872 de Besmettelijke Ziektenwet, die stelde dat gemeenten besmettelijke ziekten zoals cholera moesten bestrijden. Helaas hadden gemeenten daartoe niet de middelen, en dus was er weinig actie.
Jacobus Penn (1821-1890) was toen geneeskundig inspecteur van de provincie Noord Holland en zag dat gebrek aan actie niet zitten. Geïnspireerd door het werk van Theodoor Fliedner (in Duitsland) en William Rathbone (in Engeland) startte hij met wijkverpleging en richtte daarvoor het Witte Kruis op. In 1875 werd in Hilversum met de eerste afdeling gestart. Penn koos voor de naam Witte Kruis naar analogie met het iets eerder door Henri Dunant opgerichtte Rode Kruis. Waar het Rode Kruis zich richtte op verzorging van slachtoffers van oorlogen, richtte het Witte Kruis zich op preventie van ziekte, verbetering van de algemene hygiëne en gezondheidsvoorlichting, gelet op de onwetendheid en verkeerde gewoontes bij burgers. Het was een vroege vorm van outreachende gezondheidszorg.
Het werk was niet alleen gericht op individuen, maar ook op het systeem. Zo maakt men veel werk van goede drinkwatervoorziening, nadat eerder John Snow in Londen overtuigend aangetoond had dat cholera veroorzaakt werd door vervuild water. Bovendien waren tijdens de cholera-epidemie van 1866 Amsterdam en Den Helder grotendeels gespaard gebleven, dankzij de oprichting van de duinwatermaatschappij door Jacob van Lennep in 1851.
Het Witte Kruis startte ook vrij snel met de professionalisering van het verpleegkundig beroep via een eigen opleiding. In 1879 ontvingen de eerste drie studenten al een diploma, waaronder Anna Reynvaan, sindsdien het boegbeeld van de Nederlandse verpleegkunde.

Het succes van het Witte Kruis betekende een snelle uitbreiding naar meer vestigingen en vergelijkbare organisaties. De verzuiling is daarbij sterk aanwezig. Zo ontstond het Groene Kruis (neutraal), het Wit-Gele kruis (katholiek) en het Oranje-Groene kruis (protestants-christelijk). Die verzuildheid zal pas afbrokkelen vanaf 1967. Vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw is er sprake van een sterke groei. Vanaf de jaren zestig is er sprake van schaalvergroting, en daalt het aantal organisaties/afdelingen. Het aantal medewerkers en cliënten per organisatie/afdeling stijgt enorm. Vanaf de jaren negentig groeit de wijkverpleging en de gezinsverzorging naar elkaar toe, de organisaties fuseren tot de huidige thuiszorg, die zich georganiseerd weet in mammoetachtige organisaties. Als reactie daarop gaan professionals vanaf 2005 zichzelf weer kleinschalig en buurtgericht organiseren. Inmiddels is deze vorm van buurtzorg de snelst groeiende tak van de thuiszorg. In feite keren deze wijkgerichte organisaties terug naar de wortels van de klassieke wijkverpleging.
Wijkverpleging en gezinszorg hebben zich in de 20ste eeuw ontwikkeld tot een vorm van hulpverlening met veel raakvlakken met sociaal werk. Met de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning wordt deze relatie nog sterker, zowel thuiszorg als sociaal werk zijn dan belangrijke instrumenten van lokaal sociaal beleid.

Auteur(s): Jan Steyaert,
Verder studeren
  • Jamin, H. (1999), 125 jaar Thuiszorg, 1875-2000. Oude tradities en nieuwe ambities , Baarn: Tirion
  • Maarten van der Linde (2010), Basisboek geschiedenis Sociaal Werk in Nederland. Amsterdam: SWP, vierde druk. Hoofdstuk 8.5 Maatschappelijke gezondheidszorg en thuiszorg.
Literatuur
  • Stolk-Van Delen, H. W. (1986), Wijkverpleging in historisch perspectief: Ontstaan en ontwikkeling van de wijkverpleging (1890-ca 1930) met aandacht voor aspekten van medicalisering en professionalisering , Rodopi.
  • Esmeijer, A., & Geerts, V. (1992), Kruiselings door de tijd, van kruisvereniging tot thuiszorgorganisatie in Midden-Brabant , Tilburg: Regionale Kruisvereniging Midden-Brabant
  • Johnson, S. (2006), The ghost map: Penguin, vertaald als Londen, spookstad , uitgegeven bij Meulenhof
  • Houwaart, E. (1991), De hygiënisten: artsen, staat en volksgezondheid in Nederland 1840-1890 , Groningen: Historische Uitgeverij
  • Marjolein van der Kolk-Kousemaker (2005), Het beleid van het Witte kruis, het Groene Kruis en het Wit-Gele Gruis over de periode 1875-1945 Dissertatie. 371 pagina’s. ISBN 90-9019101-1.
  • Jan Huige (2012), Van Kruiswerk tot Thuiszorg. De moeizame strijd voor erkenning van een boeiende maar complexe werksoort in de periode 1946 – 1990. ISBN 978-90-811448-2-7
  • PDF document Rogier Wiercx (1988), Je kunt gezinnen niet laten betalen voor hun heropvoeding. Gezinsverzorging tenslotte toch naar AWBZ, in: TSS, jrg 1988, nr. 12, pp.36-37.
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   volgende   laatste