1945 Maria Baers en de verdediging van het beroep
Maatschappelijk assistenten en hun beroep(sorganisatie)
eerste   vorige   volgende   laatste

Maria Baers, vanaf 1936 gecoöpteerd senator, zorgde in 1945 voor de wettelijke bescherming van de exclusief Belgische titel ‘maatschappelijk assistent’ (wet 12 juni 1945). Daarmee was de formele erkenning van het diploma een feit, maar daarom nog niet de maatschappelijke en professionele waardering.

In 1930 startte het Nationaal Comité voor Maatschappelijk Werk congressen op. Het eerste vierde het tienjarig bestaan van de opleidingen. Toen waren er zo'n 490 gediplomeerden. Via deze weg zocht men naar inhoudelijke verdieping zowel als naar maatschappelijke erkenning. In 1984 organiseert het Vlaams Komitee voor Maatschappelijk Werk en Sociaal Welzijn zijn eerste congres.

Sinds de jaren vijftig was het aantal banen voor sociaal werkers wel toegenomen, maar er kwam ook concurrentie van o.a. sociaal verpleegkundigen. Het leek nodig om het, via de formele titelerkenning legaal verworven terrein, ook daadwerkelijk te verdedigen. Wellicht heeft de beroepsvereniging daar zijn oorsprong.
Conform de tijdsconjunctuur startte men in ‘verzuilde slagorde’. Katholieke sociale scholen en katholieke oud-studenten startten onder de leiding van Paul Van Beveren en Edmond Laenen de zaak op. Zo kwam BKMA (Beroepsgroepering voor Katholieke Maatschappelijk Assistenten) in 1951 tot stand en nadien de Socialistische Vereniging voor Sociale Werkers. Daarnaast groeide nog de Nationale Unie van Verenigde Maatschappelijk Assistenten, voor afgestudeerden van stedelijke opleidingen en het Rijksonderwijs. Nog vóór BKMA functioneerde al BKVMA (Vlaamse vleugel van het nationaal verband van katholieke vrouwelijke maatschappelijke assistenten). Vanuit West-Vlaanderen vertrok later de aanzet om te fuseren. Nadien volgden de andere provincies, op Limburg en Brabant na. Er kwamen twee verenigingen: BeveMA en BKMA. De organisatie van BeveMA steunde op provinciaal zelfstandige afdelingen, een structuur die bepalend zou worden voor de latere fusie tot BeMA in 1973.

Er zijn echter een aantal aspecten die een vruchtbaar leven van de vereniging hebben bemoeilijkt. Denk aan de geringe betrokkenheid van de maatschappelijk assistenten op hun beroepsgroep. Zij bleken zich eerder te identificeren met de beweging en de organisatie waar ze voor werkten! Daarnaast heeft de verzuiling ook een rol gespeeld tot diep in de jaren tachtig. Ten derde groeide de specialisatie van sociaal werkers vanaf de jaren zestig. Daardoor bekenden werkers zich eerder tot hun eigen specialiteit (maatschappelijk werker, sociaal-cultureel werker, personeelswerker, opbouwwerker), dan zich als ‘maatschappelijk assistent' te positioneren.

Het is stil geworden rond BeMA, doodstil zelfs. Er zijn geen recente bronnen, behalve een artikel van de laatste voorzitter J. De Scheutter (Sociaal, nr. 10, 1997). Voor 2001/2 lanceerden ze nog een ambitieus ‘BeMA-project’. De middelen voor de projectrealisatie bleven echter uit. In 2003 ging BeMA op non-actief. In de periode voordien had de vereniging in de persoon van Piet Cleemput, een bijzonder gedreven voorzitter. Dat was nog geen automatische garantie voor een grote impact van de beroepsvereniging, wel voor veel activiteit.

Een andere lijn is die binnen de OCMW’s. Maatschappelijk werkers van OCMW’s voelden behoefte aan onderling contact. Op 22 september 1983 werd een bijeenkomst georganiseerd om een samenwerking op te starten tussen de verschillende provinciale en regionale overlegorganen. Op 10 september 1985 werd dan officieel de vzw Federatie van Vlaamse OCMW - Maatschappelijk Werkers opgericht. Bart Bockstaele (OCMW Melle) is hun huidige voorzitter.

Auteur(s): Wim Verzelen,
Verder studeren
Literatuur
Links
Studieopdrachten Klik hier om de studieopdrachten te bekijken
eerste   vorige   volgende   laatste